Recensie

De waarheid van een sportbestuurder

Hein Verbruggen De in 2017 overleden sportbestuurder Hein Verbruggen poogt postuum zijn gelijk te halen. Zijn verhaal is incompleet.

Hein Verbruggen (midden) als UCI-voorzitter in gesprek met Juan Antonio Samaranch (IOC) en Lance Armstrong, tijdens de ronde van Zwitserland. Foto Alessandro Della Valle/EPA

Je verkoopt volgens moderne marketingprincipes succesvol Mars-repen en belandt via sponsoring in een hopeloos verouderde wielerwereld. Wat doe je dan? Je volgt je hart en wordt sportbestuurder. Om te hervormen. Ruim dertig jaar verder, tien maanden na zijn dood, is De waarheid van Hein Verbruggen de verantwoording in boekvorm van de marketeer die als sportbestuurder het nodige heeft kunnen verbeteren aan de wielersport, en later ook aan de olympische wereld. Alleen lukte dat lang niet zo ingrijpend als hij zich ten doel had gesteld.

Verbruggen wist bij zijn entree in de wielersport niet wat hij meemaakte. Hij trof een vermolmde minimaatschappij aan met amper handhaving van de reglementen, waar kongsi’s, combines en doping de boventoon voerden. En voor renners een biotoop met belabberde arbeidsvoorwaarden en nauwelijks rechtsbescherming. Daar overheen lag de verstikkende deken van de almachtige organisatie van de Tour de France. Samengevat trof Verbruggen het Wilde Wielerwesten aan.

Monopolistische gezelschappen

Nadat Verbruggen in 1996, uit hoofde van zijn functie als voorzitter van de wereldwielerbond UCI, ook tot lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werd bevorderd, kwam hij tot de ontnuchterende ontdekking dat de sportwereld in brede zin zo rot is als een mispel. Veel sportfederaties, laat Verbruggen opschrijven, zijn uitgegroeid tot anachronistische en monopolistische gezelschappen, waarin dusdanig veel ongecontroleerd geld omgaat dat de uitnodiging tot corruptie groot is.

Letterlijk schrijft Verbruggen de indruk te hebben dat Armstrong als renner een cynisch spel heeft gespeeld om de UCI als samenzweerder te framen

Wat volgt is een opsomming van misstanden in vooral de wielersport, die Verbruggen heeft proberen aan te pakken en waarin hij deels geslaagd is. In die zin is het boek een lofzang op zijn veertienjarige periode als UCI-voorzitter. En in zeker opzicht ook een afrekening met zijn tegenstanders, hoewel Verbruggen dat zelf in zijn voorwoord weerspreekt. Maar de manier waarop hij rekeningen vereffent met Lance Armstrong en de criticasters die hem te grote intimiteit met de gevallen wielrengrootheid verweten of dwarszaten in zijn hervormingsdrift, liegt er niet om.

Hello, my dear friend

Een bewijs van zijn zuiverheid moet Verbruggens e-mail aan Armstrong zijn, waarin hij zijn ontgoocheling over diens verduistering van dopingpraktijken toelicht. Letterlijk schrijft Verbruggen de indruk te hebben dat Armstrong als renner een cynisch spel heeft gespeeld om de UCI als samenzweerder te framen. ‘Je belde me in het bijzijn van je ploegmaats om de indruk te wekken dat je bijzonder goed met me kon opschieten (‘Hello, mij dear friend’); de giften die je deed om dopingonderzoek te steunen; je bezoek aan het World Cycling Center in Lausanne. Dit allemaal om bij je ploegmaats en de buitenwereld de indruk te wekken, dat je de UCI in je zak had.’

De trots die resteert heeft bij Verbruggen vooral betrekking op zijn reorganisatie van de UCI tot een moderne sportbond, verbetering van de arbeidsomstandigheden voor wielrenners en toch ook wel de herstructurering en mondialisering van de wedstrijdkalender, hoewel hij de macht van organisatoren, de Tour de France voorop, niet echt heeft kunnen breken. Zijn grootste frustratie was de onoplosbaarheid van het dopingvraagstuk.

Camiel Eurlings

Verbruggens inkijkje in de wielersport is verhelderend en mooi opgeschreven door de Belgische journalist Rik Vanwalleghem. Maar zijn boek is verre van compleet, vanwege het ontbreken van relevante olympische informatie. Dat deel van zijn dominante rol als sportbestuurder blijft (helaas) onderbelicht. Niets over zijn toetreding tot het IOC en geen woord over de invloed die landen – Rusland en president Vladimir Poetin voorop – aanwendden om de Olympische Spelen binnen te halen. Ook niets over zijn rol bij de verkiezing van geestverwant Jacques Rogge tot IOC-voorzitter. Evenmin een letter over zijn combine met koning Willem-Alexander om niet de NOC*NSF-kandidaat André Bolhuis, maar Camiel Eurlings het IOC binnen te loodsen.