Opinie

    • Maarten Schinkel

Wie heeft schuld aan de schulden?

Het is vrij alarmerend, de optelsom die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) deze week geeft van de schulden in de wereld. De wereld staat in totaal 164.000 miljard dollar in het krijt, ofwel 225 procent van het wereldwijde bbp. In 2007, aan de vooravond van de financiële crisis, was dat nog 115.900 miljard dollar, of 199 procent van het mondiale bbp.

Maar waar zijn de schulden toegenomen? Overal, stelt het IMF. Maar in sommige landen of groepen meer dan andere. In de Verenigde Staten, waar voor binnenlands gebruik een nettodefinitie van de staatsschuld wordt aangehouden, wordt gedacht dat die staatsschuld iets meer dan 80 procent van het bbp is. Dat vindt men al hoog, al zijn het juist de voormalige Republikeinse haviken die in december instemden met een belastingplan dat de overheidstekorten en schulden alleen maar verder opjaagt. Het tekort wordt er in 2019 bijna 6 procent van het bbp – en dat na jaren van hoogconjunctuur. De Amerikaanse staatsschuld bedraagt, volgens de internationale definitie die de meeste landen hanteren, geen 80 procent maar 107 procent van het bbp.

Europa gaat zeker niet vrijuit, laat staan Japan. Niet voor niets stelt het IMF dat de gezamenlijke staatschuldquote van gevestigde industrielanden nu 105 procent van het bbp bedraagt. Nooit sinds de Tweede Wereldoorlog was dat hoger.

En het gaat zeker niet alleen om overheden. Private schulden, van bedrijven en huishoudens, zijn hier sinds 1950 verdriedubbeld. Bedrijven hebben geleerd dat eigen vermogen een domme last is, en de hefboom van schuld veel aantrekkelijker. Kijk naar de sinds eind jaren tachtig florerende private-equityindustrie die bedrijven overneemt door hen zelf de schulden aan te laten gaan die hun eigen overname financieren. We zijn het normaal gaan vinden. Maar dat is het niet.

Huishoudens? Gaan ook niet vrijuit. Nog dinsdag meldde de Vereniging Eigen Huis dat eenderde van de huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek deze niet denkt te kunnen aflossen. Zien we later wel. Maar eenmaal met pensioen daalt het inkomen (en de aftrek) zodanig dat die schuld écht wordt, en geen abstractie meer. En dan is drie ton opeens heel veel geld.

Zo stapelt zich tijdbom op tijdbom. En er is een nieuwe bijgekomen. De totale schuld in China (publiek en privaat) bedroeg in 2007 4.900 miljard dollar. Tien jaar later is dat geëxplodeerd tot 25.500 miljard – meer dan een vervijfvoudiging. Dat maken ook economische groeicijfers van 6 procent per jaar niet goed. Volgens het IMF is China zelfs verantwoordelijk voor driekwart van de toename van de mondiale private schuld in de afgelopen tien jaar.

Kan het erger? Het kan erger. Zoals de Amerikaanse overheid zichzelf wijsmaakt dat de staatsschuld een kwart lager is dan werkelijk het geval is, heeft China zijn eigen ontkennende fase. Officieel is de overheidsschuld daar 40 procent van het bbp.

Maar het IMF is gaan rekenen: veel lokale overheden zijn schulden aangegaan buiten de boeken om, vaak via speciale schuldvehikels. De Chinese overheid maakte in 2014 schoon schip door tweederde van die schulden te erkennen. Maar voor de rest acht de staat zich er niet verantwoordelijk voor. Intussen zijn de schaduwschulden wél doorgegroeid. Het IMF komt, als die worden meegeteld, op een totale Chinese overheidsschuld van niet 40 procent, maar ruim 90 procent van het bbp in de eerstvolgende jaren. Weer een tijdbom erbij, in een wereld die rode cijfers blijft schrijven.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel