Recensie

Zoals Mondriaan er een eeuw geleden hing

Het was een klein kapitaal dat de schilders Piet Mondriaan, Jan Sluijters en Cees Spoor in 1909 neertelden voor een gezamenlijke expositie. Ze boden de Gemeente Amsterdam 600 gulden om in het Stedelijk Museum hun nieuwste werk te mogen tonen. Omgerekend is dat ruim 6.000 euro. Villa Mondriaan in Winterswijk geeft nu een min of meer getrouwe reconstructie onder de titel Terug naar toen: Mondriaan, Sluijters en Spoor herenigd.

Gedempt licht heerst in de zaal, een roodfluwelen bank in het midden, een palm in een pot, het behang donkerrood. Net zoals destijds. In schilderkunstig opzicht is de expositie spannend. Van Jan Sluijters domineert het reusachtige doek De profeet Elisa wekt de zoon der Sunamitische vrouw tot leven uit 1904, een academisch, statisch werk waarmee hij de Prix de Rome won.

In contrast hiermee staat Houtzaagmolen van drie jaar later met een los en snel, luministisch lijnenspel. Schitterend en gewaagd is zijn Metamorphose (1908) waarin donkere zaagmolens contrasteren met een blauw en rozerood opgloeiende hemel. Ook de nu in vergetelheid geraakte Cees Spoor zoekt duidelijk nieuwe wegen: zijn Zonsondergang Vondelpark valt op door een ijle, ragfijne atmosfeer, zo anders dan het wat pompeuze werk met bloemstillevens.

Mondriaan beoefent nieuwe expressiemogelijkheden, duidelijk geïnspireerd door Sluijters, hoewel hij nog tamelijk traditioneel blijft. Mooie ontdekking is dat hij iets heeft met helderwit, stralend wasgoed. In zijn werk Boerderij met wasgoed aan de lijn (ca. 1897) kun je een interessante vooruitwijzing zien naar zijn latere abstracte werken. Puur helderwitte overhemden en kussenslopen, in geometrische vormen, onttrekken de wat verweerde daken van een boerderij aan het zicht. De expositie is als een tijdreis die prachtig laat zien dat de kunstenaars terecht hun ontwikkeling wilden tonen. Niet iedereen nam hun zoektocht in dank af. Schrijver Frederik van Eeden veroordeelde het kleurgebruik van Mondriaan en Sluijters als „rauw en barbaars” en de eerste zou zelfs „geestesziek” zijn.

Maar kijk eens naar Bos (1899) van Mondriaan waarin de schilder experimenteert met perspectieflijnen, waardoor het bosgezicht een ruimtelijke dimensie krijgt. Of zijn Weide met koeien (1902-1905) met een lage horizon waarin de lucht bleekblauw is. De koeien zijn vegen witte verf, als wasgoed. Met dit lichtende werk begint een nieuwe schilderkunst.

    • Kester Freriks