Scholen en ministeries onveilig door ‘bollenvloeren’

Nieuwbouw

Breedplaatvloeren zijn razend populair in de bouw. Maar ze kunnen instorten, en niemand weet precies bij hoeveel gebouwen dat probleem speelt.

Een deel van de vloer van de parkeergarage bij Eindhoven Airport die vorig jaar mei instortte. De vloer bestond uit ‘breedplaten’. Foto Rob Engelaar/ANP

‘De kust is hier veilig”, zei de woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken in maart tegen vakblad Cobouw. „We gaan stampend over de vloer.”

Toch gelden in delen van het nog geen vijf jaar oude gebouw van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid sinds kort nieuwe regels. Bureaus en kasten mogen er niet zonder overleg worden verplaatst. En ambtenaren mogen niet in grote groepen bij elkaar gaan staan. Zogeheten floorwalkers zien een aantal keer per dag toe op de naleving van dit samenscholingsverbod. Inmiddels zijn in de torens veertien ruimtes gesloten en 110 werkplekken afgekeurd.

De reden is de vloer. Om precies te zijn: de vloer van prefab ‘breedplaten’ met bollen erin. Bij de luchthaven van Eindhoven stortte in mei vorig jaar een parkeergarage van bouwer BAM in en die had ook zo’n vloer. Totdat definitief is vastgesteld dat de ambtenaren veilig kunnen werken, zijn de maatregelen van kracht.

Geen Lada maar een Audi

„Een icoon”, noemde het huismagazine Smaak van het Rijksvastgoedbedrijf het eigen gebouw, „een huzarenstukje”. Bij oplevering in 2013 was Turfmarkt 147 het grootste kantoorgebouw in Nederland. Was de vorige locatie „een Lada”, dan is de Turfmarkt „een Audi”, vertelde een blije ambtenaar in het blad.

Bouwers BAM en Ballast Nedam mochten het enorme pand met vierduizend werkplekken en twee torens van 146 meter hoog bouwen. Firma BubbleDeck – tevens vloerenleverancier voor de garage in Eindhoven – leverde de breedplaten voor 87.000 vierkante meters vloer, zo’n tweederde van het oppervlakte. Bij de opening was koning Willem-Alexander aanwezig.

Honderden kantoren en scholen hebben mogelijk gevaarlijke vloeren.

Uitgerekend vanuit dit gebouw wordt de werkgroep aangestuurd die, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, voor heel Nederland de breedplaatvloerproblematiek in kaart moet brengen. Want de Turfmarkt is niet het enige gebouw waar de vloer gedoe geeft. De afgelopen maanden zijn honderden gebouwen aangemerkt als een „mogelijk” of „urgent” veiligheidsrisico. En het is verre van zeker dat dit aantal compleet is.

Ooit op papier veilig

Dat er in Eindhoven niemand omkwam toen de enorme parkeergarage instortte, was een klein wonder. Snel daarna kwamen de vragen. Hoe kon een op papier veilige garage plotseling instorten? Na maanden onderzoek door onder meer TNO, de TU Eindhoven en adviesbureau Hageman kregen de betrokken bouwers, constructeurs en ingenieurs zicht op de waarschijnlijke boosdoener: de breedplaatvloeren in de parkeerdekken.

Deze vloeren zijn de afgelopen decennia heel populair geworden in de bouw, vanwege hun lage prijs, brede toepasbaarheid en goede milieuscores. Maar sinds Eindhoven is het imago verslechterd. Vooral breedplaatvloeren waarvan de onderste plaat van zelfverdichtend beton is gemaakt dat niet is opgeruwd, zijn inmiddels verdacht. Zeker als ze zijn gebruikt in gebouwen met grote open ruimtes, zoals scholen, kantoren en garages.

