Recensie

De slang is ontsnapt via een gat in de muur

Fotografie Op de analoge zwart-witfoto’s van Tereza Zelenkova zijn vooral onheilszwangere, mystieke en legendarische plekken in haar vaderland Tsjechië te zien, en geen slang.

Tereza Zelenkova, Byccí Skála Cave, 2011

Als de ringslang, de adder of hazelworm bij je aan de deur klopt, groet je hem beleefd, je laat hem binnen en geeft hem te drinken, een kommetje melk liefst. De slang brengt voorspoed en geluk volgens de legende die van generatie op generatie in Oost-Europese families wordt doorverteld. Zo’n dier sla je niet dood: je verwelkomt het.

De Tsjechische fotografe Tereza Zelenkova (1985), opgeleid aan onder andere de Londense Royal Academy of Arts, koestert de slang alleen metaforisch op haar kleine maar piekfijne presentatie die nu in FOAM in Amsterdam is te zien. Op ongeveer twintig analoge zwart-witfoto’s die Zelenkova de afgelopen jaren maakte van vooral onheilszwangere, mystieke en legendarische plekken in haar vaderland, is namelijk geen slang te zien. Het dier is – volgens de titel van de tentoonstelling – ‘ontsnapt via een gat in de muur’. Dit kan betekenen – zo lees ik het – dat met dat vertrek alle beetjes voorspoed en geluk uit de foto’s van Zelenkova verdwenen zijn. Maar het betekent ook dat het ‘gat in de muur’ een drempel is waarachter een wereld van geheimzinnige betovering en vertelkracht zichtbaar wordt.

Mensenoffers

Zelenkova, die in het verleden fotoprojecten maakte over de huizen van bijvoorbeeld Freud en Bataille – ze heeft een duidelijke smaak – richt zich sinds 2011 op haar vaderland. Haar doel was om één wereldberoemde mystieke plek te fotograferen: de voor publiek gesloten en heel zelden toegankelijke grot Byccí Skála (letterlijk: de Stierenrots). Deze grot in het Moravische karstgebergte is dertien kilometer lang – de op één na langste van het land. In de prehistorie werden hier mensenoffers gebracht. Aan het eind van de negentiende en in de loop van de twintigste eeuw vonden speleologen en archeologen in de grot de resten van veertig vrouwelijke skeletten. Bij velen ontbraken luguber genoeg hoofd, handen en voeten.

Tereza Zelenkova, Elizabeth Bathory’s Bedroom Cachtice Castle, 2015

Byccí Skála smaakte naar meer en Zelenkova bracht de jaren daarna meer plekken in kaart: de donkere bossen van Noord-Bohemen, melancholiek stemmende ruïnes, kastelen, de ‘Duivelsrotsen’ in de buurt van Teplice. Ze bezocht de plek waar ‘bloedgravin’ Elizabeth Bathory haar maagden ombracht en nog meer.

Bij dit soort onderwerpkeuze liggen kitsch, zwijmelarij en ruïne-porno op de loer. Maar Zelenkova ontsnapt aan die valkuil doordat ze de voorwerpen, (delen van) gebouwen en landschappen met hard licht inflitst, waardoor elk detail zichtbaar wordt.

Die zichtbaarheid betekent bij Zelenkova iets anders dan transparantie. Al haar motieven – of het nu het binnenste van de ‘Stierenrots’, een gat in de muur van het huis van de bloedgravin of een barok boerenhuis betreft – krijgen een monumentale uitstraling. Ze zijn uit de werkelijkheid gelicht door de fotograaf, onwrikbaar vastgelegd op foto, en vervolgens hebben ze een nieuwe bezieling gekregen, een soort echo van een adem. Dat is wat je ervaart als je naar Zelenkova’s werk kijkt. Er is meer dan je waarneming alleen: maar het is ontsnapt via een gat in de muur.

    • Lucette ter Borg