Te veel opleidingen voor banen die er niet zijn

Onderwijs Mbo-opleidingen in mode, podiumkunsten en mediavormgeving zijn populair. Te populair.

Een student van de Rockacademie krijgt basles. Foto Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte

Het aantal mbo-studenten in creatieve vakken is de afgelopen jaren veel sneller gegroeid dan het aantal banen in die sector. Specialismen als mediavormgeving, podiumkunsten en mode zijn populair onder jongeren, maar werk is er nauwelijks. En toch komen er nog steeds creatieve opleidingen bij. Dat concludeert de commissie macrodoelmatigheid mbo in een advies aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De commissie onderzocht 24 mbo-opleidingen in de creatieve sector. Tussen 2005 en 2016 groeide het aantal studenten er met 65 procent tot een totaal van 60.000, terwijl de arbeidsmarktpositie van creatief opgeleiden volgens de commissie „matig tot onvoldoende” is. Tegelijkertijd neemt de interesse van mbo-studenten voor technische specialisaties, waar wél veel behoefte aan is, af.

Bij onderlinge afstemming hebben de mbo’s te weinig rekening gehouden met het arbeidsmarktperspectief. Zo’n overschot aan afgestudeerden is bovendien in strijd met de wettelijke zorgplicht alleen opleidingen aan te bieden die afgestudeerden genoeg perspectief op een baan geven.

Bij twee creatieve mbo-opleidingen is de situatie zelfs zo ernstig dat de opleidingen volgens de commissie helemaal geschrapt moeten worden. Het gaat dan om de artiestenopleiding en ‘desktop publishing’. Het aantal studenten dat kiest voor creatieve mbo-opleidingen als mediavormgeving of mode- en maattechniek moet daarnaast worden teruggebracht naar de situatie van het studiejaar 2007-2008, tenzij de uitbreiding sindsdien alsnog kan worden onderbouwd met informatie over de positie van gediplomeerden, stelt de commissie. De beschikbaarheid van het aantal stageplaatsen is daarbij niet voldoende, omdat dat volgens de commissie heel weinig over het aantal arbeidsplaatsen zegt.

Lees ook: november vorig jaar waarschuwde ook de Sociaal Economische Raad dat leerlingen in het mbo breder moeten worden opgeleid. Anders lopen ze het risico niet mee te komen op de arbeidsmarkt.

Filmacteur

Ook het Mediacollege Amsterdam is inmiddels gaan verbreden, met onder andere een artiestenopleiding tot filmacteur. Volgens Van Rees worden voor die tak jaarlijks dertig van de driehonderd aanmeldingen toegelaten. Maar volgens het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) krijgt landelijk slechts de helft van de afgestudeerden aan zo’n artiestenopleiding werk op niveau. Eenderde werkt daarna echt als artiest, nog eens eenderde heeft helemaal geen werk.

Doorstroming van artiesten naar het hbo is daarnaast beperkt mogelijk, omdat het hbo de instroom van studenten wél streng afstemt op de arbeidsmarkt. De commissie macrodoelmatigheid mbo adviseert de aparte artiestenopleiding en ‘desktop publishing’ daarom helemaal te laten vallen. Die vakken kunnen dan een onderdeel vormen van andere opleidingen.

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, CU) liet dinsdag in de Tweede Kamer weten dat onderwijsinstellingen eerst zelf aan zet zijn om hun opleidingen kritisch tegen het licht te houden. Aanvullend laat een woordvoerder weten dat de minister kan ingrijpen als dat niet blijkt te lukken.

Correctie (18-04-18): In een eerdere versie van dit artikel stond dat minister Arie Slob van het CDA is. Dat moet natuurlijk de ChristenUnie zijn.

    • Maarten Huygen