Opinie

    • Jutta Chorus

De koning en de pijnlijke waarheid

Een ochtend in de Portugese synagoge in Amsterdam. De zon kaatst door de zeventiende-eeuwse ramen tegen de koperen luchters. Koning Willem-Alexander kwam er dinsdag op bezoek om de tentoonstelling Joden en het Huis van Oranje te openen.

In donkerblauw pak en bijpassend keppeltje wandelt hij door het smalle looppad. De immense ruimte is vol genodigden, die opstaan als de voorzanger het Hanoteen tesjoe’a zingt, het gebed van de Joden voor de Koning, en weer neerzitten als de toespraken beginnen.

Ik ben een van de sprekers, maar tegen de tijd dat ik aan de beurt ben, is het belangrijkste al gezegd. Conservator Julie-Marthe Cohen schetst de geschiedenis die de Oranjes en de Joden in Nederland delen. Van de ruimdenkende Willem de Zwijger tot de koning die nu achter in de snoge zit te luisteren.

De Tweede Wereldoorlog is een dieptepunt in de lange, sterke band tussen het volk Israël en Oranje, zegt Cohen. En dan: „De Joodse Nederlanders werden door koningin Wilhelmina in de steek gelaten, hetgeen bij velen nog altijd een gevoelige snaar raakt.”

Dus niet: „Sommige historici zeggen dat de Joodse Nederlanders in de steek gelaten werden.” En ook niet: „De Joden voelden zich in de steek gelaten.” Nee, ze zegt dat Wilhelmina, de overgrootmoeder van de koning, de Joden in de steek heeft gelaten. In de ruimte kun je horen hoe iedereen de adem inzuigt.

Reden genoeg om de bewering als feit op te voeren. Wilhelmina liet op 14 maart 1939 naar de minister van Binnenlandse Zaken schrijven dat zij „bepaald betreurt” dat een kamp voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland in de buurt van haar paleis zou worden ingericht. Het kamp werd daarop verplaatst naar Westerbork. In de vele radiotoespraken die de koningin vanuit Londen hield om bezet Nederland een hart onder de riem te steken, wees zij misschien drie keer op het lot van de Joden.

De koning staat niet op, hij beent niet weg. Hij luistert. Na afloop bezoekt hij de expositie in het Joods Historisch Museum. Als hij door de zalen is gelopen met Julie-Marthe Cohen aan zijn zijde, bedankt hij de sprekers en de samenstellers, en zegt bij het buitengaan dat hij het een prachtige tentoonstelling vindt.

In mijn toespraak had ik Beatrix aangehaald, zijn moeder, die in de 5 mei-lezing van 1995 haar schaamte uitsprak over de schandvlek van de Jodenvervolging. Maar ook haar bewondering voor de manier waarop iemand als de Duitse president Von Weiszäcker onverschrokken terugkeek op het verleden. Ze zei: „In deze confrontatie met de waarheid ligt de sleutel tot verzoening.”

Willem-Alexander droeg die woorden dinsdag uit.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus