Na zege richt Orbán pijlen op activisten

Hongarije Zijn verkiezingswinst sterkt premier Viktor Orbán in autoritair optreden. Márta Pardavi van het Helsinkicomité: „Dit is ernstig.”

Tegenstanders van premier protesteren zaterdag in de Hongaarse hoofdstad Boedapest tegen diens ‘corrupte’ herverkiezing. Foto Bernadette Szabo/Reuters

De smartphone in de hand van Márta Pardavi, mensenrechtenadvocaat en co-directeur van het Hongaarse Helsinkicomité, toont dat het 2018 is. De EU-vlaggen in de straten rond haar kantoor laten zien dat we in de Europese Unie zijn. Maar Pardavi, een criticus van de op 8 april herkozen Hongaarse premier Viktor Orbán, zegt dat de haar omringende realiteit allengs meer trekjes vertoont van de communistische jaren tachtig. „Toen Hongarije de vrolijkste barak in het socialistische kamp genoemd werd en het leven tamelijk comfortabel was, maar je beter niet luidkeels over politiek sprak.”

Een dag na de verkiezingszege van Orbán verscheen Pardavi’s portret op het journaal van TV2, het grootste regeringsgezinde commerciële televisiestation van het land. In een schema stond ze als spin in een web tussen journalisten, politici en medewerkers van diverse ngo’s – allemaal politieke stoottroepen van de Hongaars-Amerikaanse miljardair en progressieve filantroop George Soros, volgens TV2. Orbán en zijn loyale media schilderen Soros al meer dan een jaar af als spil in een enorm netwerk van mensenrechtenactivisten, links-liberale media, oppositieleden en „Brusselse bureaucraten” die Hongarije willen overspoelen met honderdduizenden vluchtelingen.

Lijst van ‘Soros-mensen’

De jacht op het „Soros-netwerk” gaat na de verkiezingen onverminderd door. Twee dagen na het TV2-journaal met Pardavi’s portret prijkt ze op een lijst van „Soros-mensen” die werd gepubliceerd door weekblad Figyelö, een van de vele media die recentelijk in handen zijn gekomen van Orbáns vertrouwelingen. Nadat afgelopen zaterdag tienduizenden Hongaren hadden meegelopen in een protest tegen Orbán, pakte het TV2-journaal groot uit met de reactie van een van zijn ministers: dit is een demonstratie georganiseerd door de lui van Soros.

Viktor Orbán is de machtigste Hongaarse leider sinds de val van het communisme. Held voor de een, corrupte tiran voor de ander. Een profiel van een vechter die nooit zal stoppen

„Absurd en surrealistisch”, zegt Pardavi in haar kantoor. „Hoe moet je hierop reageren? Sommige mensen op de Figyelö-lijst vinden het geruststellend om te doen alsof het niet ernstig is. Maar dat is het wel.”

Net voor de verkiezingen nam het Soros-verhaal een mysterieuze wending. Het Helsinkicomité, dat de afgelopen jaren geld ontving van Soros’ Open Society Foundations (OSF), de EU en – via projectfondsen – de Nederlandse regering, ontving een e-mail van een hedgefonds uit Bahrein. Dat wilde naar eigen zeggen praten over investeringen in liefdadigheidsprojecten voor vluchtelingen. Pardavi: „We voelden dat er iets fout zat, dat soort mails krijgen we nooit.” Onderzoeksjournalisten identificeerden het fonds als dekmantel voor een operatie om compromitterende informatie te verkrijgen over organisaties die gelinkt kunnen worden aan Soros en Hongarije.

Medewerkers van soortgelijke organisaties kregen dezelfde verzoeken. De gesprekken met mensen die wel op de uitnodiging ingingen, werden gelekt naar de Israëlische krant The Jerusalem Post en Hongaarse regeringsgezinde media. Een ervan betreft een gesprek van Balázs Dénes, directeur van een in Duitsland gevestigde burgerrechten-ngo, met vertegenwoordigers van het fonds. Hij heeft het over briefings waarmee hij de Duitse regering wil overhalen actie te ondernemen tegen Hongaarse wetgeving die het werk van ngo’s bemoeilijkt. Het gesprek werd door Orbáns woordvoerder aangegrepen als bewijs van „anti-Hongaarse operaties van het Soros-netwerk”.

De website van het fonds is inmiddels verdwenen. Wie de opnames maakte, is nog niet bekend. De mediacampagne tegen het vermeende Soros-netwerk vindt plaats in de aanloop naar een juridisch offensief. Volgens Orbán heeft zijn klinkende verkiezingsoverwinning hem „bekrachtigd” om voortgang te maken met een ‘Stop Soros’-wetsvoorstel. Dat bepaalt dat organisaties die migratie ondersteunen voortaan 25 procent belasting betalen over buitenlandse donaties en een overheidsscreening moeten ondergaan, in naam van de nationale veiligheid. Het voorstel voorziet in boetes voor wie niet meewerkt. Ook zou het mogelijk worden migratieactivisten te verbieden in de buurt van de staatsgrenzen te komen. Volgens een regeringswoordvoerder is het voorstel nodig om „de mazen van de wet rond illegale migratie te dichten”.

Existentiële dreiging

Pardavi noemt het voorstel „een existentiële dreiging” voor het Helsinkicomité: „De helft van onze activiteiten betreft vluchtelingen.” Ze heeft er geen vertrouwen in dat haar organisatie een licentie krijgt. En zelfs met licentie dreigt verlamming van het dagelijkse werk van de ngo, zegt ze, door de enorme administratieve rompslomp en het stigma dat binnenlandse partners zal afschrikken. Buitenlandse donoren zijn verontrust door het vooruitzicht van screenings en het afstaan van een kwart van hun geld.

De voorzitter van de Europese Volkspartij maant de Hongaarse premier geen ‘rode lijnen’ te overschrijden. Maar zijn fractie is verdeeld. Lees ook: Christen-democraten worstelen met Orbán

Volgens Pardavi is het voorstel onderdeel van een strategie die bedoeld is om kritische stemmen „uit te hongeren en te wurgen”. Pardavi: „Wij verzorgen ook gratis juridische bijstand voor mensen die ontslagen worden omdat ze hun politieke mening uiten. Als we daar geen middelen meer voor hebben, gaan mensen zich kwetsbaarder voelen en worden ze ontmoedigd om deel te nemen aan het publieke debat.” Bovendien vreest Pardavi dat de wet als model zal dienen. „Nu gaat het om migratie, maar als de regering straks een ander thema kiest, kan ze de wet makkelijk uitbreiden naar andere domeinen.”

De slimmigheid van anti-ngo- wetten is dat gewone burgers zich er weinig zorgen over maken, zegt Pardavi. „Wie zich niet uitspreekt over bepaalde kwesties, ondervindt geen concrete dreiging. Maar ook die burger wordt op een dag wakker in een apathische samenleving.”

    • Roeland Termote