Recensie

Lekkere allemansvrienden in Rotterdam

gaat langs bij de Latijns-Aziatische keuken van Ají: een goede plek om zonder al te veel risico origineel en lekker te eten.

Bijzonder

Ik voel me eigenlijk door geen van beide plaatjes aangesproken, maar ik vermoed dat het garnaaltje voor mij bedoeld is – als vrouw had ik overigens ook liever een oester dan een mossel gehad. Binnen op de toiletten kijk je tegen een muurgrote skyline van een Aziatische stad. In het restaurant zelf hangt een meer Zuid-Amerikaans sfeertje met paprika’s aan het plafond.

Die mix vinden we ook het menu bij Ají: Latin-Asian. Dat klinkt als fusion en dat klinkt ouderwets. Maar die combinatie komen we bijvoorbeeld ook tegen in de Japans-Peruaanse nikkei-keuken, en dat is dan weer hartstikke hip. Uiteindelijk maakt het niet veel uit, als het maar smaakt. En dat doet het best bij Ají.

Op de kaart

De keuken wordt geleid door Pelle Swinkels. Hij doet dat onder auspiciën van zijn oude chef Mario Ridder, de man van sterrenrestaurant Joelia. De kaart is ingedeeld in vis, vlees, vega en dessert, maar we beginnen met wat ‘bites’ bij de cocktail – een mierzoete negroni (10 euro) met mezcal, die voornamelijk naar campari smaakt.

Ik word altijd achterdochtig van rauwe oesters mét dingen. Met een rauwe oester moet je niet te veel doen. Het overheerst al snel en ook als het dat niet doet, is het vaak toch nog zonde. Maar hier is het logisch gedaan: sriracha in plaats van tabasco, sambai-azijn in plaats van de klassieke sjalot met rodewijnazijn, en een enkel sesamzaadje waar men zich moeilijk aan kan storen (4,25 euro). De stukjes toast met artisjok-crème en boquerones (zure ansjovis) zijn gewoon heel lekker (7 euro). De gestoomde sojapeultjes (edamame, 6,50) zijn overgoten met sweetchilisaus zodat de amandelstukjes eraan blijven plakken. Aardig idee, maar het levert vooral een hoop geklieder op.

Voor de rest is alles maatje tussengerecht. We kiezen van alles wat, de serveerster suggereert een indeling in meerdere gangen. Dat doet ze kundig, ze weet in ieder geval wat ze serveert. We glijden ondertussen van Air via Stevie Wonder naar UB40 en het eten sluit daar vervolgens naadloos op aan: divers, een beetje makkelijk maar wel lekker.

De vis had er geen seconde langer in moeten zitten, maar de ceviche van zeebaars (17 euro) heeft alles dat het nodig heeft om een klassieke ceviche te zijn: goed zuur van de limoen, mooie grote maiskorrels en zoete aardappel. Vis van de dag (16 euro) is gebakken inktvis (van die kleintjes) met een tomatensalsa en rondom toefjes van het een en ander. Niet echt een geheel (de chorizo had beter door de salsa verwerkt kunnen zijn wat mij betreft), maar het smaakt verder prima.

De skrei (16 euro) is goed gebakken, mooie lamellen, op een fijn bakkeljauwpureetje. Wat wordt gepresenteerd als waterspinazie schijnt ons kousenband toe en de madam jeanette heeft vermoedelijk van een afstandje staan kijken naar de piccalilly, maar het is wel weer erg lekker.

Enige wat een beetje tegenvalt, is de langoustine (18 euro), die wat papperig is langs de randen, met buikspek en atjar met een zoete mango-crème als platinablonde kleurspoeling – het maakt de hele boel in een klap ordinair. Zwezerik (17 euro) serveren als nugget met sweetchili-saus vind ik dan wel weer humor. Zeker met een heel degelijke rendang erbij. Voor de vega worden drie mini-quesadilla’s (12 euro) met mozarella en cheddar aangekleed met avocadotoefjes en zongedroogde tomaatjes. Veel leuker is de Peruaanse vijg (14 euro) met een mix van pijnboompitjes en nootjes, oude aceto en tempura van asperge – klassieke smaken in een originele vorm.

„Een wijnkaart maken voor een restaurant met voorliefde voor de Zuid-Amerikaanse keuken met Aziatische invloeden en een Spaanse touch is een grote uitdaging” staat er enigszins apologetisch op de wijnkaart. Daarom is gekozen voor „voornamelijk Europese en Zuid-Amerikaanse wijnen. Met als doel dat de wijnen gecombineerd kunnen worden met de gerechten van Ají”. Hetgeen eigenlijk neerkomt op: hier is de wijnkaart – er staat wijn op.

Eindoordeel

Ají is wereldlijk maar niet wereldschokkend. Je kunt hier goed terecht voor een ongedwongen avond om zonder al te veel risico toch origineel te eten. Om in het achterhoofd te houden voor zo’n spontane toch-even-leuk-buiten-de-deur-eten-avond.