Rechtbank haalt streep door strafzaak tegen KPMG’ers

De rechtbank vindt het „niet te begrijpen” dat het Openbaar Ministerie deze drie accountants wél vervolgt, maar bestuurders die verdacht werden van omkoping niet.

Ballast Nedam werd verdacht van het betalen van steekpenningen voor de Wijdenboschbrug over de Surinamerivier bij Paramaribo. Foto Raymond Rutting/ANP

De zaak was nog niet goed en wel van start gegaan, of hij is alweer afgelopen. De rechtbank in Utrecht heeft de vervolging van drie voormalige accountants van KPMG niet-ontvankelijk verklaard.

De drie accountants werden verdacht van het verhullen van omkoping door Ballast Nedam. Dit Nederlandse bouwbedrijf zou smeergeld hebben betaald om opdrachten binnen te halen in Saoedi-Arabië en Suriname. Volgens justitie heeft KPMG die betalingen en de bijbehorende schaduwadministratie bewust verhuld. Het Openbaar Ministerie (OM) verweet hen witwassen en valsheid in geschrift.

Zowel Ballast Nedam als KPMG kwamen weg met een schikking, respectievelijk in 2012 en in 2013. De verdachte bestuurders van de bouwer kwamen met de schrik vrij. Tegen de accountants heeft het OM wel vervolging ingesteld.

Drie weken geleden was de eerste zitting. Eendrachtig voerden de advocaten van het accountantsdrietal tijdens deze regiezitting aan dat deze rechtszaak überhaupt niet zou moeten bestaan. „Willekeur” was het woord dat veelvuldig door de rechtszaal galmde. Alle drie riepen ze de rechter op de zaak niet-ontvankelijk te verklaren.

Lees ook dit artikel over de regiezitting, waarin de advocaten de rechtbank opriepen de zaak niet-ontvankelijk te verklaren

Hoewel de rechter aan het eind van de zitting wel de data vaststelde voor de verdere behandeling van de zaak, „voor het geval dát”, hebben de drie advocaten hun zin gekregen. In harde bewoordingen verklaarde de rechtbank de zaak donderdag inderdaad niet-ontvankelijk. Strafrechtelijke vervolging van de accountants is daarmee van de baan.

‘Niet te begrijpen’

De rechter vindt het in de eerste plaats onnavolgbaar dat de mensen die de daadwerkelijke omkoping zouden hebben gepleegd niet vervolgd worden en de accountants wel. Enkele bestuurders van Ballast Nedam waren aanvankelijk wel verdacht, maar gingen uiteindelijk vrijuit. Alleen tegen twee oud-directeuren die ervan worden verdacht zichzelf met de omkoping te hebben verrijkt, loopt wel een strafzaak.

Deze keuze, schrijft de rechtbank, „valt niet te begrijpen”. De rechtbank vindt „dat deze handelwijze niet getuigt van een redelijke belangenafweging”.

Tijdens de regiezitting drie weken geleden wierp het OM het verwijt van willekeur nog verre van zich. Het feit dat bepaalde mensen niet vervolgd worden, betekent niet automatisch dat andere mensen daarom ook maar vrijuit moeten gaan, was het verweer. Het gaat om „serieuze verdenkingen op grond van serieuze strafbare feiten”, zei officier van justitie Josien Mooijen.

Ze wees ook op de „grote persoonlijke verantwoordelijkheid” van de verdachten. „Accountants hadden en hebben een maatschappelijke taak.” Daaruit volgt ook dat ze een andere rol hebben dan een bestuurder van een bedrijf: de maatschappij moet op het oordeel van accountants kunnen vertrouwen. Dat vertrouwen, zei Mooijen, „is beschaamd”.

Lees ook dit artikel over de strafzaak tegen de oud-directeuren van Ballast Nedam: Justitie: Ballast Nedam-directeuren hielden 14 miljoen over aan steekpenningen

Geld was al overgemaakt

De rechtbank motiveert het besluit verder met het feit dat het OM de drie accountants in eerste instantie ook een schikkingsvoorstel heeft gedaan, maar dat later ineens weer introk. De annulering kwam in een erg laat stadium: de accountants hadden het schikkingsbedrag al naar justitie overgemaakt. „De rechtbank vindt dat het OM onbehoorlijk heeft gehandeld gelet op de gang van zaken tijdens dit schikkingstraject.”

Als laatste argument voert de rechtbank aan dat de verdenkingen twaalf tot zeventien jaar geleden hebben plaatsgevonden. „Pas drie weken geleden is de zaak voor het eerst op zitting behandeld.” De rechtbank erkent dat „enkel tijdsverloop nooit tot een niet-ontvankelijkheid van het OM kan leiden”, maar weegt het dus wel mee. Het belang om strafrechtelijk te vervolgen is in dit geval „afgenomen” doordat het zo lang geleden is.

Het OM kan nog wel tegen het besluit van de rechtbank in beroep gaan. Een woordvoerder van het OM laat weten dat daar nog geen besluit over genomen is.

    • Teri van der Heijden