Commentaar

Aan drugsgebruik zit ook een morele component

Cocaïne

De drugsbestrijding zit op een dood spoor, zei de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg dit weekend in NRC. Cocaïnegebruik is enerzijds kennelijk volledig genormaliseerd, getuige de sporen van de dagelijkse 40.000 lijntjes coke in het hoofdstedelijk afvalwater. Tegelijk leidt cocaïnehandel tot criminele liquidaties, ondermijning en snel afglijden van kansarme jeugd – en dat geheel buiten het zicht van de overheid. Aalbersberg en vorige week ook nationaal korpschef Erik Akerboom, spreken nu nadrukkelijk de modale gebruikers aan, als medeveroorzakers.

Kort samengevat: wie xtc slikt of coke snuift is direct medeplichtig aan de zwaarste vorm van criminaliteit. Dat betekent dus aan het bederf van Brabant met afval, met criminele motorclubs, aan de corrumpering van de samenleving met een parallelle drugseconomie waarin honderden miljoenen euro’s een bestemming zoeken. En dus ook aan de liquidaties op straat, inclusief ‘vergismoorden’.

Aalbersberg roept op om ‘iets te doen’ aan de reputatie van Amsterdam als internationale drugshoofdstad. En om de sociale acceptatie van de drugs- en alcoholcultuur ter discussie te stellen. Daar is de lokale politiek in de hoofdstad intussen niet aan toe. Omdat ze hecht aan het liberale klimaat waarin drinken, blowen en snuiven een individuele verantwoordelijkheid zijn. Hooguit slecht voor de eigen gezondheid. En incidenteel een openbare ordeprobleem als de consumptie uit de hand loopt en ‘doorgesnoven’ of trippende types in het uitgaansleven door het lint gaan of op festivals in elkaar zakken. Het denken houdt daar nu op.

Het pleidooi van de politietop is terecht: de individuele gebruiker is medeverantwoordelijk voor de collectieve schade. Een lijntje is niet onschuldig en een pilletje ook niet. Wie dat aanschaft houdt mede een criminele infrastructuur in stand, die werkelijk bedreigend is. Aan drugsgebruik zit een morele component en een stevige rekening voor de samenleving. Die overigens ook niet in staat is om het gebruik ervan eventueel te legaliseren; dat kan alleen op bovennationaal niveau. Dan blijft voorlopig alleen maar beheren over: de zaak in de hand houden met repressie, voorlichting en handhaving.

Daarin beginnen nu barsten te komen. De politie laat, in bedekte termen weten dat handhavend optreden, ondanks de ene ‘record inbeslagname’ na de andere geen effect heeft. Niet op de prijs, niet op de toevoer en dus ook niet op de consumptie. Volgens het Jellinek is een lijntje coke voor €3,- aan te schaffen. Een joint is minder dan €2,-. Drugsbestrijding is bezigheidstherapie en werkverschaffing geworden, waar de samenleving lippendienst aan bewijst. Waar aanbod is, is ook vraag – dat aan de orde stellen is niet meer dan logisch.

Antwerpen zit ook al in de problemen. Burgemeester De Wever liet vorige week in Nieuwsuur een noodkreet horen – over het bederf van ‘zijn’ stadsjeugd door de sterk groeiende cokehandel via Nederland. Geheel in zijn partijlijn legde hij de schuld bij de ander – drugs waren een ‘Nederlandse erfzonde’, wat binnenlands politiek vast punten oplevert, maar daarbuiten niet. Ook in België wordt ruim gesnoven. De recente moord op een niet-crimineel familielid van een kroongetuige tekent verder de verloedering.

Alles bijeen staan landelijke en lokale overheden voor een opgave: het herijken van het drugsbeleid, waarbij de consument niet genegeerd kan worden. Recreatief drugsgebruik helpt de samenleving ondermijnen; die gedachte zou ingang moeten vinden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.