Hoogleraar building engineering en betonspecialist Rob Nijsse van de TU Delft zegt dat breedplaatvloeren in 25 tot 30 procent van de nieuwbouw worden toegepast. Hij leidt een expertgroep ‘Schade-onderzoek in de Bouw’ en begrijpt hun aantrekkingskracht. De platen schelen veel werk op de bouwplaats. In de fabriek wordt de onderste plaat gemaakt, bij het project storten bouwvakkers er een ‘druklaag’ beton bovenop. Als besparende maatregel kan de fabrikant op die onderste laag plastic bollen plaatsen om beton uit te sparen. Dat maakt de constructie lichter en goedkoper.

Lees ook: De instorting van een parkeergarage bij Eindhoven Airport bleek het gevolg van een constructiefout. Tientallen gebouwen in Nederland worden nu onderzocht op dezelfde fout. Enkele werden al ontruimd. Vijf vragen over de onveilige betonvloeren

Maar de twee lagen moeten wel goed plakken – ‘samenwerken’, in bouwtaal – en niet gaan schuiven. Dat gebeurde wel bij de parkeergarage in Eindhoven, toen de temperatuur opliep. Plakken gaat beter als de onderste laag ruw is gemaakt, om de wrijving te maximaliseren. Dat is vooral belangrijk als die laag is gemaakt van glad, ‘zelfverdichtend’ beton, ook zo’n bouwinnovatie.

Voor veel nieuwe gebouwen is het de vraag of er ruwe, goed hechtende vloeren liggen. Bij BubbleDeck, leverancier van de platen voor de garage, de Turfmarkt en tientallen anderen gebouwen, is het opruwen niet gebeurd. „Maar bij sommige van onze concurrenten ook niet, hoor”, zegt directeur Robert Plug, die er niets van gelooft dat het aan zijn platen ligt.

Pandeigenaren laten ’s nachts busjes zonder opdruk voorrijden om metingen te doen.

Dat kan goed, zegt hoogleraar Nijsse. „Opruwen gebeurt door een mannetje dat met een hark door het beton gaat. Doe je dat niet, dan bespaar je op de arbeidskosten. De bouw zoekt al jaren de onderkant van het mogelijke op.” En intussen is het toezicht afgebouwd. „Een grote vergissing”, volgens Nijsse.

Achteraf is het moeilijk vast te stellen hoe er is gewerkt. Nijsse: „Als er eenmaal een laagje beton overheen ligt, kun je heel lang kijken, maar zie je niks.”

Zijn alle gebouwen bekend?

Honderden kantoren en scholen vol mensen die op mogelijk gevaarlijke vloeren werken en studeren. De ernst van de situatie zagen ze bij het ministerie van Binnenlandse Zaken ook wel in.

Toenmalig minister Ronald Plasterk (PvdA) tuigde daarom vorig jaar een speciale ‘breedplaatwerkgroep’ op met daarin constructeurs, betonfabrikanten, het Rijksvastgoedbedrijf, aannemers, toezichthouders en andere experts. Die moet uitzoeken hoe dit probleem valt op te lossen. Ook stuurde de minister alle gemeentes een brief. Of ze konden vaststellen hoeveel gebouwen een risico vormden – een „onmogelijke vraag voor gemeentes alleen”, volgens werkgroeplid Simon Wijte, hoogleraar betonconstructies aan de TU Eindhoven. Deze vraag moest door alle betrokken partijen worden beantwoord.

De eerste controle door de gemeentes, die hiervoor vaak ingenieursbureaus inschakelden, was zuiver administratief. Ambtenaren moesten een door de werkgroep aangeleverd stappenplan aflopen: in welke gebouwen zaten volgens de tekeningen breedplaten? Welk beton was er gebruikt? Hoeveel druk staat er op de vloeren? Is er opgeruwd?

