Opinie

    • Frits Abrahams

Wat helpt bij depressies?

Wat is de beste remedie voor mensen die lijden aan depressies? Pillen of praten of beide? Het is een klassiek debat in de psychiatrie. Uit de Volkskrant begrijp ik dat het pleit nu definitief beslecht is, met als uitkomst: pillen én praten.

Het zou blijken uit een studie van onder meer het AMC, de universiteit van Groningen, de VU en Radboudumc, die gepubliceerd is in Lancet Psychiatry. Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende manieren om de kans op een derde, vierde of vijfde depressie te verkleinen. Het meest effectief – effectiever dan het louter slikken van medicijnen – is een combinatie van antidepressiva met een korte, preventieve gesprekstherapie. Dan is er 41 procent minder kans op een nieuwe depressie.

Ik ben maar een leek op dit gebied, zij het een zeer geïnteresseerde, ook al heb ik godlof zelf nooit onder depressies geleden. Toch kreeg ik een kolossaal déjà vu bij dit bericht, uitmondend in de weemoedige gedachte: jammer dat prof. dr. R.H. van den Hoofdakker dit niet meer heeft mogen meemaken! Hij leefde van 1934 tot 2012 en was buiten de psychiatrie beter bekend onder zijn pseudoniem Rutger Kopland, de dichter.

Op 2 december 1995 interviewde ik hem voor deze krant, vooral over psychiatrie, al kon ik niet nalaten het appelboompje in zijn achtertuin te signaleren. Was dit soms het boompje uit zijn vermaarde gedicht ‘Onder de appelboom’? Met onder meer de troostende regels: gelukkig kwam er iemand naast mij/ zitten, om precies te zijn jij/ was het die naast mij kwam/ onder de appelboom, zeldzaam/ zacht en dichtbij/ voor onze leeftijd. Ja, dat boompje was het, zij het gehalveerd door een storm.

Wij spraken toen uitgebreid over ‘pillen of praten’, het onuitroeibare schisma in de psychiatrie, zoals hij het noemde. Hij koos duidelijk voor ‘pillen én praten’. „Ik ben psychotherapeut, maar ik heb ook veel pillen verstrekt in mijn leven, elektroshocks gegeven, lichttherapieën en slaaponthouding voor depressieve mensen – het hele arsenaal waarmee je de toestand van mensen kunt verbeteren.”

In zijn afscheidscollege ‘De biologie van het geluk’ kritiseerde hij sommige collega’s. „Biologische psychiaters kortom zijn producten en producenten van een politieke cultuur, een cultuur die tegenwoordig ‘no-nonsense’ wordt genoemd, een cultuur m.a.w. van afnemend sociaal bewustzijn, afnemende solidariteit en toenemend egoïsme, waarin mensen als Pronk worden gemarginaliseerd en mensen als Bolkestein geadoreerd. Geluk is handel, de beste reclame is dat geluk biologisch is, de biologische psychiater dreigt een drogist te worden.”

Wat verstond Van den Hoofdakker precies onder dat ‘praten’? Lange psychoanalytische gesprekken? Of de korte, preventieve cognitieve therapie, zoals de Lancet-studie die aanbeveelt? Dat kwam in dat interview helaas niet ter sprake. Ik zou het nu zeker gevraagd hebben.

Hoe bedenkelijk het ook is om voor de doden te spreken, ik ga ervan uit dat Van den Hoofdakker tevreden zou zijn geweest over die Lancet-studie. Net zo tevreden als de hoofdonderzoeker Claudi Bockting, die juichend vaststelt dat er een alternatief voor antidepresssiva is – juichend „omdat de praktijk laat zien dat de meeste mensen het niet volhouden om jaar in jaar uit antidepressiva te slikken”.

    • Frits Abrahams