Een klassieke Sneeuwwitje met breakdance-dwergen

In ‘Grimm’ van Het Nationale Ballet en ISH vermengen klassieke dans en hiphopdans zich tot een aanstekelijk geheel. „Hiphop is een expressieve, imposante dans. Maar klassiek is ook hartstikke spectaculair.”

Het Nationale Ballet staat op de spitzen, ISH op een hand of een hoofd. Samen staan ze in Grimm. Een sprookjesballet, maar verwacht niet de bijbehorende etherische pracht. Er is een bal vol praal en kroonluchters, met een bijbehorende prinses. Maar ineens is dat bal een rave party en de prinses een stoere meid.

Ernst Meisner van Het Nationale Ballet grijnst: „Dat is dus wel even iets anders dan wat we met Kerst brengen.”

Marco Gerris van het ISH Dance Collective: „Na de voorstelling komen de kokette dame en de stoere hiphopper met dezelfde smile de zaal uit. De een wist niet dat hiphop zo poëtisch kan zijn. De ander niet dat ballet zo spannend is.” Zakelijk stelt hij vast: „Nergens ter wereld is ooit een dansgezelschap van wereldniveau de combinatie aangegaan met een best wel bekende hiphopgroep.”

Choreograaf Ernst Meisner is geboren in de Noordoostpolder. Zijn collega Marco Gerris is geboren op de Filippijnen, opgegroeid in Vlaanderen en oprichter van het Amsterdamse ISH. Meisner maakt voorstellingen in de klassieke techniek. Gerris maakt voorstellingen met urban dancers, inclusief skaters en freestyle basketbal performers.

Drie jaar geleden verstrengelden Meisner en Gerris klassiek ballet en hiphop voor Narnia, naar de romans van C.S. Lewis. Met groot succes, Narnia zou dit seizoen in reprise gaan. Het was al door zo’n dertig theaters geboekt, toen de erven dwars gingen liggen. De rechten werden niet verlengd en Meisner en Gerris moesten overhaast het idee uitvoeren dat voor 2019 bedoeld was. Meisner: „We waren al bezig met de gebroeders Grimm.” Gerris: „We sloten ons op in een hotel in Valencia en gingen los op die sprookjes.”

Na vier dagen hadden ze een dansverhaal, met de gebroeders Grimm die in hun eigen sprookjes terechtkomen en de boze heks, die in alle sprookjes zit, als de constante.

In het theater in Lelystad wordt gerepeteerd door de dansers van ISH en die van Het Nationale Ballet. Ik zie een klassieke Sneeuwwitje behekst worden door een satanische breakdance-danseres. Ze worden omstuwd door breakdance-dwergen en klassieke dwergen, die met zijn zevenen één klont worden.

Madison Ayton als Sneeuwwitje.

Ernst Meisner: „We mixen alle stijlen door elkaar. Klassieke dansers dansen op beats, hiphoppers dansen op lange lijnen. Sneeuwwitje en Doornroosje zijn klassieke danseressen. Assepoester doet de salsa, ze heeft een glazen sneaker. Rapunzel wordt gespeeld door een danseres met een tissue act. Haar lange doeken zijn perfect als de toren waar ze in wordt opgesloten.”

Tijdens een van de repetities zie ik een stukje Rapunzel. De prins heeft prachtig doorgestrekte voeten, hij is een klassieke danser. Prinses Rapunzel loopt op sneakers – daar valt niks door te strekken.

Meisner zegt dat de verschillen in stijl ook iets kunnen betekenen voor het verhaal: „Bij Rapunzel zie je een clash van verschillende werelden. En op het bal zijn er twee prinsen die vreemd van elkaar opkijken.”

De klassieke prins is nuffig, de hiphopprins een jongen met attitude. Ligt dat niet wat voor de hand?

Meisner: „Ja, dat moet misschien andersom. We hebben de tijd, we gaan eens kijken.”

Klassiek opgeleide dansers en straatdansers – dat is nogal een verschil.

Gerris: „Klassiek ballet gaat de hoogte in, het is licht en gevoelig. Hiphop is down to earth. Ik herinner me de allereerste repetitie van Narnia nog goed. Die balletters arriveerden allemaal met oortjes in. Ze zaten stilletjes in hun eigen wereld. De ISH’ers kwamen met een hoop tamtam binnen en begonnen meteen te breaken. Maar ik zweer je: na tien minuten waren ze aan elkaar gewaagd.

