Nico vond de ‘junkie chic’ uit

Nico Wie was eigenlijk die mysterieuze Nico, de muze van Andy Warhol, de ‘chanteuse’ van The Velvet Underground en de Kate Moss van haar dagen?

Trine Dyrholm speelt Christa ‘Nico’ Päffgen in ‘Nico, 1988’.

Nico in 1988.

Foto Lex van Rossen/Hollandse Hoogte

Om het leven van zangeres Nico te begrijpen moet je de wind begrijpen. Of het veel te vroeg gevallen blad dat nog voor de herfst opdwarrelt en wegwaait, zonder veel eigen wil, doel of richting.

Het leven van Nico was een leven van ontheemding. Wie biografieën van de in 1938 in Keulen geboren Christa Päffgen leest, stuit op nachtzwarte verhalen over een supermodel avant la lettre, de belichaming van de junkie chic nog voor die term was uitgevonden, de Kate Moss van haar dagen. Over de grootmoeder van de gothic grafmuziek die met haar monotone melodieën de doden tot leven leek te willen wekken. De muze van pop-artkeizer Andy Warhol, die haar slechts 13,5 minuut roem toebedeelde. Een vrouw wier leven een losse ketting opmerkelijke, soms zelfs glamoureuze incidenten lijkt die aan een zwarte draad van drugsverslaving zijn geregen.

Nico groeide met haar grootvader en moeder op in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog en onder de rook van Berlijn, waar ze in de naoorlogse jaren door een Amerikaanse soldaat werd verkracht, een trauma dat ze haar hele leven met zich mee zou dragen. Ze werd fotomodel in Parijs, was te zien in Federico Fellini’s jetsetfilm La dolce vita (1960), kreeg een zoon met de Franse filmster Alain Delon die opgroeide bij zijn grootouders van vaderszijde – hoewel Delon het vaderschap ontkende.

Toen dook ze opeens op in New York, in Andy Warhols Factory en het roemruchte Chelsea Hotel, pleisterplaats voor kunstenaars, bohémiens en andere passanten. En in Warhols film Chelsea Girl (1966), de titel die ze ook aan haar eerste soloalbum zou geven, na haar kortstondige mislukte avontuur met The Velvet Underground.

Een plaatje had ze toen al opgenomen. Aangespoord door Jim Morrison van The Doors, een van haar vele beroemde minnaars. Begeleid door toenmalig Rolling Stones-gitarist Brian Jones en Jimmy Page van Led Zeppelin. De Velvets waren niet zo blij toen Warhol haar als ‘chanteuse’ naar voren schoof. Zeker niet toen ze de avances van zanger-gitarist Lou Reed afsloeg en een verhouding begon met multi-instrumentalist John Cale, die ook na haar vertrek uit de band muziek voor haar bleef schrijven en produceren.

De drie nummers die ze met The Velvet Underground opnam – ‘Femme Fatale’, ‘All Tomorrow’s Parties’, ‘I’ll Be Your Mirror’ – plus de achtergrondzang op ‘Sunday Morning’ zijn niet meer uit de rockgeschiedenis weg te denken. Nico zou ze blijven spelen. Ook toen ze na racistische uitspraken en een gewelddadig incident door Warhols troupe uit het Chelsea was gezet, op het vliegtuig naar Parijs. Zij zag ze als háár nummers. Zij wás die nummers. Het meisje uit ‘All Tomorrow’s Parties’ in het zijde en linnen van de jurken van gisteren en om wie niemand zal rouwen, zoals de tekst zingt.

In het Parijs van de jaren zeventig ontmoette ze filmmaker Philippe Garrel, die te jong was om bij de nouvelle vague van de door hem bewonderde Jean-Luc Godard te horen en te oud voor al het andere. Net als Nico een verschoppeling en een erfgenaam van de spleen en Weltschmerz van de romantische dichter Rimbaud. Ze waren zielsverwanten, maakten films waarin ze min of meer zichzelf speelden, zoals de impressionistische cultklassieker La cicatrice intérieure (1972), waarin je ze door een emotioneel, sterk symbolisch braakland ziet dwalen. En ze deelden de naald. En maakten daar dan weer films over, zoals het trippy Le berceau de cristal (1976), een gedoemde liefdesbrief van de filmmaker, verslaafd aan de dope en aan zijn muze.

Daarna begon het zwerven weer. Tot ze in de laatste jaren van haar leven neerstreek in Manchester en aan de tournee begon die het startpunt vormt van Nico, 1988, de film die al die rafelige draadjes aan elkaar moet knopen. Pogingen om van de methadon af te kicken en zich met haar zoon Ari (van Alain Delon) te verzoenen, slaagden slechts ten dele. Op vakantie op Ibiza viel ze van haar fiets en stierf ze aan de gevolgen van een hersenbloeding. Godin van de maan werd ze genoemd, maar ze was de godin van de wind.