Foto Lawrence Lustig

Door kroegimago zit dartbond in spagaat

Darts

Ahoy zit deze week twee avonden vol voor het darts. Twee keer 9.500 man. Kan de sport nog groeien zonder ook fans te vervreemden?

Meterslange tafels en meters bier. Oktoberfest in april, de lederhosen vervangen door oranje shirts en hanenkammen. 9.500 man schreeuwen tussen de slokken door naar twee van de beste darters van de wereld, voor de meesten van hen niet meer dan stipjes in de verte. De eerste ‘180’ en het geluid is oorverdovend. Stil wordt het niet meer.

Binnen luttele minuten was er geen kaart meer te krijgen voor de prestigieuze Premier League in Ahoy. Nog sneller dan de vorige twee jaar. Toen een competitieronde in het Engelse Exeter op 1 maart werd afgelast wegens hevige sneeuwval, werd Ahoy de inhaalronde gegund, die woensdag werd gespeeld. Mede dankzij de gekte tijdens de vorige edities. Ook die inhaalronde was snel uitverkocht.

„Het zegt veel over de interesse in de sport”, zegt Michael van Gerwen, tweevoudig wereldkampioen en sinds 2014 de nummer één van de wereld. Hij is samen met vijfvoudig wereldkampioen Raymond van Barneveld (51) vaandeldrager van het darts in Nederland. Van Gerwen: „Tien jaar geleden had niemand verwacht dat we dit zouden bereiken”, zegt Van Gerwen.

We zijn als liefhebbers van de sport enorm verwend met de Nederlandse successen.

Niels de Ruiter, directeur Nederlandse Darts Bond

Wekelijks kijken er op RTL 7 enkele honderdduizenden mensen naar live-uitzendingen van de Premier League, een toernooi waaraan tien van de beste darters ter wereld wekelijks in een competitie tegen elkaar uitkomen. Toen Van Gerwen in 2017 in de WK-finale speelde, keken er bijna 2,2 miljoen mensen.

Het darts is onder de hoede van profbond PDC gegroeid van een kroegsport tot een sport waarmee miljoenen te verdienen zijn voor de allerbesten. De winnaar van het afgelopen WK, de Engelsman Rob Cross, kreeg 400.000 pond (456.000 euro). Volgend jaar krijgt de winnaar 500.000 pond. De winnaar van de Premier League krijgt 250.000 pond.

Een avondje uit

Van Gerwen snapt wel wat zo’n avond in Ahoy en de sport zo aantrekkelijk maakt. Het is gemakkelijk te volgen, er valt snel te juichen. En: het is een avondje uit, een beleving. „Mensen willen niet naar snooker, heel stil in een zaaltje zitten, drie uur lang. Die willen plezier maken.”

Darts is op een hoogtepunt in Nederland. „Maar ik ben benieuwd hoeveel rek er nog zit in de populariteit van de sport”, zegt Niels de Ruiter, ex-darter en directeur van de Nederlandse Darts Bond (NDB). „We zijn als liefhebbers van de sport enorm verwend met de Nederlandse successen. Het aanbod van de dartswedstrijden is daarnaast in de afgelopen jaren toegenomen, vooral op tv.”

Foto Lawrence Lustig

Het succes van de sport gaat altijd samen met het succes van de Nederlanders. „Als we het goed doen in een sport, dan zijn we trots en willen we het zelf gaan doen.” De laagdrempeligheid van het darts versterkt dat, vindt hij. „Iedereen kan het spelen.”

Na de wereldtitel van Van Barneveld in 2005 groeide het aantal leden van de NDB snel, maar dat liep de laatste jaren terug. Op dit moment zijn er ongeveer 32.000 mensen die wekelijks uitkomen in competitieverband.

Dat Ahoy twee avonden met gemak gevuld kan worden voor het darts komt ook doordat fans weinig kansen hebben het topdarts live in Nederland te zien. Voor een land waar het zo populair is als hier, organiseert de PDC er relatief weinig toernooien. Naast de jaarlijkse avond in Ahoy, nu dan twee, zijn er alleen toernooien in Zwolle en Maastricht.

Gokkantoren

De groei in Nederland wordt bemoeilijkt door het commerciële aspect van de sport. Darts wordt serieuzer genomen dan tien jaar geleden, maar heeft zijn imago tegen bij grote sponsors. Op dit moment zijn gokkantoren als Unibet en Ladbrokes de belangrijkste. In Nederland is de gokmarkt niet open, en mogen zij hun uitingen niet in de media gebruiken.

„Je ziet dat veel andere A-merken zich nog niet verbinden aan het darts”, zegt Robin Koster van sportmarketingbureau Triple Double. „Dat heeft ook te maken met de sporters zelf – die zouden je buurman kunnen zijn. Loodgieters, elektriciens, postbodes. Ze laten weinig aan de verbeelding over.”

Foto Lawrence Lustig
Foto Lawrence Lustig

De merken die zich wel aan het darts en de spelers verbinden, zijn volgens Koster de „no-nonsensemerken”: dicht bij de maatschappij. Zo heeft Van Gerwen een bekende keukenketen als persoonlijke sponsor, Van Barneveld een bedrijf gespecialiseerd in vloerisolatie.

Nu Ahoy twee keer is volgelopen, gaan er geluiden rond dat de Johan Cruijff Arena ook best zou lukken, zegt De Ruiter. „Mijn onderbuikgevoel zegt ook dat het zou kunnen. Maar moet je dat willen? Grote wedstrijden en toernooien moeten speciaal blijven.” Van Barneveld ziet graag meer toernooien in Nederland, maar Van Gerwen waakt voor „overkill”. „Ik wil niet dat op een gegeven moment steeds minder mensen komen en je met drie lege zalen zit.”

Als voor de sport ergens nog groeimogelijkheden zijn, dan is dat een verbetering van het imago. „Merken willen zich toch minder associëren met al dat bier en sporters die er misschien wat ongezond uitzien. Als darters bewuster omgaan met voeding, dan stappen er ongetwijfeld meer bedrijven in”, zegt Koster.

„Zoiets zou ervoor kunnen zorgen dat mensen het serieuzer nemen”, denkt Van Gerwen. „Maar alles heeft tijd nodig. Vijftien jaar geleden stond iedereen in een kroeg te gooien en nu heb ik al vijf jaar geen kroeg meer gezien.” Het is een spagaat voor profbond PDC, denkt Koster. „Het zal uitruilen worden. Misschien offer je daarmee de gezelligheid en nuchterheid juist op.”

Correctie (20 april 2018): In een eerdere versie stond dat Raymond van Barneveld 53 jaar was. Dat is veranderd in 51.