„In stijl en techniek liggen klassiek en hiphop ver uit elkaar. Een hiphopper moet je niet vragen om klassieke techniek en een balletdanser zal nooit de flow van de hiphop beheersen. Maar wat je ermee aankunt, ligt juist dicht bij elkaar.

„Geen hiphopper kan eromheen: het klassieke ballet is veel gedisciplineerder. Als ik zie wat de techniek van die dansers eist en de offers die ze brengen voor hun kunst, dan begrijp ik wel dat ze elke ochtend een strakke les aan de barre moeten hebben. ISH’ers beginnen de dag met muziek, die gaan lekker jammen.”

Meisner: „Klassieke dansers zijn gewend om de muziek te volgen door te tellen. Breakdancers zijn muzikaal gevoeliger, die tellen niet, die luisteren. Maar soms moet er toch even geteld worden, anders krijg je zo’n grote groep niet gelijk. Dat doe ik met ze tot het goedgaat. Zo’n… eh… tweehonderd keer.”

Gerris: „Ernst en ik weten weinig van elkaars techniek af, maar we vinden altijd een gemene deler. En wij vertrouwen elkaar blind.”

Meisner: „We maken zelfs elkaars zinnen af.”

Boze wolf

En zo regisseren ze ook, zie ik. Nooit tegelijk, maar elkaars opmerkingen aanvullend, de een in de zaal, de ander op het podium. De rolverdeling is helder: ze letten allebei op alles.

Daar is Gil Gomes Leal. Experimental dancer. Cool en van een gekmakende beheersing. In Narnia was hij de boze wolf. In Grimm ook. Hij repeteert zijn duet met de heks, het ISH-fenomeen Sarita Keilman. Er dansen allerlei figuren om hen heen, maar ik kijk alleen naar die twee, ik kan er niets aan doen.

Valt te voorkomen dat de hiphop de klassieke dans overschaduwt?

Gerris: „Hiphop is een expressieve, imposante dans. Klassiek ballet is ingetogener. Maar klassiek is ook hartstikke spectaculair.”

Meisner: „Klopt. En de makkers van de wolf zijn klassieke dansers, dat spat ervan af. Danseressen op spitzen zijn trouwens óók goed voor spektakel en de jongens die springen en draaien ook. Van Narnia heb ik geleerd dat klassieke dansers op dezelfde manier de aandacht kunnen trekken als hiphoppers. En ook dat we elke danser in zijn recht moeten laten. Want iedereen is hier goed in wat ze doen.”

Hoe kijkt de buitenwacht tegen deze samenwerking aan? Bij ‘Narnia’ voelde ik destijds koudwatervrees.

Meisner: „Ik ook. Moet dit wel? klonk het zuinig. Ik denk dat het absoluut moet. Ik houd van de avondvullende klassieke balletten, die zal Het Nationale Ballet altijd blijven doen. Maar ik propageer ook in mijn andere werk andere, onconventionele invloeden. Op zeker spelen benauwt, de dans maar uiteindelijk óók voor het publiek. Ik wil mensen in de zaal zoals ik ze in de tram om mee heen zie. Alle leeftijden, gevarieerd van culturele achtergrond. Met Narnia is dat gelukt, de muur tussen klassieke dans en hiphop braken we af en ik hoefde maar in de zaal te kijken om te zien dat het publiek ons volgde.”

Het blijft niet bij Narnia en Grimm, bezweren Gerris en Meisner. Daar is de kruisbestuiving tussen klassiek ballet en hiphop te vruchtbaar voor.

Gerris: „We krijgen steeds beter door hoeveel er mogelijk is. Dit zou wel eens een nieuwe danstaal kunnen worden. Let op mijn woorden, dit zal zich over de wereld verspreiden, het slaat nu al aan, er is veel belangstelling voor.”

Op het podium zijn we in de keuken van de heks beland. De muziek van Britse componist Scanner (Robin Rimbaud) stuwt het verhaal voort. Hans, van Grietje, zit in een kooi, de oven laait, iedereen vecht tegen iedereen. De gebroeders Grimm mengen zich in het gewoel, ze moeten ingrijpen. Is de ene nu een hiphopper en de andere een klassieke danser? Ik zie het niet, ze zijn allebei betoverend.

Het Nationale Ballet (Junior Company) en ISH: ‘Grimm’. Choreografie & regie: Ernst Meisner en Marco Gerris. Tournee t/m 27 mei. Inl: thisisish.com en operaballet.nl
    • Joyce Roodnat