Recensie

Heldendom is nogal saai in Eastwoods trein naar Parijs

Drama Clint Eastwood besluit zijn ‘heldentrilogie’ met ‘The 15:17 to Paris’, gebaseerd op de verijdelde aanslag in de Thalys in 2015. Drie Amerikanen waren de helden. Ze spelen zichzelf in de film, maar of dat een goed idee was?

Alek Skarlatos, Anthony Sadler en Spencer Stone spelen zichzelf in ‘The 15:17 to Paris’.

Amsterdammers zijn de aardigste mensen ter wereld, leren we uit The 15:17 to Paris. Het is het sluitstuk van wat je Clint Eastwoods heldentrilogie kan noemen, na American Sniper en Sully. De film van Eastwood gaat over de verijdelde aanslag in de Thalys naar Parijs in 2015.

Aan boord van die Thalys bevonden zich twee Amerikaanse militairen en hun vriend. Zij reisden door Europa en grepen in toen Ayoub El Khazzani zijn kalasjnikov wilde legen op de passagiers. Naar eigen zeggen had hij geen terroristische motieven, maar in de film bestaat daar geen twijfel over, getuige de close-up die hij krijgt als hij met huiveringwekkende blik in de spiegel kijkt van de wc waarin hij zich voorbereidt. Een close-up die ook nog eens kracht wordt bijgezet met dreigende muziek: dit is een terroristische schurk.

Gelukkig zijn er ook nog echte helden: zij worden gevierd in The 15:17 to Paris. Omdat de actie hooguit een kwartier beslaat, vult Eastwood de overige tijd door het omstandig tonen van de jeugd van zijn helden, lastige jongetjes die volgens de lagereschooldirectrice ADHD hebben. Twee kleden zich steevast in camouflage legerkleding, met z’n drieën spelen ze oorlogje. Spencer gaat bij de luchtmacht, Alek dient in Afghanistan. Eastwood trekt vooral veel tijd uit voor de militaire training van Spencer, die uiteindelijk de grootste heldenmoed vertoont. Heldenmoed die hier bijna religieuze trekjes krijgt: Spencer denkt dat hij slechts een hoger doel diende. De film eindigt met de uitreiking van de Légion d’honneur die toenmalig president Hollande het viertal – met ook nog een wat minder heldhaftige Brit – opspeldt.

De drie Amerikaanse helden spelen zichzelf. Hoewel dat de film authenticiteit verleent, is het tegelijk de zwakte. Dit zijn duidelijk geen acteurs, al hebben ze net voldoende charisma om de boel te trekken. Het omstandig tonen van hun verleden én hun toeristische trip door Europa pakt nog slechter uit. Bij vlagen lijkt de film wel een reisfolder, met prima reclame voor Amsterdam. Daar kun je uitstekend feesten! Ook filmde Eastwood een fraai shot van de Thalys op Amsterdam Centraal, met het fotogenieke Eye Filmmuseum en de voormalige Shelltoren op de achtergrond.

Als The 15:17 to Paris één ding aantoont, is dat hoe saai heldendom is – waarbij Eastwood ook nog eens wegmoffelt dat de kalasjnikov van de schutter blokkeerde. Deze heldenmoed had minder met voorzienigheid te maken dan met geluk. Maar ze deden het wel.