Recensie

Westworld 2: Bloed en filosofie in een spel met tijd

Sci-fi-western In het tweede seizoen van Westworld vervaagt de scheidslijn tussen mens en robot verder. Westworld kon wel eens een mega-Facebook zijn, opgezet om data over bezoekers te vergaren.

‘These violent delights have violent ends’. Dat Shakespeariaanse motto maakte HBO-serie Westworld in seizoen één helemaal waar, toen de robotcowboys en saloonmeisjes van dit futuristische westernpark zich op de bezoekers storten die hen dag in, dag uit mishandelden, verkrachtten of doodschoten. Die Robocalypse bleek het afscheidsfeestje van het mysterieuze genie Robert Ford (Anthony Hopkins), schepper van Westworld.

Hoe moet dat in seizoen twee nu verder met het ontwaken der robots? Ze zijn zelfbewust en dodelijk: juist de zoete boerendochter Dolores (Evan Rachel Wood) lyncht mensen met groot fanatisme. De ‘man in black’ (Ed Harris), baas van concern Delos dat Westworld exploiteert, zoekt verder naar het geheim dat Ford diep in zijn pretpark codeerde. Hoerenmadame Maevis (Thandie Newton) wil haar dochter vinden, en vertel haar niet dat zij fictie is. Dan wordt Maevis razend: welke identiteit heeft zij naast haar programmering? Ook andere robots zijn zich nu wel bewust van hun verleden en vijand, maar ontsnappen niet aan hun codering. Tenzij je weet hoe dat moet.

Westworld kraakt in jaargang twee tussen het bloedvergieten door opnieuw talloze filosofische noten over intelligentie en identiteit, fictie en realiteit, vrije wil en causaliteit. De scheidslijn tussen mens en robot vervaagt verder en Westworld kon wel eens een mega-Facebook zijn, opgezet om data over bezoekers en hun drijfveren te vergaren.

Dat valt op te maken uit de eerste vijf afleveringen, waar researcher Bernard (Jeffrey Wright) confuus ontwaakt in de branding, tussen karkassen van feestgangers. De Robocalyps blijkt al twee weken onderweg, huurlingen komen orde op zaken stellen. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Wat is Bernards rol?

Het flasbacken en flashforwarden kan beginnen; tijd was de troefkaart van seizoen één. Showrunner Jonathan Nolan van Westworld schreef eerder voor zijn broer Christopher filmscripts vol tijdgrappen: Memento en Interstellar. Het soms best verwarrende eerste seizoen van Westworld klikte door zo’n tijdstruc als een slot dicht: de naïeve bezoeker William (Jimmi Simpson), die valt voor robotmeisje Dolores, blijkt de dertig jaar jongere versie van de cynische, wrede ‘man in black’ te zijn.

Jonathan Nolan kan moeilijk weer zo’n konijn uit de hoge hoed toveren. Maar Westworld heeft nu ook minder uit te leggen. De helden – robots, met meestal mensen als sidekick – rekken liever de grenzen van ruimte en tijd op. Opnieuw doorkruisen ruitergroepen met vage reisdoelen de prairie, ditmaal ook naar andere pretwerelden: Shogunland, Brits India. Er zijn bloedbaden en nipte ontsnappingen naar ondergrondse tunnels, laboratoria waar geheim en luguber onderzoek wordt verricht.

En er zijn tijdlijnen. Zo zien we William door de jaren veranderen in de ‘man in black’, leren we dat je een mensengeest niet zomaar in een robot verplaatst en dat Dolores meer van de grote buitenwereld weet dan we dachten. En wat is er zo speciaal aan haar sputterende robotvader? Na vijf afleveringen bloed en filosofie duizelt het je, maar na seizoen één vertrouw je er ook op dat er straks vraagtekens verdwijnen. Al moet je blijven opletten bij deze Game of Thrones voor hoog opgeleiden.

    • Coen van Zwol