In Timboektoe groeit onbehagen over nieuw ‘Frans kolonialisme’

Franse aanwezigheid in Mali In Mali groeit wantrouwen over de aanwezigheid van Franse troepen die de jihadisten in toom zouden moeten houden. Frankrijk heeft zijn eigen agenda om hier te zijn, luidt de kritiek. „Timboektoe is niet bevríjd door de Fransen. Timboektoe is bezét.”

Foto's Bram Vermeulen

Tot afgelopen zaterdag kon je in de aankomsthal van het vliegveld van Timboektoe bij het winkeltje ‘Jeune Afrique’ zwaarden, zilveren armbanden, oorbellen en t-shirts kopen. ‘Ik was in Timboektoe en ik kwam terug’, stond er in grote letters op de rug van de shirts. De goedlachse verkoper Alhadi had het kledingstuk in alle maten en twee kleuren: lichtblauw en grijs.

De souvenirwinkel ligt nu in puin. De t-shirts zitten onder het gruis, plafondplaten en elektriciteitskabels bungelen in de lucht. De voorgevel met de rode letters ‘Aeroport de Tombouctou’ is deels ingestort en met kogels doorzeefd.

Tot 2012 ontving de Malinese stad Timboektoe toeristen uit de hele wereld. Het is al eeuwenlang de grootste trekpleister van reizigers die de Sahara oversteken. Foto’s Bram Vermeulen

Het vliegveld en de omliggende legerbases van de Verenigde Naties (MINUSMA) en de Franse missie Barkhane kwamen afgelopen zaterdag onder vuur te liggen van jihadisten. Met drie bomauto’s werden de zwaarbewaakte bases aangevallen. Een van de auto’s was wit geverfd, met de letters ‘UN’ op de portieren. Een andere auto droeg de kleuren en emblemen van het Malinese leger. Sommige jihadisten wisten, verkleed als blauwhelmen, langs de poort te komen.

Vier uur lang lagen de bases onder mortiervuur. Een VN-soldaat uit Burkina Faso sneuvelde, twintig militairen, onder wie zeven Franse, raakten gewond.

Anderhalve week voor de aanslag sta ik met drie collega’s op dat vliegveld. In de vertrekhal zwermen soldaten uit de hele wereld. Fransen, Zweden, Vietnamezen, Cambodjanen, Egyptenaren klonteren samen bij de enige koffiebar voor wat instantkoffie.

Tot 2012 ontving Timboektoe geen soldaten maar toeristen uit de hele wereld. De stad van 333 heiligen in de bocht van de rivier de Niger is al eeuwenlang de grootste trekpleister van reizigers die de Sahara durven over te steken. Maar sinds Toeareg-separatisten en gewapende groepen met banden met Al-Qaeda hier in april 2012 binnenvielen, is die tijd voorbij. Negen maanden lang voeren ze een schrikbewind in Timboektoe. Eeuwenoude tombes rond de beroemde moskee van Timboektoe worden vernietigd. Heiligenverering is blasfemie, vinden de jihadisten.

Beschermheilige

Het monument op het Plein van Onafhankelijkheid van de beschermheilige Al-Farook wordt omgetrokken. De handen van dieven worden afgehakt. Vrouwen die hun lichaam te weinig bedekken of over straat lopen met mannen met wie ze niet zijn getrouwd, krijgen stokslagen op het plein voor de Sankoré-moskee.

Het Franse leger herovert de stad in januari 2013. Sindsdien houden de Fransen met blauwhelmen van de VN hier de wacht. Daags voor de grote aanslag van zaterdag zoemt Timboektoe al van onvrede over de blijvende aanwezigheid van de buitenlandse troepen – met name die van de Franse oud-kolonisator.

„Ik heb liever de sharia dan wat er nu in Timboektoe gebeurt. Toen de jihadisten hier waren, werd er tenminste niets gestolen”, bromt Salem Ould Eldhadj. Hij is de geschiedschrijver van Timboektoe, met twee lijvige boeken over de stad op zijn naam.

Hij strekt zijn oude lichaam uit over het tapijt op de vloer van zijn kalkstenen huis. „Ik ben een gevangene van mijn eigen stad. Ik kan nergens heen. De wegen naar (de hoofdstad) Bamako zijn te gevaarlijk. De hele wereld is hier, maar de bandieten kunnen ons gewoon overvallen. Ze stelen auto’s, beroven winkels. Als de Fransen iets zouden doen voor onze veiligheid, dan konden ze blijven. Maar als ze niets doen, kunnen ze beter weggaan.”

De jeugd van Timboektoe is het met hem eens. Een jaar geleden brandden grote groepen jongeren drankwinkels en nachtclubs tot de grond toe af. Alcohol is niet meer welkom in Timboektoe, riepen ze. De morele orde, zoals die er even was tijdens de jihadistische bezetting in 2012, moet worden hersteld.

Frankrijk intervenieerde in Mali op verzoek van de regering in Bamako. In 2013 werd de Franse president François Hollande nog juichend ontvangen in Timboektoe. Duizenden begroetten hem op het Plein van Onafhankelijkheid. ‘Vive la France’, klonk het. ‘Lang Leve Hollande.’

