Het stormt nog niet, maar het is zwaar weer in de internationale orde

Directeur Instituut Clingendael De wereld is lange tijd niet zo turbulent geweest. Tegelijk moet denktank Clingendael de markt op om te overleven.

Monika Sie, directeur Clingendael: „We zijn minder pessimistisch dan andere denktanks, die een ‘wereldwanorde’ zien.” Foto Roger Cremers

De directeur komt voorrijden op de fiets. Telefoneren, zwaaien, fiets parkeren: alles tegelijk. De dingen moeten snel gaan als de wereld op zijn kop staat en je directeur bent van een denktank voor buitenlands beleid.

Monika Sie (51) gaat voor naar haar werkkamer in villa Clingendael, een bescheiden hoekkamer op de begane grond met uitzicht op het landgoed. Onderweg passeren we het kantoortje van haar voorganger, Ko Colijn. Eerdere directeuren hielden kantoor in een mooiere kamer boven – tijdens WOII de slaapkamer van rijkscommissaris Seyss-Inquart. Sie koos ervoor om met „Ko”, die slecht ter been is, beneden te blijven.

Instituut Clingendael heeft twee gezichten. Veiligheidsexpert en journalist Ko Colijn groeide in decennia uit tot prominent duider van geopolitieke crises. Zijn typische dag als directeur begon met het lezen van de Financial Times en eindigde met een optreden bij Nieuwsuur, schetst Sie. Het ‘buitenland’ was een domein voor deskundigen, die soms de classicistische villa verlieten om de burger uit te leggen hoe de wereld erbij lag.

Die kalme periode is voorbij. Behoefte aan uitleg is er nog steeds, maar het is niet meer genoeg om te overleven. De wereld stelt andere eisen, Clingendael moet zich aanpassen. Sie, aangetreden in de zomer van 2016, komt dan ook niet alle dagen toe aan ‘duiden’. Zij moet Clingendael eerst veranderen. Vlak na de aanval op Syrië sprak ze over de dreigingen in de wereld en over de onzekere tijd in het 17de-eeuwse Clingendael Huys.

Het moet een fascinerende periode zijn voor de directeur van een denktank. Elke dag een nieuwe crisis.

„De internationale gebeurtenissen zijn inderdaad heftig, ze raken meer mensen direct en het publiek is, anders dan voorheen, intens betrokken. Mensen hebben nu ook opvattingen over het buitenland. Ze willen gehoord worden en terugpraten. Uitleggen alleen volstaat niet meer.

„Het buitenland is ook heel erg gepolitiseerd. Je kunt verkiezingen winnen of verliezen op ‘Europa’. Vroeger was het ‘buitenland’ de laatste paragraaf in verkiezingsprogramma’s, stukken in kranten waren door deskundigen voor deskundigen. Nu is het de voorpagina.”

Lees ook: Nederland kan beter snel andere EU-vrienden zoeken

Een harde markt

Een half jaar na haar komst staakte de overheid de instellingssubsidie. Clingendael moet nu op de markt vechten voor zijn bestaan. Sie, sociaal- democraat en wetenschapper, vraagt zich af of dat besluit wel zo wijs was. Moet buitenlandonderzoek geen ‘publiek goed’ zijn? „Buitenlandonderzoek mag niet gekaapt worden door belanghebbenden zoals de defensie-industrie, multinationals of ngo’s. Je moet de onafhankelijkheid en de Nederlandse invalshoek borgen.”

Het is een harde markt. Denktanks staan onder druk. Ze werken voor bedrijven, of begeven zich op de consultancymarkt. Projecten worden kortademiger, er wordt minder in kennis geïnvesteerd. Soms valt een instituut om, pas nog het Institute for Global Justice in Den Haag, dat in vijf jaar 17,3 miljoen subsidie opbrandde. Clingendael heeft één geluk: het is naast denktank ook diplomatenacademie. Net als bij de universiteit financiert lesgeven deels het onderzoek.

Om te overleven moet Clingendael andere dingen doen. Minder aandacht voor de Nederlandse defensie, want daar is maar één afnemer voor: Defensie. Meer voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, want daar is heel Europa in geïnteresseerd omdat er potentiële migranten wonen. Clingendael zoekt samenwerking. Directeur en onderzoekers trekken eropuit. Ze leggen contacten met informanten in Libië, bouwen een netwerk in de Sahel. „Hier in de villa is het stil, de onderzoekers zijn buiten.”

