Commentaar

Fooi aan prijzengeld voor wielrensters is niet van deze tijd

Wielrennen voor vrouwen wint in binnen- en buitenland aan populariteit, al jaren. Er komen wedstrijden bij, bestaande etappekoersen worden uitgebreid en live-verslagen op tv zijn geen uitzondering meer. En als onderdeel van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen wordt bij steeds meer koersen het vaak forse verschil in prijzengeld ongedaan gemaakt.

De internationale wielerunie UCI gaf in 2013 zelf het goede voorbeeld: sindsdien toucheren renners en rensters hetzelfde bedrag voor een wereldtitel of een andere podiumplaats, in alle disciplines (weg, baan, veldrijden, BMX, mountainbike).

Dat sponsors van grote wedstrijden niet zouden staan te springen om te investeren in het vrouwenwielrennen, wordt gelogenstraft in het Verenigd Koninkrijk en Australië. In de Ronde van Groot-Brittannië, in juni, verbindt een nieuwe sponsor, een van de kleinere energiebedrijven daar, zijn naam niet alleen aan de wedstrijd voor vrouwen, maar neemt het ook het prijzengeld voor de mannen voor zijn rekening. Het budget van ruim 200.000 euro wordt nagenoeg gelijkelijk verdeeld – de mannen kunnen iets meer verdienen omdat ze meer etappes rijden, maar ritzeges en eindoverwinningen leveren dezelfde bedragen op. De mannen gaan er niet op achteruit, de vrouwen maken een forse sprong. Vorig jaar leverde de eindzege 3.000 euro op, straks 14.460. In de Britse Tour de Yorkshire nagenoeg hetzelfde verhaal. De grootste wielerwedstrijd in Australië, de Tour Down Under, kent vanaf 2019 dezelfde financiële beloning voor mannen en vrouwen.

Bij de organisaties van de voorjaarsklassiekers is de boodschap nog niet overgekomen. De Nederlandse wereldkampioene Chantal Blaak won afgelopen zondag de Amstel Goldrace. Daar verdiende ze 1.150 euro mee. De Deense winnaar bij de mannen, Michael Valgren, mocht met 20.000 euro naar huis. Dezelfde verschillen bij de door de Nederlandse olympisch kampioene Anna van der Breggen gewonnen vrouweneditie van de Ronde van Vlaanderen, begin deze maand, en komende zondag bij de tweede uitgave van de vrouweneditie van Luik-Bastenaken-Luik.

In de vrije markt die ook de sportwereld binnen bepaalde grenzen is, is het aan de organisatoren om de hoogte van het prijzengeld te bepalen. Maar om wielrensters af te schepen met het door de UCI vastgestelde minimum, zoals in de voorjaarsklassiekers gebeurt, is niet meer van deze tijd. Gelijke beloning voor vergelijkbare prestaties, ook in de sport, hoort vanzelfsprekend te zijn, voor bonden en organisatoren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.