Opinie

    • Japke-d. Bouma

Stop eens met die verkleinwoordjes

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: Roseetje, terrasje, kleedje, zonnetje.

Een taalfenomeen dat ik HEEL lastig blijf vinden om mee om te gaan, is het verschijnsel dat zodra de zon écht gaat schijnen en het barbecueweer wordt, iedereen ineens in een kindertaaltje met elkaar gaat praten. Het is de terreur van de verkleinwoordjes.

Zo hoorde ik deze week weer overal om me heen mensen dingen zeggen als: „kleedje, roseetje, biertje, bubbeltje, vuurkorfje, stokbroodjes, spiesjes, groentjes en happertjes”.

Ik hoor met mooi weer ook altijd van die rare constructies met verkleinwoordjes. Zoals ‘terrasje pakken’, terwijl ‘veroveren’ meer terzake zou zijn, of ‘drankje doen’. Dan denk ik zelf altijd aan de hoestdrank die ik vroeger moest innemen. Ook veel gehoord deze week: ‘zonnetje’. Een verkleinwoord voor een kokende bol van een miljoenmiljard graden en een diameter van 1,4 miljoen kilometer!

Jongens, wat doen we? Waarom gebruiken we al die verkleinwoordjes? Is het een hang naar onze kindertijd, zijn we infantiel aan het worden, vinden we onze levens te onbeduidend of is dit een taalmode waar we genadeloos mee moeten afrekenen? Ik denk dat laatste.

Want het is niet alleen rond de barbecue, hè? Het onnodige verkleinwoord is overal. Veel mensen zeggen dat het een ‘grachtengordeldingetje’ is – je hoort trouwens nooit ‘grachtengordeltje’, maar dit terzijde – maar dat is een leugen. Want er zijn overal hele volksstammen die hun kinderen ‘kindjes’ noemen en hun zoon ‘mannetje’, of erger nog: hun volwassen vent van 1,95 meter en 120 kilo. Alsof hij een reu is of een zilverrug. Er zijn ook heel veel volwassen vrouwen die hun vriendinnen ‘dinnetjes’ noemen en hun collega’s ‘colleegaatjes’ – en dat zijn overigens nooit mannen. Alsof vrouwelijke collega’s en vriendinnen allemaal standaard een halve meter korter zijn dan de gemiddelde medemens.

Er zijn ook vrouwen die hun volwassen vent van 120 kilo ‘het mannetje’ noemen

Maar ook in de zorg struikel je over de verkleinwoorden. Daar zeggen ze: ‘U voelt straks een prikje’ vlak voordat ze een holle naald met een meter doorsnede in je arm jassen. Of je krijgt een ‘roesje’ waar je vier uur knock-out van bent. Of een ‘uitstrijkje’. Mijn huisarts zegt inmiddels ‘uitstrijk’ en ik ben haar daar dankbaar voor, kom op zeg. Met je eendebek.

Maar het ergste is natuurlijk de horeca. Al die obers en wijnkenners die uren aan je tafeltje over je gerechtje en ontbijtje zwatelen (ja, dat zijn echt tafeltjes, gerechtjes en ontbijtjes helaas, zo klein zijn ze). Over ‘pepertjes, ‘zuurtjes’, zalm die ‘op het huidje” gebakken is, ‘bittertjes’, ‘koffietjes’, ‘wijntjes’, ‘theetjes’, ‘eurootjes’, sjezus man.

Ik snap het natuurlijk wel, zeker van die eurootjes. Dat zeggen ze om te verbloemen dat je weer een poot wordt uitgedraaid. Die ‘wijntjes’ en ‘proseccootjes’, daarmee doen mensen of ze vingerhoedjes drinken, terwijl ze de alcohol met sloten tegelijk naar binnen gieten. En in de zorg proberen ze de ellende te bagatelliseren met verkleinwoordjes. Maar dat wil nog niet zeggen dat we dit moeten accepteren.

Sterker nog. Dit gaat ophouden. De enige volwassenen die nog onnodige verkleinwoorden mogen gebruiken zijn de bouwvakkers die ‘zo mevrouwtje, waar gaan die mooie beentjes naartoe’ tegen me roepen. Verder stopt iedereen ermee, als kleuters tegen elkaar te praten.

Wel zo veilig ook, bij de barbecue.

Taaltips via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma