Foto Ivan Put

‘Wout gaat boven werk. Hij fietst nog maar een jaar of vier. Werken kan altijd nog’

Waalse Pijl

Met 150 blikken bier en knakworsten gaat het van café De Zwart in Blitterswijck naar de Muur van Hoei. Een dag met de fanclub van wielrenner Wout Poels.

In het verlengde van de Kerkstraat in het Limburgse dorp Blitterswijck staat een blauwgroene touringcar warm te draaien op een plein dat alleen de naam Plein draagt. Herkenbaar aan hun felgele polo’s druppelen fans van wielrenner Wout Poels even na half negen café De Zwart uit – het clubhuis. Ze maken zich op voor een rit van twee uur naar de Muur van Hoei, finishplaats van de Waalse Pijl, in de Ardennen.

Het is een dankbare plek voor toeschouwers, want de vrouwenwedstrijd passeert de kuitenbijter van een heuvel twee keer, en de mannen komen drie keer langs – daarom gaat de fanclub ook elk jaar naar Hoei, mits Poels meedoet.

Bovendien is de Waalse Pijl een van zijn favoriete wedstrijden. Twee jaar geleden eindigde hij als vierde, en dat bleek de opmaat voor een grootse zege: vier dagen later won hij onder erbarmelijk koude omstandigheden het monument Luik-Bastenaken-Luik. Poels is van de Nederlandse klimmers zo’n beetje de beste puncheur – hij kan zich na uren fietsen in twee minuten om het hardst leegtrekken als de weg tot 20 procent omhoogkruipt.

Over acht uur gaat Poels in Hoei proberen de wedstrijd te winnen. Hij heeft vooraf gezegd dat hij weer wil meedoen om de prijzen, nadat hij afgelopen zondag in de Amstel Goldrace na 240 kilometer moest uitstappen. Dat voornemen herhaalt René Poels, oom en secretaris van de fanclub, nog maar eens in de microfoon van de bus. Er zijn fans die wat realistischer zijn, omdat ze weten dat Wout nog herstellende is. „Een plek bij de eerste tien zou al heel mooi zijn”, is de algemene verwachting.

Poels komt terug van een sleutelbeenbreuk, die hij in de vorm van zijn leven opliep bij een valpartij in Parijs-Nice, vorige maand. Op dat moment lag hij na een daverende tijdrit op koers om die meerdaagse wedstrijd te winnen, maar in een afdaling in de zesde etappe ging hij op zijn snufferd en was hij vier tot zes weken uitgeschakeld. „Smiling is for free”, schreef hij op zijn Instagram-pagina een paar dagen later. De man zit zelden bij de pakken neer. Dat waarderen familie en fans ook zo aan hem. „Hij kan incasseren als geen ander”, zegt oom Jos Poels, vlak voor vertrek uit Blitterswijck.

Gescheurde nier en milt

Wout Poels verloor in 2012 zijn vader aan kanker, en amper een half jaar later lag hij zelf voor dood in een ziekenhuis in Nancy nadat hij in de eerste week van de Tour zo hard onderuit ging dat het nog maar de vraag was of hij ooit weer zou kunnen fietsen – hij had onder meer een scheur in zijn nier en milt. „Toen die arts dat zei, raakte hij in paniek”, herinnert moeder Wilhelmien zich terwijl de buschauffeur de snelweg opdraait richting Zuid-Limburg en verder. „Hij moest maar een andere sport kiezen.”

Dat kon niet waar zijn in het hoofd van Poels, die opnieuw moest leren fietsen in de kelder van zijn ouderlijk huis. Sinds zijn vroege tienerjaren had Poels geroepen dat hij profwielrenner wilde worden. Na het Johan Cruyff College was er niets anders dat hem interesseerde, er was geen plan B. „Hij heeft ook geen andere hobby’s”, zegt oom Jos.

Foto Ivan Put

Poels kwam terug, en hoe. Na een periode bij de Nederlandse ploeg Vancansoleil stapte hij over naar het grote Team Sky en schitterde hij twee seizoenen in de Tour als meesterknecht naast kopman Chris Froome. In 2016 beleefde hij met zijn overwinning in Luik-Bastenaken-Luik het hoogtepunt in zijn loopbaan. De altijd zo lichtvoetige Wout Poels belde zijn moeder in tranen op. „Op die dagen mist hij zijn vader het hardst”, zegt zij. Op het sterfbed van vader Henk beloofde de familie dat zij voortaan voor de support bij wedstrijden zouden zorgen, de taak die pa tot dan op zich had genomen. In die geest ontstond de fanclub.

De laatste tijd krijgen we veel berichten uit Rusland. Daar staan soms de gekste verzoeken tussen.

René Poels

Rond tienen, als zestig fans over de A2 bij Maastricht rijden, begint een tombola met spullen die Sky beschikbaar heeft gesteld – wielersokken, sjaaltjes, een wielershirt en een jack van Poels. De spanning stijgt als Wilhelmien de lootjes uit een mandje trekt. Ze laat een trommel spekjes en winegums rondgaan.

René Poels, speaker van dienst, vertelt dat zijn neefje steeds beroemder wordt. Van over de hele wereld komt er tegenwoordig fanmail binnen. „De laatste tijd krijgen we veel berichten uit Rusland. Daar staan soms de gekste verzoeken tussen. Of ze een wielershirt kunnen krijgen waar Wouts zweet nog in zit. Of hij een videoboodschap wil inspreken voor een echtpaar dat zestig jaar getrouwd is. Wout gaat daar niet op in. Hij wil alleen bezig zijn met fietsen.”

Foto Ivan Put
Foto Ivan Put

Om elf uur parkeert chauffeur Piet zijn bus in Hoei. Roy Goossen, kastelein van café De Zwart, pakt met wat kameraden twee koelboxen met in totaal 150 blikken bier en minstens zo veel knakworsten uit de bagageruimte onderin. Dat gaat op een rollend karretje en zo loopt de fanclub door de Chemin de la Haute Sarte richting de Muur van Hoei.

De fans vallen daar in groepjes uiteen: de oudere garde neemt plaats in campingstoeltjes op een grasveld pal naast de finishlijn, met perfect zicht op een levensgroot scherm waar de koers live op wordt uitgezonden. Vijftien gasten van een jaar of dertig lopen naar hun vaste stek op de flanken van de Muur, honderd meter van de finish. Elk jaar gaan ze daar staan. Onder hen Pieter van de Water, sinds de basisschool de boezemvriend van Poels. De twee stonden zij aan zij in de verdediging van de plaatselijke voetbalclub, Poels linksback, Van de Water als laatste man. Het werd geen succes. Hard fietsen gingen hem stukken beter af.

Van de Water reed talloze keren voor Poels uit tijdens trainingen op een scooter. Hij huurt het huis dat Poels in Blitterswijck kocht voor hij naar Monaco verhuisde, en de meeste van zijn vrije dagen gaan op aan zijn boezemvriend. Bij zijn sollicitatie gaf hij aan vakantie op te willen nemen op alle dagen dat Poels koerst. „Wout gaat boven werk. Waarschijnlijk fietst hij nog maar een jaar of vier. Werken kan altijd nog.”

Rond het middaguur opent hij een koffertje met een gasbrander, om de knakworsten mee op te warmen. Van de Water haalt de kokende blikken van het vuur met een waterpomptang. „Genieten dit”, zegt hij terwijl hij broodjes opensnijdt. „Ik droom ervan dat Wout hier Valverde [Alejandro, vijfvoudig winnaar van Waalse Pijl] klopt. En dat-ie dan vlak voor de finish nog even grijnzend omkijkt.”

Foto Ivan Put

Op zijn gemak

Om half vier passeert het peloton de Muur van Hoei voor de tweede keer. Poels zit halverwege, moest een gaatje laten door een valpartij vlak voor hem. „Komaan Wout”, schreeuwt Van de Water als zijn maat voorbij komt.

Drie kwartier later staat hij bovenop een koelbox. Hij ziet hoe Julian Alaphilippe en Alejandro Valverde vechten om de zege, die naar de Fransman gaat. En dan is het wachten op Wout. De Waalse Pijl is ontaard in een slagveld. „Ik hoop wel dat-ie ’m uitrijdt”, zegt Van de Water. Wout Poels rijdt in een kleine groep op zijn gemak omhoog, in de buurt van Steven Kruijswijk. Hij wordt 64ste. De topvorm is nog ver weg. „Dit is de werkelijkheid”, zegt Jos Poels, terwijl hij een zak friet wegwerkt. Fanclub Wout Poels doet nog een afzakkertje in café La Sarte en stapt dan in de bus. Onderweg draaien ze een carnavaleske lofzang op hun held, vertolkt door een trio uit Deurne.

Nog voor de grens met Nederland krijgt Wilhelmien een appje. „Leuke dag gehad”, schrijft haar zoon. „Voelde me al beter dan zondag.”

    • Dennis Meinema