Regisseur Chloé Zhao ontdekte in het Amerikaanse Midwesten dat ze filmmaker wilde worden. Na haar tweede film, ‘The Rider’, geldt ze als het grote talent van haar generatie.

‘Een Trumpstemmer aan wie ik u graag voorstel’

Chloé Zhao In ‘The Rider’ portretteert de regisseur een jonge rodeocowboy in Zuid-Dakota die zijn Amerikaanse droom moet hervinden.

Chloé Zhao heeft pas twee films gemaakt, maar ze kan nu al zeggen dat bij haar niets gaat zoals in de boekjes staat. Om te beginnen was de in Beijing geboren regisseur helemaal niet van plan om filmmaker te worden. Ze studeerde politicologie in New York toen ze geïnteresseerd raakte in het leven van de Lakota Sioux in Zuid-Dakota. Niet wetend dat hun land een paar jaar later het toneel zou worden van hevige protesten tegen de aanleg van een oliepijpleiding.

Twee films later – Songs My Brothers Taught Me (2015), die zich in het Pine Ridge-reservaat afspeelt; en The Rider (2017), gesitueerd bij een familie van traditionele redneck-rodeorijders – geldt ze in Amerika als het grote talent van haar generatie. Een outsider die films over indianen én cowboys durft te maken.

„In het Amerikaanse Heartland, het Midwesten, ontdekte ik dat ik filmmaker wilde worden”, vertelde Zhao in september op het filmfestival van Toronto, waar The Rider na zijn première in Cannes z’n Noord-Amerikaanse zegetocht begon. Ze schreef een scenario, kreeg het geld niet rond, smeet het script in een hoek en begon toch te filmen. Zoals de meeste toonaangevende nieuwe regisseurs van nu: ergens op de grens van documentaire en fictie, met lange, observerende scènes, maar geworteld in de sociale realiteit.

The Rider is het onbedoelde vervolg op Songs My Brothers Taught Me: „Het zijn films over jonge mensen en hun dromen.” Ze maakte hem volgens hetzelfde semidocumentaire procedé. Maar een film over de identiteitsvragen van jonge indianen klinkt politiek correcter dan eentje over de identiteitscrisis van jonge Trumpsympathisanten. „Weet je, twee jaar voordat de protesten bij Standing Rock losbarstten, was ik bezig met een script over die oliepijpleiding, want dat is niet iets van vandaag of gisteren; dat is daar al een eeuwigheid bezig. Maar toen de vlam in de pan sloeg, heb ik dat terzijde geschoven. Want ik mag als privépersoon dan wel een linkse milieuliefhebber zijn, ik pas ervoor om propagandafilms te maken. Ik koester liever dat grijze gebied tussen mensen.”

Zhao was meer geïnteresseerd in een film over de identiteitscrisis van jonge Trumpfans: ze filmde The Rider tijdens Trumps succesvolle presidentscampagne. „Zat ik daar elke avond bij de familie Jandreau aan de keukentafel, terwijl op de achtergrond de tv-zender FOX News de meest haatdragende taal uitzond. En ik snapte dat ik een film aan het maken was over mensen die met Trump zouden worden geassocieerd, over onbegrepen Trumpstemmers. Zo werd het onbedoeld een portret van gedemoniseerd Amerika.”

Lees hier de recensie van ‘The Rider’

Voor Zhao is The Rider een portret van Brady en zijn strijd om zichzelf te vinden. „Misschien is hij een Trumpstemmer aan wie ik je graag wil voorstellen. Hij is geen stereotiepe macho. Sterker nog: hij heeft een opvallend vrouwelijke kant. Elke keer als ik hem met die paarden bezig zag, was hij zowel een moeder als een vader voor ze. Al die zogenaamd mannelijke sporten als bergbeklimmen, surfen en rodeorijden exploiteren machismo. Maar als je iets verder kijkt, dan gaan ze over de verhouding van het individu met de natuur.”

En zo zijn we toch weer bij grote thema’s en grote genres. De Amerikaanse mythe van de western waar Zhao, zo geeft ze toe, eigenlijk weinig affiniteit mee heeft. „Ik heb misschien drie westerns in mijn leven gezien. Ik heb helemaal niks met dat haantjesgedrag, met die Amerikaanse droom. Voor mij is dat meer de Amerikaanse boze droom. Of de Amerikaanse droevige droom. Mensen zoals Brady interesseren me omdat ze ergens wel weten dat die droom kapot is, maar hem toch blijven dromen. Ik ben een outsider met een insider-blik, daarom herken ik dat.”

    • Dana Linssen