Column

Hoe meer we bewaren, hoe meer er kapot moet

Ze beginnen met de dingen te smijten. Daaraan kun je goed merken dat het voorjaar is. Het begon tijdens Pasen al met de traditionele wedstrijd eieren gooien in de provincie. Daarna ging het los. „We smijten met geld voor onze tuin”, schreef De Telegraaf. „Kopers smijten met geld van de bank”, schreef de Volkskrant. En zojuist smeet iemand een kunstwerk van Jeff Koons kapot in de Nieuwe Kerk. Scherven en verlies: het lentefeest van de verspilling.

Het is vooral verfrissend als kunstwerken kapotvallen in de lente. Iemand tikt de blauwe glazen bal stuk die op Koons’ kopie van Perugino’s Madonna zit geplakt, en natuurlijk komt dan allereerst het sombere apparaat van de kunsthandel op gang. Er klinken financiële schattingen, er dreigt een schaderapport, er komt reactie van een boze Koons, er wordt gevreesd voor museale reputatieschade. Maar intussen is toch maar mooi iets kostbaars kapotgegaan. Zo ontstaat ruimte voor vernieuwing in een wereld die lijdt onder een teveel aan alles.

In de rest van het jaar is de mens niet zo van de verspilling. Meestal streven mens en maatschappij naar orde en spaarzaamheid. Om geen tijd te verspillen is men efficiënt. Om geen geld te verspillen is men behoudend. Weliswaar wordt de consument door het kapitalisme verleid tot weggooien van al het oude en aanschaffen van het nieuwe, maar ieder huishouden verstopt zijn oude troep toch ijverig in kasten en op zolders. En niet alleen de mensen sparen. Overal in de natuur worden nesten en territoria opgebouwd uit oude spullen en eigendommen, bewaard voor het geval dat.

Godzijdank vallen die natuurlijke nesten weer vanzelf van broosheid uit elkaar. Ons kortstondig leven is gelijk een bloem die knakt, zegt de psalmdichter. „Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.” En gelukkig maar: de vergankelijkheid schept nieuwe kansen voor nieuwe generaties. Maar dan de synthetische nesten! De aangeboren spaarzaamheid maakt de mens conservatief in zijn toekomstdromen. Hij wil niet dat de bloemen knakken, hij wil alles behouden. Met wetenschappelijke behoudzucht legt hij iedere gebeurtenis vast en produceert moderne materialen die nooit meer vergaan.

De conservatieve aard van de mens krijgt zodoende de overhand. Iedere bijeenkomst wordt voor de zekerheid gefilmd en bewaard op YouTube. Van alles maakt iedereen een foto. Op servers blijven oude flarden software eeuwig draaien, in de zeeën drijven onze boodschappentasjes, in de toekomst gaan de mensen nooit meer dood en alles blijft altijd, altijd hetzelfde. Jijzelf en je afval. Je verleden en alle uitspraken die je ooit hebt gedaan. Het is pure zuinigheid die dit conservatisme leidt. De mens wordt voor geval van nood bewaard en hij is niet meer vergankelijk genoeg om spoorloos uit de la te verdwijnen.

Maar dan wordt het lente en uit een vrolijk gevoel van ‘het kan niet op’ begint iedereen lekker met de dingen te smijten. Er is genoeg, dus wat kan het schelen als iets verloren gaat? De vergankelijkheid keert terug en de kortstondigheid. Jeff Koons heeft een kopie gemaakt, een duplicaat nota bene van een altaarstuk uit 1500, maar de kopie is gelukkig meteen weer kapot. Je mag wel aannemen dat ze die gaan repareren en conserveren, maar op dit moment zijn we even van de reproductie verlost.

Kunnen we niet nog wat meer stuk gaan gooien? Nee, ho, wacht, rustig aan: wie nu de smaak te pakken krijgt, moet weten dat er wel regels zijn voor de verspilling. Die kent van oudsher strenge rituelen en vaste conventies, en het is niet de bedoeling dat je zomaar in het wilde weg met de dingen gaat smijten. Je hebt er geïnstitutionaliseerde voorjaarsfeesten voor. Je hebt de oude rituelen van het potlatch-feest, als de stam zijn rijkdommen vernietigt, om vijandige stammen te verlokken uit prestige hetzelfde te doen. En er is, natuurlijk, oorlog.

Sinds de Verenigde Staten 4.500 miljard dollar hebben uitgegeven aan oorlogen in Irak en Afghanistan, willen conservatieve Republikeinen niet weer aan zo’n dure oorlog beginnen. Toch heeft de president zijn steun gegeven aan een aanval op Syrië die honderden miljoenen heeft gekost. En alle gelden en alle mensenlevens die worden verspild vallen binnen het traditionele stramien van de potlatch, het patroon van de vier jaargetijden: sterven en opnieuw beginnen, spaarzaamheid en lichtzinnigheid.

En hoe meer wij bewaren, hoe meer er kapot moet en hoe meer oorlog er komt. Laat dat een aansporing zijn de vergankelijkheid serieuzer te nemen en haar liefst al op te nemen in het ontwerp van nieuwe materialen en dingen. Kortstondigheid by design: die blauwe bal is een begin en goddank is die stuk.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.