Hoge Raad: Baybasin krijgt geen nieuw strafproces

Hüseyin Baybasin werd in 2002 tot een levenslang veroordeeld wegens onder meer het medeplegen van moord en drugshandel. Deze veroordeling blijft in stand.

Oud-gevangenisdirecteuren eisen eerder dit jaar de vrijlating van Baybasin. Foto Bart Maat/ANP

De tot levenslang veroordeelde Hüseyin Baybasin heeft geen recht op een nieuw strafproces. Dat is het oordeel dat de Hoge Raad dinsdagmiddag in Den Haag heeft uitgesproken. Baybasin, die al sinds 1998 vastzit, woonde het voor hem teleurstellende oordeel over het door hem ingediende herzieningsverzoek bij.

Baybasin werd in 2002 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens onder meer het medeplegen van moord en verscheidene pogingen tot uitlokking daartoe, drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. Met de afwijzing van het herzieningsverzoek blijft deze veroordeling in stand.

‘Gemanipuleerde taps’

De veroordeling van Baybasin is voor een groot deel gebaseerd op telefoongesprekken die door de Nederlandse politie in 1997-1998 zijn opgenomen en afgeluisterd. Baybasin heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn. Hij stelt dat zijn veroordeling het resultaat is van een samenspanning tussen Nederland en Turkije.

Tapgesprekken zouden (in Turkije) zijn gemanipuleerd. Ook zouden de Nederlandse taptolken de voornamelijk in het Engels en Koerdisch gevoerde telefoongesprekken onjuist hebben vertaald. Deze verweren zijn door het Hof uitvoerig onderzocht en verworpen.

Herzieningsverzoek

Baybasins advocaat diende in april 2011 bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek in. Die besliste in oktober 2012 dat de advocaat-generaal een onderzoek kon instellen naar de mogelijke gronden voor een herziening. Het onderzoek van de advocaat-generaal is op 4 juli 2017 afgerond.

De conclusie van de advocaat-generaal Diederik Aben telt meer dan 1.700 pagina’s en bevat onder meer een inhoudelijke bespreking van de aangedragen aanwijzingen voor manipulatie van de telefoontaps en de vertalingen. In het onderzoek van de advocaat-generaal zijn die aanwijzingen niet komen vast te staan. Ook zijn in dat onderzoek geen aanwijzingen gevonden van een heimelijke samenwerking tussen de Nederlandse en de Turkse politie. De advocaat-generaal concludeerde dan ook dat er geen gronden zijn voor een herziening.

In zijn uitspraak oordeelt de Hoge Raad dat niet van een novum, een nieuw feit, is gebleken dat rechters bij een eerdere behandeling op andere gedachten zou hebben gebracht. De stelling van de advocaat van Baybasin, Adèle van der Plas, dat wel sprake is geweest van zo’n complot, berust naar het oordeel van de Hoge Raad uitsluitend op niet-verifieerbaar bronnenmateriaal. De herzieningsaanvraag is daarom ongegrond.

    • Marcel Haenen