Zeevruchten om verliefd van te worden

Janneke kookt Dit keer een recept voor Pescado frito, waar Janneke Vreugdenhil goede herinneringen aan heeft.

foto Merlijn Doomernik

Als iemand me een jaar geleden had voorspeld dat ik verliefd zou worden op een man omdat hij een ansjovisgraat voor me bestelde, had ik dat geen heel waarschijnlijk scenario gevonden. Nou ja, het was misschien ook niet omdát hij die graat bestelde, maar het gebeurde zeker terwíjl hij het deed. We zaten aan de bar van Jai-Ca, een van de oudste kroegen van voormalige visserswijk Barceloneta – anno 1753 – en zoals dat volgens de regels der romantiek hoort te gaan, werd ik er volkomen door verrast.

Het was niet eens een officiële date. Ik had hem, een etmaal op doorreis in Barcelona, gevraagd waar ik moest gaan eten. Hij, inwoner van de stad, bood zichzelf spontaan aan als gezelschap. We waren begonnen met pimientos padrón, bier en wijn bij El Vaso de Oro, ook al zo’n historisch instituut. En nu, bij Jai-Ca, dronken we nog meer vino tinto en aten we scheermessen van de plancha. Intussen raakten we, ook al hadden we elkaar slechts een keer eerder ontmoet, járen geleden, niet uitgekletst.

Ik ging zo in ons gesprek op dat ik de twee mannen links van ons niet had opgemerkt. Dat gebeurde pas toen hij, de man op wie ik op het punt stond verliefd te worden dus, me wees op de tapa die ze geserveerd hadden gekregen. Op een wit schoteltje lagen twee visgraten van een centimeter of 12 lang, het staartje er nog aan. Zo te zien waren ze door de bloem gehaald en gefrituurd. Wat zijn dat? vroeg ik aan hem. Wat zijn dat? vroeg hij in vloeiend Catalaans aan onze buren. Ik wil het niet mooier maken dat het was, maar stelt u zich het door zon en zeewind verweerde hoofd van een bejaarde visser uit Barceloneta voor, en exact zo zagen die twee eruit.

Er ontspon zich een levendig gesprek waar ik geen woord van kon volgen. In plaats daarvan keek ik eens naar de mannetjes links van mij, met hun karakteristieke Catalaanse koppen, en toen nog eens naar de daarbij vergeleken nogal reusachtige Nederlander naast mij, en dacht: wat ben jij léuk. En voordat ik het hoefde te vragen had hij al een van de obers gewenkt om voor ons ook zo’n bordje ansjovisgraten te bestellen, en hoewel ik dat nog nooit eerder had gegeten, hoop ik dat u mij toestaat om, puur om dramatische redenen, te schrijven dat het de lekkerste visgraat was die ik ooit at.

Pescado frito

4 – 6 personen (tapa of voorgerecht)

300 g pijlinktvis, schoongemaakt, in ringen

300 g middelgrote rauwe garnalen, gepeld maar met kop en staart eraan, het zwarte darmkanaaltje verwijderd

300 g kleine spierinkjes

een paar ansjovisgraten (bijvoorbeeld van visjes die u gisteren heeft gegrild en opgepeuzeld)

150 g bloem

50 g semolina (fijn griesmeel van durum tarwe, te koop bij o.a. Italiaanse en Turkse winkels)

olie om in te frituren

parten citroen

Dep de vis en garnalen goed droog met keukenpapier.

Meng de bloem en semolina in een diep bord. Wentel de inktvisringen door het bloemmengsel en laat ze daar een paar minuten in liggen, zodat het meel goed hecht. Verhit een flinke laag olie in een (frituur)pan tot 180 graden Celsius.

Leg de inktvisringen in een zeef en schud het overtollige meel eraf. Frituur ze in 30 – 60 seconden gaar en krokant in de hete olie. Laat uitlekken op keukenpapier.

Herhaal met de garnalen, spierinkjes en graten. Bestrooi alles met fijn zeezout en serveer met parten citroen.

    • Janneke Vreugdenhil