De inventarisatie leverde een bonte verzameling op: scholen, garages en kantoorgebouwen door heel Nederland. De codes „rood” of “oranje” betekenen daarbij een „mogelijk” of „urgent” veiligheidsrisico. Bob Gieskens, directeur van branchevereniging VNConstructeurs en ook lid van de werkgroep, zegt dat zijn eerdere schatting van „een aantal honderden gebouwen” in het rood en oranje steeds beter klopt.

Al deze gebouwen moeten individueel worden onderzocht, op veiligheid en mogelijke complicaties. Bij een deel is het risico zo hoog dat het gebouw deels of helemaal dicht moet, of gestut moet worden. Gebouw X van hogeschool Windesheim is bijvoorbeeld al maanden gesloten, het nieuwe Polak-gebouw van de Erasmus Universiteit is na een verstevigingsoperatie net weer open.

Volgens directeur Gieskens van VNConstructeurs is de eerste inventarisatie „goed op stoom” en moeten pandeigenaren nu bepalen hoe hun specifieke vloerproblemen verholpen kunnen worden. „Onveilig zijn ze niet per se, maar deze vloeren moeten wel weer gaan voldoen aan de wettelijke eisen. En dat kost geld.”

Nu staat het niet vast dat alle potentieel gevaarlijke gebouwen daadwerkelijk zijn getoetst. Het ministerie houdt geen lijsten bij en de inventarisatie is niet expliciet verplicht gesteld. Private partijen, zoals beleggers en vastgoedfondsen, zijn niet individueel aangeschreven. Er is bovendien geen controle op de aangeleverde gegevens. „Niemand weet hoe groot dit probleem echt is”, zegt hoogleraar Nijsse van TU Delft. „Het kan wel in een kwart van het nieuwe vastgoed spelen. De situatie is uiterst grimmig.”

Niet te paniekerig doen

Al mogen de ambtenaren van Binnenlandse Zaken op sommige plekken niet meer komen, toch is er weinig aan de hand, aldus de BZK-woordvoerder. „Het is helemaal niet erg en hartstikke veilig hier. We doen dit om het gebouw in de toekomst optimaal te blijven gebruiken.”

Daarmee verwoordt hij een standpunt van velen: we moeten niet te paniekerig doen. Tienduizenden werknemers die zich opeens niet meer veilig voelen in hun eigen gebouw, bezorgde ouders – het is beter om dit probleem rustig en buiten de publiciteit om op te lossen.

Lees ook: Dit is wat de betonvloeren in Eindhoven deed instorten

Uit het zicht houden is echter lastig. Metingen aan risicovolle vloeren zijn ingrijpend. Daar zijn ingewikkelde apparaten voor nodig of moet er worden geboord. Nijsse: „Als iemand naast je komt boren om te checken of de vloer niet instort, dan ren je toch het pand uit?” Inmiddels laten sommige pandeigenaren ’s nachts busjes zonder opdruk voorrijden om metingen te doen, weten hij en zijn vakgenoten.

Dan probleem twee: niemand weet hoe de vloeren wél veilig te krijgen zijn. Onder leiding van hoogleraar Wijte worden in TU Eindhoven nu proeven uitgevoerd. Zijn de vloeren betrouwbaar als je er, zeg, om de dertig centimeter een metalen staaf in duwt? De resultaten worden dit najaar verwacht.

Maar de allergrootste vraag is: wie gaat alle onderzoeken, aanpassingen, tijdelijke sluitingen en afwaarderingen straks betalen? Razend ingewikkeld, zegt Nijsse. „Maar reken er maar op dat hier de komende jaren enorm over geruzied gaat worden. Dat is heel erg, want met een goed functionerend bouwtoezicht was dit allemaal te voorkomen geweest.”

Correctie (20 april 2018): In een een eerdere versie van dit artikel werd de Turfstraat vermeld. Dat moest zijn: Turfmarkt. Hierboven is dat aangepast. Ook stond er aanvankelijk Runstraat. Dat is veranderd in Rijnstraat.

    • Merijn Rengers
    • Carola Houtekamer