Geen open armen voor vreemde kopers

Ongewenste overnames Het kabinet wil bedrijven in ‘vitale sectoren’ kunnen beschermen tegen overnames. Veiligheid wint van Nederlandse openheid.

In het nieuwe wetsvoorstel krijgt het ministerie van Economische Zaken de mogelijkheid om een overnamebod op een telecombedrijf af te wijzen. Foto Joost van den Broek/Hollandse Hoogte

Kordate woorden en een prominente plek in een grote ochtendkrant van een staatssecretaris die tot nu toe nog niet al te zichtbaar is geweest.

Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken voor het CDA, kondigde donderdag in een interview in De Telegraaf een eerste stap aan van het kabinetsvoornemen om bedrijven in zogeheten ‘vitale sectoren’ beter te beschermen tegen ongewenste overnames. Die eerste stap behelst een wetsvoorstel waarbij het ministerie van Economische Zaken de mogelijkheid krijgt om een overnamebod op een telecombedrijf af te wijzen. De biedende partij wordt verplicht om haar bod vooraf bij het ministerie te melden.

In een begeleidend filmpje zei Keijzer dat het noodzakelijk is dat de overheid buitenlandse overnames „van onze basisvoorzieningen, bijvoorbeeld de telecom en het internet” moet kunnen tegenhouden als die „schadelijk zijn voor het publieke belang van openbare orde en veiligheid”. „Het is namelijk mogelijk dat er een bedrijf is dat niet transparant is, onbetrouwbaar of zelfs crimineel.”

Dat is een ruime formulering van een wetsvoorstel waarvan de tekst nog niet beschikbaar is. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Keijzer dat het voorstel alleen nog maar naar de Raad van State is gestuurd en naar verwachting na de zomer door het parlement kan worden behandeld.

Mislukt bod op KPN

Het voorstel van Keijzer – althans de aankondiging daarvan – is de uitkomst van een discussie die het vorige kabinet is begonnen. Aanleiding daarvoor was de overnamepoging van KPN door de Mexicaanse miljardair Carlos Slim in 2013. Dat bod mislukte maar niet door ingrijpen van de overheid. De vraag rees in het publieke en politieke debat of het wenselijk is dat een bedrijf met zulke belangrijke infrastructuur in buitenlandse handen komt. Moet de overheid daar geen stokje voor kunnen steken? Nu is Mexico een bevriende natie en Carlos Slim een bekende ondernemer met een beursgenoteerd concern (América Móvil), maar wat als een onbekend bedrijf uit Rusland, China of Libië zijn oog laat vallen op KPN? Of op ING of Schiphol?

De vorige minister van Economische Zaken, Henk Kamp (VVD), gesteund door zijn collega’s van Jusitie en Veiligheid, nam de tijd om te onderzoeken wat de criteria voor ‘vitale sectoren’ precies zijn en welke beschermingsmaatregelen hij wettelijk zou kunnen vastleggen. De discussie werd relevanter nadat ook bedrijven als NXP (chips), PostNL en Fox-IT (IT-beveiliging) door buitenlandse bieders waren overgenomen of waren belaagd.

In februari vorig jaar formuleerde Kamp zijn eerste ideeën voor de telecomsector. Die gingen minder ver dan de meldplicht vooraf die het kabinet nu wil. Kamps opvolger Eric Wiebes (VVD) zal zijn oordeel over andere potentiële vitale sectoren waar soortgelijke beschermingsmaatregelen voor zouden kunnen gaan gelden „rond de zomer” naar de Tweede Kamer sturen, beloofde hij vorige week.

Mona Keijzer, de staatssecretaris die over telecom en post gaat, suggereerde donderdag al drie andere economische sectoren die de status vitaal zouden kunnen krijgen: energie, water en chemie.

Keijzers politiek leider, Sybrand Buma, noemde vorig jaar in verkiezingstijd ook al wat andere sectoren die bescherming nodig zouden hebben: voedsel, veiligheid en landbouw. Daarmee typeerde Buma de verschuiving die meer Nederlandse politici hebben gemaakt op dit terrein. Het CDA was van oudsher een partij die wars van protectionisme was – Nederland heeft als klein land altijd een open economie gaat waar buitenlandse investeerders weinig hindernissen tegen komen. Inmiddels lijkt het veiligheidsbelang, ook in de economie, te prevaleren.

In het regeerakkoord van oktober was de „specieke bescherming” van vitale sectoren reeds aangekondigd, waarbij met name „landbouwgronden en bepaalde regionale infrastructuur” werden genoemd.

Rutte III heeft nog twee beschermingsmaatregelen op de agenda staan, en gaat daarmee verder dan eerdere kabinetten. Zo wil het in Europees verband afspraken maken met landen buiten Europa die barrières opwerpen voor Europees kapitaal. Dat kan twee kanten op werken: of een protectionistisch land als China gaat handelsbarrières voor de EU beperken, of Europa komt met soortgelijke hobbels.

Naar aanleiding van de strijd vorig jaar om AkzoNobel en Unilever wil het kabinet bovendien beursgenoteerde bedrijven een langere bedenktijd bieden om onwelgevallige biedingen af te slaan.

Het is nog niet gezegd dat de aangekondige protectie zonder meer door het parlement gaan komen. De VVD-fractie in de Tweede Kamer, de grootste regeringspartij, is net als vorig jaar uitermate kritisch op aangekondigde beschermingsmaatregelen van het eigen kabinet. Kamerlid Hayke Veldman: „Wij zijn voor zo min mogelijk belemmeringen van onze vrij en open economie. Elke hobbel is slecht voor het investeringsklimaat en dus voor de werkgelegenheid.”

Correctie (20 april 2018): in een eerdere versie van dit artikel stond dat voormalig minister Kamp zelf nog geen wetsvoorstel over dit onderwerp had geschreven. Dat is onjuist en hierboven verwijderd.