Recensie

Op diva’s raak je nooit uitgekeken

Biopic Nico werd beroemd als beeldschone ijskoningin in het gevolg van Andy Warhol. Haar verdere leven was een epiloog. In het sfeervolle ‘Nico, 1988’ is de diva op haar laatste tournee: een vermoeide, onsentimentele vrouw.

Trine Dyrholm als de onsentimentele, pragmatische Nico in haar latere jaren in ‘Nico, 1988’.

Anno 1988 grijpt elke interviewer na twee beleefdheidsvragen terug op de gloriejaren van Christa Päffgen, alias Nico: de Swinging Sixties. Toen ze als supermodel relaties had met acteur Alain Delon en Jim Morrison. Toen Andy Warhol Nico met haar diepe alt en intrigerende accent in 1967 als ‘chanteuse’ opdrong aan zijn legendarische huisband The Velvet Underground. De beeldschone ijskoningin in een waas van leer, sm en drugs.

Nico’s verdere leven is dan epiloog: heroïneverslaving, muzikaal gefreak, toeren langs obscure zaaltjes. Maar niet voor Nico, die toen pas haar eigenwaarde en artistieke stem vond. In Nico, 1988 is ze bijna vijftig, en eigenlijk wel opgelucht dat haar schoonheid is verwelkt, dat ze niet langer bij The Velvet Underground op de hoek van het podium op de tamboerijn slaat. Maar in die Nico van middelbare leeftijd is de wereld matig geïnteresseerd – al maakt Nico, 1988 aannemelijk dat haar sombere soundscapes met kronkelige galmzang artiesten als Björk flink hebben beïnvloed.

Nico, 1988 is gedraaid op vierkant videoformaat, wat claustrofobie en antiglamour suggereert. Dit gaat over een diva op haar laatste tournee met een band van junkies en jong grut: betrouwbare muzikanten kan Nico zich niet veroorloven. Haar verliefde Brits-joodse manager Richard – Nico’s antisemitisme en racisme worden slecht terloops aangestipt – tuft het zootje ongeregeld in een busje door de rafelranden van Europa, van undergroundclub via industriële woestenij naar leeg Italiaans plein. In Praag, achter het IJzeren Gordijn, geeft Nico ‘cold turkey’ haar beste optreden in de hele film – tot de politie binnenvalt. Dat is de ware underground, met een jong, Tsjechisch publiek dat danst en juicht in plaats van zich afwachtend te vergapen aan de verbleekte ster in de hoop dat ze gouwe ouwen ten gehore brengt: ‘All Tomorrow’s Parties’, ‘Chelsea Girl’.

De Deense actrice Trine Dyrholm, die niet erg op Nico lijkt, brengt haar tot leven met een mix van berusting, nukkigheid en pragmatisme. Nico torst verleden mee in de vorm van kapotgespoten aderen en suïcidale zoon die ze in haar jetset-jaren ernstig verwaarloosde. Soms flitsen er beelden langs van Andy Warhol, The Factory, ‘all yesterday’s parties’. Te vluchtig om echte nostalgie te suggereren.

Lees ook een interview met regisseur Nicchiarelli: ‘Geen verlopen, vette junk. Een overlever’

Regisseur Susanna Nicchiarelli toont Nico noch als uitgedoofde ster, noch als tragische heldin die de wereld nog zou hebben verbaasd ware ze niet zo tragisch om het leven gekomen. Nico, 1988 is een portret van een vermoeide, onsentimentele vrouw met William Wordsworths dichtregel „We will grieve not, rather find/strength in what remains behind” als informeel motto. Misschien is Nico zo pragmatisch door een leven van hosselen en heroïne, maar wat deze biopic zo sfeervol maakt is dat spijt, schuld of geldingsdrang weinig vat op haar heeft. Ze heeft aan zichzelf genoeg; een diva. En daar raak je nooit op uitgekeken.