„Ze zeggen dat ze Timboektoe hebben bevrijd. Maar niemand vroeg: waarom eigenlijk?” zegt Diadje Maiga, voorzitter van de Islamitische Raad. „Frankrijk heeft zijn eigen agenda om hier te zijn. Timboektoe is niet bevríjd door de Fransen. Timboektoe is bezét.”

Wapenbroeders

Het Franse leger dreef de Toeareg-separatisten en hun wapenbroeders van Al-Qaeda terug in de richting van de laatste grote plaats voor de grens met Niger: Kidal.

Kidal is de motor van de opstand tegen de Malinese staat. Na de val van de Libische leider Gaddafi stroomden duizenden wapens de Sahara in, de grens over van Niger naar Mali. Toeareg dromen al decennia over hun eigen staat die de koloniale grenzen overschrijdt: Azawad. Gaddafi was hun grote mentor.

Na de staatsgreep in 2012 in Mali zien de Toeareg hun kans schoon en sluiten ze een monsterverbond met Al-Qaeda in de Magreb (AQIM). Samen trekken ze op in het noorden van het land. Van Kidal, naar Gao naar Timboektoe.

Waarom stopten de Fransen het offensief tegen de rebellen voor de poorten van Kidal? Waarom stonden ze toe dat de Toeareg en de jihadisten de laatste stad voor de grens in handen hielden? Onder Malinezen leidt die vraag tot groot wantrouwen over de werkelijke motieven van de Fransen.

„Frankrijk wil gewoon de toegang tot de grondstoffen bewaken in het noorden. Olie, gas, goud, uranium”, zegt Houday Ag Mohamed. Hij is een Toeareg die na de bezetting van Timboektoe naar de hoofdstad Bamako vluchtte. Hij noemt zich Malinees en heeft weinig op met de Toeareg-droom van Azawad. Hij is nu directeur op het Ministerie van Arbeid. „Het doel van de Fransen was de terugkeer van het Françafrique . Eerst hebben ze Gaddafi uit de weg geruimd. En toen de jihadisten vervolgens met de wapens aan de gang gingen in Mali, hadden de Fransen eindelijk een excuus om ons te opnieuw te koloniseren. Vier jaar lang heeft onze eigen regering Kidal niet kunnen bezoeken door de Toeareg die daar door de Fransen worden beschermd. Waarom?”

„De jihadisten geven de rechtvaardiging voor de Franse aanwezigheid”, zegt professor Issa N’Diaye, voormalig minister en nu verbonden aan de Universiteit van Mali. „De Fransen wilden al vanaf 2010 ingrijpen in Mali. Ze hebben in buurland Burkina Faso een basis opgericht voor het Commandement des Opérations Speciales (COS). Die speciale eenheden waren ook al in Mali aanwezig. De eerste troepen die ingrepen tegen de jihadisten waren al in Mali. Het was allemaal geen toeval. Ze wisten precies welke jihadisten waar zaten en ze hebben vanuit de lucht kunnen zien hoe de jihadisten optrokken naar Timboektoe. Ze hebben ze laten doorlopen.”

Mist van de oorlog

Foto Bram Vermeulen

Noem het de mist van de oorlog, waarin alleen samenzweringstheorieën de Malinezen nog houvast bieden in een tijd van groeiende onzekerheid. Het aantal jihadistische groeperingen dat nu actief is in Mali, groeit met de dag. Na Al-Qaeda vecht ook Islamitische Staat om een plek in de chaos van de Sahara. Honderden scholen in het centrum van Mali hebben onder druk van de jihadisten moeten sluiten. Vrijwel dagelijks zijn er aanslagen.

De onmacht van de Fransen en de VN om iets te doen aan de groeiende instabiliteit voedt het wantrouwen van de bevolking tegen hun aanwezigheid. „Als ze er niet zijn voor onze veiligheid, waarom zijn ze er dan wel?”, zegt Diadje Maiga van de Islamitische Raad.

Ondanks herhaalde verzoeken de Franse soldaten op hun basis te mogen bezoeken, houden de woordvoerders in Parijs de poorten voor bezoekers gesloten. „We krijgen te veel verzoeken”, luidt het korte antwoord van de communicatie-afdeling van Barkhane.

Patrouilles in de straten van de stad vallen onder het mandaat van de Zweedse VN-troepen en het Malinese leger. De Fransen laten zich niet zien.

In een operatie aan de grens met Niger doodde Barkhane daags voor de aanval op hun basis in Timboektoe dertig jihadistische strijders. Timboektoe was de wraak.

De oplossing voor deze vicieuze geweldsspiraal? „Het vertrek van alle buitenlandse troepen”, bezweert professor Issa N’Diaye. „Ik geloof dat de Fransen eerder de oorlog voeden dan de vrede. Ze zijn niet bezig de staat in Mali te herstellen. Ze zijn meer gebaat bij chaos. De aanwezigheid van buitenlandse troepen in een Afrikaans land heeft nog nooit iets opgelost. Laat ons liever met rust.”

Met medewerking van Hassnae Bouazza.
    • Bram Vermeulen