Een goede toets moet motiveren

Schooladvies Vanaf deze week maken kinderen in groep acht de eindtoets. Vaak digitaal: de vragen buigen mee met hoe de leerling het doet.

Foto: Jessica Kikkert

Een papieren eindtoets of een digitale? In groep acht van de Arnhemse School Vereniging mocht iedereen zelf kiezen. Twee weken geleden maakten de leerlingen een proefversie van de Centrale Eindtoets – de digitale variant, waarbij de vragen zich aanpassen aan de vaardigheden van de leerling. Maandag begon de échte toets. Veertien leerlingen kozen voor de computer, vier voor papier.

Waarop baseerden ze hun keuze? Onderwijzeres Jessica Neuteboom zet de telefoon voor die vraag even op de speaker. Dat de toets zich aanpast, zegt Mike, geeft een prettig gevoel. Henrik vult aan: „Want als je vmbo-niveau hebt, krijg je niet alleen maar vragen op vwo-niveau.”

IJsbrand noemt als voordeel dat je niet per ongeluk het antwoord kunt invullen bij de verkeerde vraag. Dat gebeurde hem vorig jaar bij de papieren Entreetoets. „Als je dan één verkeerd bolletje inkleurt, gaat er meteen veel mis.” Ook handig, vindt Raymond: dat je alleen de vraag op je scherm ziet waar je mee bezig bent. „Dat maakt het duidelijker.”

Digitale adaptieve toets

Vanaf deze week maken alle achtstegroepers een eindtoets. Steeds vaker is dat een digitale adaptieve toets. Die past zich aan de leerling aan: veel goede antwoorden betekent dat de vragen moeilijker worden, voor foute antwoorden geldt het tegenovergestelde. De toetsen Route 8, AMN en DIA zijn adaptief. Ook de Centrale Eindtoets (CET), gemaakt door het College voor Toetsing en Examens (CvTE) en het Cito, heeft sinds dit jaar een digitale adaptieve toets.

„We willen dat elke leerling wordt gemotiveerd bij het maken van de eindtoets, en niet gefrustreerd”, zegt Margit van Aalst, projectleider Centrale Eindtoets bij het CvTE. Zo’n 24.000 leerlingen maken de nieuwe digitale variant – ongeveer een kwart van de leerlingen die de CET maakt.

Bovendien is bij wet vastgelegd dat het toetsresultaat vanaf dit jaar ‘leerkrachtonafhankelijk’ moet zijn. Dat was tot nu niet het geval bij de Centrale Eindtoets: leerlingen die werden ingeschat als vmbo kader of beroepsgerichte leerweg (zo’n 25 procent) kregen van hun leraar een makkelijkere toets. Daarmee konden ze overigens wel op alle niveaus uitkomen.

Het grote voordeel van een adaptieve toets is dat die de vaardigheden van de sterkste en zwakste leerlingen preciezer meet, zegt Desirée Joosten-ten Brinke, toetsdeskundige aan de Open Universiteit en de Fontys-lerarenopleiding. „Een lineaire toets is gericht op het gemiddelde.” Zwakke leerlingen kunnen daardoor gedemotiveerd raken en sterke leerlingen verveeld. „Als je alles al weet, is het moeilijk je te concentreren.”

Bij adaptieve toetsen zijn er bovendien minder vragen nodig, zegt Joosten-ten Brinke. En omdat elke leerling een andere toets krijgt (bij de Centrale Eindtoets zijn er wel 100.000 varianten), hoeven leerlingen de toets niet tegelijkertijd te maken. Onderzoek laat volgens haar geen eenduidige prestatieverschillen zien bij papieren en digitale toetsen.

Papier prettiger

Toch vinden sommige leerlingen papier prettiger. Zoals achtstegroeper Emmely van de Arnhemse School Vereniging. „Op papier zie je precies waar je bent in de toets, dat is veel duidelijker”, zegt ze. En haar klasgenoot Eiso vindt het niet fijn om lang achter een computer te zitten.

De IEP Eindtoets, dit jaar op tweeduizend scholen gemaakt, kiest bewust voor papier, zegt Irene Fokkens van Bureau ICE. „We horen dat leerlingen het prettig vinden vanuit een papieren tekstboekje te werken. Ook vinden we het belangrijk dat ze teksten van papier kunnen lezen.” Overzicht over de opdrachten zorgt bovendien voor zelfvertrouwen bij leerlingen en minder druk, denkt Fokkens. „Die wordt door ouders, scholen en media nog altijd opgelegd. Terwijl de eindtoets een second opinion is bij het schooladvies.”

Dat schooladvies werd in 2014 leidend: de eindtoets werd verplicht en verschoven naar later in het schooljaar. Eindtoetsscores komen in de meeste gevallen overeen met het schooladvies, weten we sindsdien. Maar er is ook kansenongelijkheid. Leerlingen van laagopgeleide ouders en met een niet-westerse migratieachtergrond worden vaker te laag ingeschat. Slechts bij een op de vijf leerlingen is vorig jaar het advies bijgesteld na een hoger toetsadvies.

In groep acht van de Arnhemse School Vereniging is de sfeer wel heel ontspannen. Dat komt mede doordat leerlingen zelf mochten kiezen of ze een digitale of een papieren toets wilden maken, denkt lerares Jessica Neuteboom. „We hebben zelfs zin in de komende twee toetsdagen.”

Leerling Emmely, die koos voor papier, heeft nog een tip voor andere kinderen die ook zelf mogen kiezen. „Doe wat jij fijn vindt. Laat je niet beïnvloeden door anderen. Of doordat technologie populair is.”