Walter Ligthart benoemd tot algemeen directeur Theater Rotterdam

Theater

Er moet nog veel gebeuren in de fusie van toneelgroep het Ro Theater, Productiehuis Rotterdam en de Rotterdamse Schouwburg

Walter Ligthart Foto Willem de Kam

Walter Ligthart is de nieuwe directeur van Theater Rotterdam. De voormalig directievoorzitter van Het Nationale Theater is deze week meteen begonnen. De directie van Theater Rotterdam bestaat nu weer uit drie personen, met voormalig schouwburgdirecteur Ellen Walraven op de positie van artistiek directeur en Bert Determann als directeur bedrijfsvoering. Ligthart is de voorzitter.

De benoeming van Ligthart komt kort na het onverwachte opstappen van Melle Daamen als algemeen directeur, begin april. Daamen was pas sinds september 2016 in dienst bij de organisatie, waar hij leiding gaf aan de fusie tussen toneelgroep het Ro Theater, Productiehuis Rotterdam en de Rotterdamse Schouwburg.

Walter Ligthart (62 jaar) nam officieel pas op 1 april afscheid bij Het Nationale Theater in Den Haag. Daar leidde hij een vergelijkbare fusie: van Koninklijke Schouwburg, Theater aan het Spui en het Nationale Toneel. Verder is hij als bestuurslid van de Nederlandse Associatie Podiumkunsten (NAPK) onder andere betrokken bij talentontwikkeling en het vergroten van diversiteit binnen de sector. Tot 2010 was Ligthart partner bij organisatie-adviesbureau Twynstra Gudde.

Ligthart: „Het plan was, toen ik eind maart vertrok in Den Haag, om even bij te komen. Maar toen kwam dit langs en dat was zo bijzonder en uitdagend dat ik geen nee kon zeggen.”

Bij het vertrek van Daamen constateerde Jos Baeten, voorzitter van de Raad van Toezicht, dat Theater Rotterdam „niet klaar” is en dat de fusie nog veel werk vraagt. Ligthart beaamt dat Theater Rotterdam stappen moet zetten. „Er is een prachtig palet aan mooie producties gemaakt door een groep goede en veelbelovende makers, maar Theater Rotterdam maakt naar buiten toe een zoekende indruk. Het wordt tijd dat dat een ‘vindende’ indruk wordt.”

Wat heeft Ligthart geleerd bij het leiden van de Haagse fusie? „De opgave is om het werk dat je voor de buitenwereld verricht te verbinden met wat er in een organisatie gebeurt. Ik bedoel daarmee dat je niet alleen bezig moet zijn met het gezicht van een theater, maar ook met wat de mensen binnen in de organisatie doen. Daar kun je niet genoeg aandacht aan besteden. De bedrijfsvoering van een gezelschap is anders dan van een podium. Theater produceren gaat over de lange termijn, over investeringen in eigen voorstellingen. Theater programmeren is breder en diverser, met meerdere voorstellingen per week.”

Bij zijn vertrek liet Daamen weten in die kant van een fusie („interne aandacht en energie”) „minder tot zijn recht” te komen. Ligthart: „Met het inrichten van een organisatie scoor je niet bij het publiek, maar het scheppen van goede randvoorwaarden voor medewerkers is onontbeerlijk. Dat zie je vervolgens weer terug in hoe een organisatie presteert.”

Tot de stappen die gezet moeten worden, hoort het inrichten van een begrijpelijke website. De vraag of hij wel eens de website van Theater Rotterdam heeft bezocht en of hij er wijs uit kon, beantwoordt Ligthart met een lange lach. Dan zegt hij: „Ik weet niet of je wel eens de website van Het Nationale Theater hebt bezocht?”

Bij beide websites verdringen schouwburg en theatergroep zich om aandacht, ten koste van een heldere navigatie. Ligthart: „Het is duidelijk dat de culturele sector het op dat punt beter kan doen, en dat we bijvoorbeeld kunnen leren van hoe sites als bol.com omgaan met klanten.”

Sinds besloten werd dat Johan Simons geen artistiek leider van Theater Rotterdam zou worden, is het artistieke profiel van Rotterdam diffuus gebleven. In Den Haag en Amsterdam ligt het artistiek leiderschap in handen van regisseurs: Ivo van Hove en Eric de Vroedt. In Rotterdam werd de directeur van de schouwburg, Ellen Walraven, artistiek verantwoordelijk. Ligthart: „In Rotterdam doen we het anders. De artistieke koers wordt bepaald door de artistiek directeur, in nauw overleg met de makers en overige leden van de directie. Dat vloeit ook voort uit het beleid dat in 2015 is opgesteld voor de huidige subsidieperiode. Bij het opstellen van nieuwe plannen gaan we die situatie ongetwijfeld evalueren.”

    • Ron Rijghard