Nieuwe markten, nieuwe financiers, nieuwe producten. „Door een paar maatschappelijk urgente domeinen te kiezen waarin we de besten kunnen zijn, wil ik voorkomen dat we door de subsidiestop verlammen.” Op de ranglijst van Europese denktanks steeg Clingendael van plaats 17 naar 10. Er worden pijnlijke beslissingen genomen, mogelijk moeten er arbeidsplaatsen verdwijnen. „We zijn aan het reorganiseren. We moeten de onderzoekseenheden dichter bij de verwachte verkopen van het komend jaar brengen.”

Vlak voor de aanval op Syrië presenteerde Clingendael samen met concurrent The Hague Centre for Strategic Studies een jaarlijkse bestandsopname van de wereld, een strategische monitor. Op de voorpagina prijkt een dreigende donderwolk. Stilte voor de Storm? heet het.

Raketten op Syrië, een emotionele, onvoorspelbare Amerikaanse president, een assertieve Russische president, gifgas, nieuwe kernwapens, Brexit. Als dit stilte voor de storm is…

„Alle signalen staan op oranje. Vorig jaar zeiden velen: met de onvoorspelbare Trump kan snel een echt militair conflict tussen de grootmachten uitbreken. Bovendien zou met Brexit het handelingsvermogen van Europa worden aangetast. Díé storm is er nog niet. Maar de wolk is niet voor niets zo dreigend.”

Waarom is het nog niet losgebarsten?

„De internationale orde is veerkrachtig. Ondanks de oorlogszuchtige tweets van Trump was de represaillemaatregel zaterdag tegen Syrië proportioneel en heel precies. Er is niet één internationale orde waarin alles in het teken staat van het geopolitieke conflict tussen het Westen en Rusland. Er wordt op tal van terreinen wel degelijk samengewerkt. Europa heeft bijvoorbeeld tegen ieders verwachting in wel één front gevormd in de Brexitonderhandelingen – dat lag helemaal niet voor de hand, want de belangen in de EU liepen niet parallel.

„Je hebt een hele reeks internationale regimes, een hele serie beleidsterreinen van conflict én samenwerking. Neem China. Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zei in zijn State of the Union: we moeten ons goed realiseren hoe strategisch Chinese investeringen in Europa zijn, willen we dat nog wel? Tegelijk wordt gestreefd naar samenwerking met China op klimaatgebied.”

Lees ook: In 2017 zoekt de wereld een nieuw evenwicht

De wereld is in cellen opgedeeld?

„Ja, en we hebben onderzocht of er besmetting optreedt. Gaat het slecht in het ene domein, gaat het dan ook slecht in het andere? Er is veel minder besmetting dan je zou denken. Het is niet zo dat als het slecht loopt op nucleair gebied er dan onmiddellijk internationale anarchie heerst.”

Waarom slaat de ellende niet over?

„De onderhandelingen worden vaak gevoerd door specialisten. Dat isoleert. Alleen bij territoriale dreigingen ontstaat besmetting. De annexatie van de Krim heeft natuurlijk onmiddellijk negatieve gevolgen. Maar op andere terreinen zie je dat niet.

„Als de VS zich terugtrekken uit het Klimaatverdrag, is dat heftig, een grote dreiging, met gevolgen voor ecologische veiligheid. Maar het besmet niet per se de hele orde. We zijn minder pessimistisch dan andere denktanks, die een ‘wereldwanorde’ zien.

„Bovendien moet je voorzichtig zijn met dat beeld. Het is self-fulfilling. Sommige politici spinnen garen bij dat beeld van anarchie, want dan kunnen zij de sterke man zijn die het land kan redden.”

Kritieke infrastructuur

Geen noodklok nog, wel zwaar weer op komst. Om precies te peilen welke kant het op gaat, zou in Nederland één plek moeten komen waar dreigingen permanent worden onderzocht, kennis uit verschillende disciplines gecombineerd wordt. Nederland heeft, zegt Sie, bijvoorbeeld geen China-strategie. Economische Zaken is positief over Chinese investeringen, de politie maakt zich zorgen over illegale immigratie, de NCTV over cyberbedreiging en politici vragen zich af of het wel verstandig is als kritieke infrastructuur als de haven in handen zou komen van China.

„Er is geen permanente geïntegreerde dreigingsanalyse. Die moet er komen, bijvoorbeeld in vorm van een analysegroep in de omgeving van de premier. In de luwte voor de storm, in de tijd die ons rest, zouden we dát moeten doen. Want zó luw is het niet meer. Je hoort het loeien al.”

    • Michel Kerres