Door de bomen even de stad niet zien

Tiny forest De komende jaren worden er honderd minibossen in Nederlandse steden aangelegd. „Sommige kinderen in de stad zien nooit een bos.”

De aanleg van het eerste Tiny Forest, in 2015 in Zaandam. Foto Jessica de Lepper

Op het Muziekplein in Utrecht staan kinderen van basisschool de Ridderhof klaar om een deel van een parkeerplaats te veranderen in een Tiny Forest. Een dichtbegroeid minibos ter grootte van een tennisbaan midden in de stad. Het achterliggende idee: zorgen dat kinderen en buurtbewoners meer in aanraking komen met natuur, en een prettige plek creëren voor vogels, insecten en andere dieren zoals konijnen.

Deze grauwe woensdagochtend wordt het tiende Tiny Forest in Nederland aangelegd. Het eerste minibos verscheen in 2015 in Zaandam, daarna volgden onder andere Delft, Almere en Zwolle. „Sommige kinderen in de stad zien nooit een bos”, zegt Daan Bleichrodt van het Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid (IVN), die het initiatief nam voor de aanleg van deze kleine bossen. „Daarom brengen we bossen naar de kinderen, waarin ze van hun docenten buiten les krijgen over de natuur.” De bossen zijn ook een manier om de buurt bij elkaar te brengen. „Je kunt er bijvoorbeeld een buurtbarbecue organiseren of je verjaardag vieren.”

Simone Bosman (10) uit groep zeven steekt een grote schep in de zwarte aarde en zet haar volle gewicht erop. Ze graaft een gat en steekt er een boompje van zo’n halve meter in. Met haar handen vult ze het gat weer met aarde. „Ik mag vier bomen planten, waarvan eentje ook een etiket met mijn naam krijgt.” Voor haar boom mocht Simone ook een naam bedenken. „Hij heet Joris, vernoemd naar mijn dode kat.” Op andere etiketten prijken de namen ‘Groentje’, ‘Miepje Muizenboom’ en ‘Chocolate’.

Lees ook: Het gebouw wordt een verticale tuin

Het Tiny Forest lijkt nu nog totaal niet op een bos. Uit de tweehonderd vierkante meter omgewoelde aarde steekt hier en daar een klein bladerloos boompje. Verder is de grond bezaaid met houtsnippers. Naast het veldje ligt een grote berg bakstenen die uit de parkeerplaats verwijderd zijn om het minibos mogelijk te maken. Van diezelfde bakstenen wordt later een buitenlokaal gebouwd. Op de achtergrond zijn het schoolgebouw en twee flats te zien.

Over een jaar is dit stukje grond al behoorlijk groen, volgens Bleichrodt. Dat is te danken aan een speciale bosbouwmethode. „We planten de bomen dicht op elkaar, drie tot vier per vierkante meter. Daarbij gebruiken we bewust bomen van verschillen hoogtes: sommige worden hoog, andere blijven juist lager bij de grond. Zo zitten ze elkaar niet in de weg en hebben ze altijd ruimte om te groeien.” Het bos past dus als een soort 3D-puzzel in elkaar. Er worden ruim dertig soorten bomen geplant. De grond is flink omgewoeld en luchtig gemaakt door er stro doorheen te mengen. „Dan kunnen de bomen extra goed wortelen.”

Nederland heeft de meeste

Deze methode is bedacht door de Japanner Akira Miyawaki. In de jaren zeventig ontwikkelde hij de methode om natuurlijke, inheemse bossen te herstellen. Hij legde ruim 1.700 bossen aan. De Indiase ingenieur Shubhendu Sharma raakte geïnspireerd door Miyawaki’s aanpak, en vertaalde de werkwijze naar een stadsomgeving. Via Skype legde Sharma aan Bleichrodt uit hoe de methode in Nederland toegepast kan worden. Bij de aanleg van het eerste Tiny Forest in Nederland, wat ook het eerste in Europa was, vloog Sharma over om te helpen. Inmiddels staan ook in andere Europese landen minibossen: in Ierland, Frankrijk en Duitsland. Later dit jaar volgt Griekenland. Nederland heeft er het meest.

Floor van Wijk (10) heeft nog nooit eerder een boom geplant, maar vindt het „nu al erg leuk”. Ze laat haar vieze handen zien. „Wist je dat je sommige bomen dieper in de aarde moet stoppen dan andere? Ik niet.”

Foto’s Jessica de Lepper

Kinderen moeten dichter bij de natuur komen te staan, vindt Bleichrodt. Maar waarom eigenlijk? Is het echt zo erg als een kind opgroeit tussen de bakstenen? Bleichrodt: „Een groene omgeving heeft een positieve invloed op de hersenen, blijkt uit een literatuurstudie.”

Die positieve invloed zit ’m in de verschillende aandachtsystemen in ons brein, is te lezen in die studie, getiteld ‘Beetje natuur, grote invloed’. Omringd door gebouwen zijn onze hersenen waakzaam en gericht op de buitenwereld. Tussen de bomen verandert die mindset: dan lichten juist de hersengebieden van zelfreflectie en waardenbeleving op. Dat brengt rust in het hoofd: je hebt minder stress, kunt nieuwe kennis verwerken en nadenken over jezelf en anderen.

Maar in plaats van stadsbossen kunnen we dan toch ook meer parken aanleggen? Volgens ecoloog Fabrice Ottburg heeft dat niet hetzelfde effect als een stadsbos. Hij doet sinds 2015 onderzoek naar de biodiversiteit in Tiny Forests aan de Universiteit Wageningen, afdeling Environmental Research. De biodiversiteit, ofwel de variatie aan planten en dieren, ligt in een Tiny Forest aanzienlijk hoger dan in een lap gras met hier en daar een boom. „In een stadsbos valt veel meer te ontdekken en te leren voor kinderen. Zoals allerlei vogelsoorten en vlinders, of hoe een ecosysteem werkt.”

De biodiversiteit in een minibos is groter dan in een gewoon park

Ottburg hoopt dat de Tiny Forests burgers inspireren om er ook eentje in hun achtertuin aan te leggen. „Voor de steden zou dat heel mooi zijn: de stadsbossen houden veel water vast, zorgen voor verkoeling en verbeteren de luchtkwaliteit. Ook zijn ze goed voor de dieren in de stad. Zo zijn de insecten die op de bomen afkomen weer voedsel voor vogels.”

De komende drie jaar gaat IVN honderd Tiny Forests in Nederland aanleggen, samen met buurtbewoners en basisschoolleerlingen. Dat is mogelijk door een gift van 1,85 miljoen van de Nationale Postcodeloterij. Daarnaast ontvangen ze ook van andere partijen financiering, zoals van gemeenten en vastgoedbedrijven.

Op het Muziekplein zijn inmiddels zeshonderd boompjes geplant. De groepen zes en zeven stampen de aarde uit hun schoenzolen en verzamelen zich om weer het schoolgebouw in te gaan. Simone Bosman wijst snel nog een keer naar boom Joris: „Ik hoop echt dat-ie goed groeit!”

    • Alexandra van Ditmars