‘Een kolenfonds als redmiddel’

Effect energietransitie Een kolenfonds voor werknemers in de steenkoolsector die hun werk verliezen na sluiting is nodig, zegt de SER. Bedragen noemt de raad niet.

Wat moeten werknemers in de steenkoolsector, zoals bijvoorbeeld bij dit overslagbedrijf voor steenkool in Amsterdam, als de kolencentrales sluiten? Foto Koen Suyk/ANP Xtra

De overheid moet zorgen voor een kolenfonds met „voldoende middelen” voor werknemers in de steenkoolsector die werkloos worden door sluiting van de kolencentrales.

Dat schrijft de Sociaal-Economische Raad (SER) in een donderdag uitgebracht advies over de effecten van de ‘energietransitie’ op de Nederlandse arbeidsmarkt. De SER waarschuwt dat het knelt. De bestaande situatie „volstaat niet” om het klimaat- en energiebeleid van het kabinet uit te voeren.

Een van de meest in het oog springende problemen: wat moeten werknemers in de steenkool straks? Uiterlijk in 2030 sluiten de vijf Nederlandse kolencentrales, zo is afgelopen herfst besloten in het regeerakkoord. Vakbond FNV voerde daarvóór al campagne voor de instelling van een kolenfonds, voor werknemers in de centrales of kolenoverslag die hun baan verliezen.

De SER schat dat de werkgelegenheid van zo’n 2.700 werknemers in het geding is. FNV pleitte er in april 2017 voor dat de overheid 600 à 800 miljoen euro vrijmaakt ter compensatie voor deze groep, maar toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) zei dat de instelling van zo’n fonds „niet aan de orde” was. Nu tot sluiting is besloten in het regeerakkoord, zet het SER-advies zo’n kolenfonds alsnog op de agenda van het kabinet. De raad noemt geen bedragen.

„Ook de SER zegt nu dat de overheid een bijzondere rol dient te spelen”, zegt vicevoorzitter Kitty Jong van de FNV. „We zien zo’n fonds als een redmiddel”, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. „Het beste is als al die mensen gewoon weer aan de slag komen.”

Gasfonds

Kitty Jong, die namens de FNV meeschreef aan het SER-advies, benadrukt dat zo’n fonds ook voor andere ‘fossiele’ banen kan worden opgezet. Hamer wil nog niet vooruitlopen op de oprichting van een eventueel gasfonds. „We willen vooral dat de werkgelegenheid in het noorden intact blijft.”

Hoewel er door de energietransitie banen verloren gaan in ‘fossiel’, komen er al met al juist veel banen bij, constateert de SER. Er is dus scholing en omscholing van tienduizenden mensen nodig. De installatiebranche maakt nu al melding van een tekort van 15.000 banen, aldus het advies van de SER.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schatte in een vorige maand verschenen rapport zelfs dat er in 2030 in totaal meer dan 300.000 nieuwe arbeidsplaatsen ontstaan door de investeringen in de energietransitie, vooral voor ingenieurs en machinebouwers. Het zijn mensen die bijvoorbeeld windmolens construeren of warmtepompen installeren.

Aan die mensen is nu al een tekort. „De krapte op de arbeidsmarkt is enorm”, zegt Jong van de FNV. Dat vertraagt de overstap op schone energie, waarschuwt de SER. Aan het advies werkten wetenschappers, vakbonden, werkgeversorganisaties en Milieudefensie mee.

Voor het kabinet dient het SER-advies als basis voor de onderhandelingen over een klimaatakkoord, die deze maand zijn begonnen. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent te beperken ten opzichte van 1990. De onderhandelingen worden gevoerd aan vijf thematische ‘tafels’, zoals elektriciteit en landbouw. Ook is een ‘taakgroep’ ingericht voor arbeidsmarkt en scholing, onder leiding van Hamer. Die begint in mei.

Het PBL wees er in zijn rapport wel op dat door de energietransitie ook veel mensen hun baan kunnen verliezen: in een extreem scenario zelfs zo’n 200.000. Dat gebeurt als burgers en bedrijven minder te besteden hebben door de grote benodigde investeringen in energie. Die kosten worden, voor de hele samenleving, geschat op 28 miljard euro in 2030. Nu is dat nog 15 miljard.

Over de gevolgen van koopkrachtverlies voor de arbeidsmarkt spreekt de SER zich niet uit. „Dat was ons niet gevraagd”, zegt Hamer, „maar ik denk dat we daar wel beter naar moeten kijken.”

Het SER-advies geeft zeven algemene ‘handvatten’, zoals over (bij)scholing en regionaal beleid. Het spreekt zich niet uit over prioriteiten bij sectoren, zoals in industrie of woningbouw, of de bekostiging van maatregelen. Volgens de SER is het aan de ‘tafels’ om concrete maatregelen uit te werken. Hamer: „Het advies is bedoeld om de urgentie helder te krijgen.”

Lees ook: Schone energie creëert vooral banen voor technici
    • Hester van Santen