Hoort de neef die kwam logeren tot het huishouden?

De rubriek Economie & Recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto Getty Images/iStockphoto

Hij werkte voor Economische Zaken en werd in november 2009 voor een aantal jaren naar het buitenland uitgezonden. Zijn vrouw ging met hem mee. Het stel staat vanaf dan niet langer ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).

Het eigen huis in Nederland hield het stel aan. Niet alleen bleven twee dochters er wonen, ook een neef, die na die zomer van 2009 in de buurt kwam studeren, maakte gebruik van het huis en schreef zich in op het adres.

Bij de belastingaangifte over 2010, 2011 en 2012 gaf de man de Nederlandse woning op als ‘eigen woning’. De inspecteur van de Belastingdienst keurde de aanvraag over 2012 af, omdat hij erachter was gekomen dat de neef op het adres stond ingeschreven en dat daarom niet voldaan was aan de voorwaarde dat „een eigen huis niet ter beschikking wordt gesteld aan een derde”. De inspecteur stuurde bovendien navorderingen over de jaren 2010 en 2011.

De man vocht het besluit van de fiscus bij de rechter aan. Volgens hem was het een „familiegunst” dat de neef in de woning „af en toe logeerde” als hij colleges had. Bovendien betaalde de neef geen huur.

De rechter oordeelde dat de neef niet tot het huishouden van de man behoorde – in tegenstelling tot zijn dochters – en dat de neef dus aangemerkt moet worden als een derde. En dus was de navordering van de fiscus terecht. Ook in hoger beroep, dat recent werd uitgesproken, blijft het vonnis van de rechter overeind staan. Volgens het hof is er sprake van meer dan incidenteel logeren. „De aanwezigheid van de neef vanwege zijn studie heeft immers een regelmatig en structureel karakter.”

Uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:680