Onderzoek: jonge kinderen spelen minder vaak buiten

Waar ruim de helft van de grootouders en ouders vaker buiten dan binnen speelde, is dat voor kinderen nu nog maar 10 procent, stelt Jantje Beton.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het percentage kinderen tussen de zes en twaalf jaar dat iedere dag buiten speelt is in vijf jaar tijd afgenomen van 20 tot 14 procent. Van de 1,2 miljoen kinderen in deze leeftijdsgroep spelen een miljoen kinderen niet meer dagelijks buiten, blijkt uit een enquête van onderzoeksbureau Kantar in opdracht van Jantje Beton. Negen op de tien kinderen spelen vaker binnen dan buiten.

Voor de enquête werden drie generaties geraadpleegd (grootouders, ouders en kinderen). In totaal zijn 1.082 mensen geraadpleegd (495 kinderen, 365 ouders en 152 grootouders). Waar grootouders (69 procent) en ouders (63 procent) zeggen meer buiten dan binnen te hebben gespeeld als kind, geldt dat voor de jeugd van nu niet: slechts 10 procent speelt nu meer buiten dan binnen. Gevraagd naar welke activiteit ze dan graag doen, binnen- of buitenshuis, antwoorden kinderen dan wel weer het meest ‘buiten spelen’. Ook voetballen is populair. Dat geldt eveneens voor de grootouders.

Jantje Beton is een stichting die zich ervoor inzet dat kinderen meer kunnen spelen en dat er meer speelruimte komt voor kinderen.

Te saai

Gevraagd naar de redenen waarom er minder buiten wordt gespeeld zeggen de kinderen dat speelplekken te saai zijn: ze blijven liever binnen om televisie te kijken of te gamen. Een op de zeven kinderen zegt niet buiten te spelen omdat ze te druk zijn met school en hobby’s. Volgens Jantje Beton, dat zich inzet voor meer speelruimte en meer speeltijd, is het niet zo dat kinderen niet naar buiten willen. 28 procent zegt minder buiten te spelen dan zij of hij graag zou willen.

Jantje Beton zegt bij het onderzoek geen rekening te hebben gehouden met eventueel vervaagde of geromantiseerde herinneringen van ouderen. “Maar op een vraag of er meer binnen of buiten wordt gespeeld, verwachten we wel dat er een eerlijk antwoord kan worden gegeven”, aldus een woordvoerder.

Correctie: in een eerdere versie van dit bericht stond vermeld dat 60 procent van de ouders zegt meer buiten dan binnen te hebben gespeeld. Dit moet 63 procent zijn.