NRC checkt: ‘Moslima’s zijn de beste studenten’

Dat zei Adriaan van Dis eind vorige maand in De Wereld Draait Door.

Foto Jerry Lampen/ ANP

De aanleiding

Maatschappelijke verandering in tijden van #MeToo en #BlackLivesMatter, daarover ging een van de laatste uitzendingen van talkshow De Wereld Draait Door. Aan tafel zat onder meer schrijver Adriaan van Dis. Zou het zo zijn dat mannen een beetje in een crisis zitten, zei hij. „Kijk eens op de universiteit. Wie zijn de beste studenten? Moslima’s. Die staan weliswaar in twee werelden, omdat ze beter moeten zijn dan een ander en thuis worden vastgehouden door hun cultuur. Maar een heleboel jongens, die lukt dat allemaal niet. De rolmodellen beginnen te verschuiven.”

Waar is het op gebaseerd?

Deze uitspraak was nattevingerwerk, lacht Van Dis aan de telefoon. „Ik heb mij door iemand die studenten begeleidt in het ziekenhuis laten vertellen dat moslima’s goed presteren en heel ijverig zijn. Omdat ze de kans krijgen een nieuwe wereld te betreden.”

En, klopt het?

De religieuze overtuiging van studenten wordt niet geregistreerd – die informatie is te gevoelig. Wel vragen instellingen voor hoger onderwijs bij inschrijving naar etnische afkomst. We gaan ervan uit dat Van Dis met moslima’s ‘niet-westerse migranten’ bedoelt, hoewel dat de lading niet helemaal dekt.

Op de universiteit doet de tweede generatie vrouwelijke studenten met een niet-westerse achtergrond het inderdaad beter dan alle mannelijke studenten, zegt een woordvoerder van de Onderwijsinspectie. Maar vrouwen zónder migratieachtergrond halen nóg vaker een diploma.

Onderwijskundige aan het Erasmus MC Karen Stegers-Jager promoveerde op de rol van culturele achtergrond bij het studiesucces van geneeskundestudenten. Vóór de coschappen, als het nog aankomt op studeren, gaan de groepen met en zonder migratieachtergrond redelijk gelijk op – al doen de meisjes het beter dan de jongens. Maar als ze de kliniek in gaan, halen studenten met een migratieachtergrond lagere cijfers. „Zodra er een subjectieve beoordeling plaatsvindt, wordt herkomst belangrijker”, zegt ze.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat niet-traditionele studenten minder vertrouwd zijn met een bepaalde cultuur, zoals die in een ziekenhuis. Ook studenten van Nederlandse afkomst waarvan de ouders niet hebben gestudeerd, worden namelijk slechter beoordeeld tijdens hun co-schappen. Dat is geen discriminatie, zegt Stegers-Jager, maar het psychologische gegeven dat we mensen die op ons lijken onbewust positiever beoordelen.

Zat Van Dis fout? Dat ook weer niet. Als je kijkt naar de sociale mobiliteit in de geschiedenis, zegt Maurice Crul, hoogleraar sociologie aan de Erasmus en Vrije Universiteit, dan hebben Marokkaans-Nederlandse meisjes als groep de afgelopen honderd jaar de grootste sprong in opleiding gemaakt van alle bevolkingsgroepen in Nederland. „Terwijl hun moeders vaak analfabeet zijn of alleen een paar jaar naar de lagere school zijn geweest, gaat nu eenderde van hen naar het hoger onderwijs. De Nederlandse arbeidersklasse had daar drie generaties voor nodig.”

Voor Marokkaans-Nederlandse meisjes is vervolgonderwijs een mogelijkheid hun eigen leven te bepalen, zegt Crul. „Het rechtvaardigt uitstel van huwelijk. En als ze afgestudeerd zijn, staan ze sterk genoeg om hun eigen keuzes te maken.”

Conclusie

Als we ‘moslima’s’ gelijkstellen aan tweede generatie vrouwelijke studenten met een niet-westerse achtergrond, heeft Van Dis ongelijk. Die halen namelijk minder vaak een diploma dan vrouwen zonder migratieachtergrond – hoewel Marokkaans-Nederlandse meisjes binnen het onderwijs het meest geëmancipeerd zijn. De stelling is onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt