Cuba na de Castro’s

Machtswisseling

Zes decennia na de revolutie die uitmondde in een communistische dictatuur legt Raúl Castro woensdag het presidentschap neer. Zijn opvolger erft een land dat snakt naar hervormingen, leert een reis langs de oude revolutionaire route.

De Sierra Maestra, de bergketen waar de Cubaanse revolutie begon. Foto’s Ivan Alvarado

Behendig slaat historicus Miguel Antonio García wat takken weg, hij stapt de houten boshut binnen en trekt aan een bijna onzichtbaar touwtje op de vloer. Een oud luik zwaait open met daaronder een groot gat. „Dit was de geheime vluchtroute van Fidel Castro”, zegt hij. „Zo kon hij makkelijk de jungle in verdwijnen als het leger van dictator Batista zou komen.” Verderop in de hut staat het tweepersoonsbed van Fidel nog. „Een gift van een boerenfamilie uit de buurt.”

Hier, ver van de bewoonde wereld, in het uitgestrekte oerwoud van de Sierra Maestra, een 250 kilometer lange bergketen op het eiland, begonnen Fidel Castro en zijn rebellenleger ruim zestig jaar geleden de Cubaanse revolutie. Een tot de verbeelding sprekende strijd tegen de door de Verenigde Staten gesteunde dictator Fulgencio Batista.

Na een heimelijke boottocht in 1956 met het schip de Granma vanuit Mexico werden Fidel en zijn mannen voor de kust aangevallen door het leger. De groep overlevenden trok de Sierra Maestra in, met naast Fidel ook diens jongere broer Raúl, de huidige president van Cuba, en de Argentijnse arts Ernesto ‘Che’ Guevara.

Bij hun oerwoudguerrilla sloten zich de daaropvolgende jaren honderden rebellen aan. Eind 1958, begin 1959 grepen ze de macht. Een revolutie die uiteindelijk zou uitmonden in een nieuwe dictatuur, van de Communistische Partij, de enige toegestane partij op het eiland.

Een president van dit land moet weten wat het is om een revolutie te beginnen.

Miguel Díaz-Canel is beoogde opvolger

Nu, zes decennia later, begint een nieuw hoofdstuk in deze geschiedenis. Woensdag zal president Raúl Castro (86) het presidentschap neerleggen. Hij nam dat tien jaar geleden over van Fidel, die eind 2016 overleed. Hoewel de Cubaanse Nationale Assemblee pas tijdens die sessie officieel de president zal benoemen, is algemeen bekend dat de 57-jarige Miguel Díaz-Canel de opvolger wordt. Canel, van huis uit ingenieur en nu nog vicepresident, is van een jongere generatie en geen lid van de Castro- familie. Hij werd geboren na de revolutie, draagt geen legerpak maar een spijkerbroek en is groot liefhebber van The Beatles.

Juan González Castillo, 70 jaar, boer in Santo Domingo. Foto Nina Jurna

Met Díaz-Canel krijgt Cuba een president die niet bij de groep oude strijders hoort die in de bergen de revolutie ontketende. „In mijn ogen kun je dan eigenlijk geen president van dit land worden”, zegt Juan González Castillo (70), een lokale boer in het dorpje Santo Domingo, hoog in de bergen van de Sierra Maestra. Hij draagt een grote rieten cowboyhoed en jaagt wat rondzwervende varkens over zijn erf. „Natuurlijk zijn de nog levende strijders al oud”, zegt hij. „Maar Cuba is verbonden met de strijd hier in deze bergen. Een president van dit land moet weten wat het is om een revolutie te beginnen.”

Hij was tien jaar oud toen zijn opa Lucas Castillo Mendoza hem op een ezel zette met tassen vol eten en ze samen aan een steile tocht van drie kilometer richting Castro’s hoofdkwartier begonnen. „Mijn opa was een van de vele campesinos [boeren] in de bergen die hulp boden aan Fidel en Che en de andere guerrillero’s. Hij gaf eten en geld”, zegt Juan Castillo. Hij herinnert zich het kamp van de rebellen en ook de bijeenkomsten met Che en Fidel voor het huisje van zijn opa, dat nu een museum is. „Militairen van Batista ontdekten dat mijn opa de rebellen hielp, en vlak voor de overwinning van Fidel werd hij geëxecuteerd. Mijn opa is gestorven als een held van de revolutie.”

Er komt een nieuwe hond, maar met dezelfde halsband.

Foto’s Nina Jurna
Foto’s Nina Jurna
Foto’s Nina Jurna
Foto’s Nina Jurna
Een deel van de bergketen Sierra Maestra , waar Fidel Castro en zijn rebellen zestig jaar geleden de revolutie begonnen, het oude kampement, een graf van overleden strijders en het oude radio station van de rebellen ‘radio Rebelde’.
Foto’s Nina Jurna

Diepgeworteld in de Partij

Cuba’s nieuwe president mag dan niet het imago van een legende hebben, zoals zijn voorgangers, en moderner en jonger ogen, maar de communistische koers en het beleid van Raúl Castro zijn in zijn handen vrijwel zeker veiliggesteld. Veel zal er niet onmiddellijk veranderen in Cuba, is de verwachting. Canel is diepgeworteld in de Partij en hij behoort tot een generatie van vijftig- en zestigplussers die al een aantal jaren succesvol belangrijke beleidsfuncties binnen de partij aan het overnemen zijn van de oude generatie revolutionairen.

Bovendien blijft de macht van de familie Castro stevig. Raúl blijft aan het hoofd staan van de Partij en van het leger, zo is de verwachting. En hij zal naar alle waarschijnlijkheid zitting nemen in het parlement. Daarbij is Castro’s zoon minister van Binnenlandse Zaken (en dus van de machtige veiligheidsdienst) en leidt zijn schoonzoon het staatstoerismebedrijf: een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het noodlijdende eiland.

Grafmonument van Fidel Castro in de oostelijke stad Santiago de CubaFoto Carl De Keyzer/Magnum Photos/HH

„Er komt een nieuwe hond, maar met dezelfde halsband, zoals we zeggen in Cuba”, zegt Iván Incián Cordovi sceptisch. Hij is afgestudeerd als fysiotherapeut, maar heeft een eigen particulier transportbedrijfje. Dat laatste werd mogelijk nadat Raúl Castro burgers had toegestaan voor zichzelf te beginnen als zogeheten cuentapropistas. Sinds deze hervorming uit 2010 hebben circa een half miljoen Cubanen kleine bedrijfjes opgezet. Daarmee verdienen ze in CUC, een munteenheid waar toeristen mee betalen en die een-op-een is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.

„Als ik als fysiotherapeut zou werken, zou ik omgerekend een staatssalaris van 21 CUC per maand verdienen. Een gezin met drie kinderen is daar niet van te onderhouden. Veel producten zijn niet te krijgen in onze nationale munt, alleen in CUC”, zegt Incián. Zijn van oorsprong Spaanse opa vluchtte toen Fidel Castro aan de macht kwam en alle bedrijven nationaliseerde. Maar zijn vader, een fanatieke aanhanger van Castro, bleef in Cuba en werd een kopstuk binnen de Communistische Partij. „Dat betekende dat ik als kind bepaalde privileges kreeg, er zijn sociale klassen, ook binnen het communisme. Ik ben blij met verworvenheden van de revolutie zoals gratis onderwijs, gezondheidszorg en de veiligheid in het land, maar geef ons meer vrijheid om bedrijven te starten zonder te veel bureaucratie en hoge belastingen. Als de toekomstige president dit land niet hervormt, gaan we kapot.”

Het toilethok van Fidel Castro in het kampement.
Foto Nina Jurna
Foto’s Nina Jurna
Het oude kampement in de bergen en toilethok van Fidel Castro.
Foto’s Nina Jurna

Schrijnend beeld van de schaarste

Miguel Díaz-Canel staat voor grote uitdagingen. De economie is compleet ingezakt – op het toerisme na, dat nog altijd groeit. De prijzen van tabak, suiker en koffie zijn gedaald en de steun van linkse bondgenoten is afgebrokkeld.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie viel Moskou al weg als de grote sponsor van Cuba. Daarna wist het land te overleven door zich open te stellen voor massatoerisme. Ook begon het steeds sterker op China en Venezuela te leunen. Venezuela leverde goedkope olie en geld, maar is nu zelf ook bankroet.

Een tocht vanuit de bergen door het land geeft een schrijnend beeld van de schaarste. Wegen zijn slecht onderhouden, landbouwproductie is er weinig en voor winkels met door de overheid gesubsidieerde levensmiddelen en producten staan lange rijen. Telefoons, internetkaarten en elektrische apparaten hebben voor Cubanen torenhoge CUC-prijzen.

Zonder familie in het buitenland die dollars of euro’s stuurt, overleef je hier niet.

Het klassenverschil groeit. De eigenaren van grote huizen, die voor 25 tot 30 CUC per nacht kamers verhuren aan toeristen als casa particular, vormen een groeiende elite vergeleken met de Cubanen die van een overheidsloon moeten rondkomen.

Ondertussen wordt de revolutie nog steeds bejubeld en levendig gehouden met afbeeldingen en teksten van de overleden leiders Fidel Castro en Che Guevara op grote billboards langs de weg. „De revolutie is echte zorg voor elkaar, gelijkheid en rechtvaardigheid.” En: „Fidel, we willen zijn zoals jij, een echte strijder van de revolutie.”

„Mijn realiteit is heel anders”, zegt León Hidalgo (28) nadat we het zoveelste revolutionaire billboard hebben gepasseerd tijdens de vijfhonderd kilometer lange rit tussen de bergen en provinciestad Santa Clara. „Als ik je nu uitnodig bij mij thuis, schrik je. Ik slaap op een matras vol gaten, geld voor een ventilator in deze verstikkende hitte heb ik niet”, zegt hij. Deze route werd ook afgelegd door Che Guevara nadat de guerrillero’s in 1958 de Sierra Maestra vrijwel onder controle hadden gekregen en het land introkken om verder tegen het leger te vechten.

Bewoners rondom het oude kampement.Foto Nina Jurna

Vanachter zijn zonnebril tuurt Hidalgo door de voorruit van de auto en probeert scheuren in de hobbelige weg te ontwijken. „Ik kan het niet anders zeggen: mijn generatie heeft geen toekomst hier. Jong zijn in Cuba is een drama, je hebt geen leven.” Zijn vriendin, geblondeerd en met nepwimpers, probeert hem te kalmeren. „Al jaren horen we dat alles de schuld is van het Amerikaanse handelsembargo”, gaat hij verder. „Ik denk dat de echte blokkade niet vanuit de VS komt, maar vanuit onszelf.”

Even leek er hoop toen toenmalig president van de VS Barack Obama in 2014 de relatie met Cuba versoepelde. Toerisme naar het eiland werd makkelijker gemaakt. Obama bezegelde de verbeterde relatie met een bezoek aan Cuba, met zijn gezin. The Rolling Stones traden daarna gratis op in Havana en het eerste cruiseschip uit Miami vertrok richting Cuba.

Maar de detente was kortstondig. Onder Trump is de versoepeling deels teruggedraaid. Vermeende, mysterieuze ‘geluidsaanvallen’ op Amerikaans ambassadepersoneel in Cuba hebben het wantrouwen verder doen oplopen. „Cuba moet deze vier jaar Trump uitzingen, dan komt er hopelijk een nieuwe president die de relatie weer oppakt”, verzucht Julián Pérez, een 85-jarige communist in Santa Clara. In deze stad liggen niet alleen de wortels van de aankomende president Miguel Díaz-Canel; ook het stoffelijk overschot van Che Guevara ligt hier. In 1958 leverde hij in Santa Clara een beslissende slag, toen hij een trein met soldaten, wapens en legermateriaal liet ontsporen door met een bulldozer de rails te blokkeren.

Julian Pérez, oude revolutionair (85) die samen met Che Guevara streed in de stad Santa Clara, samen met zijn echtgenote. Foto’s Nina Jurna

Bij het graf van Fidel

Vanaf de bank in zijn kleine volkswoning haalt Julián Pérez herinneringen op aan die strijd. Hij was erbij en vocht mee aan de zijde van Che. „Ik was jong toen ik me aansloot bij de strijd in de provincie”, zegt de oude revolutionair. „Che wist dat er een trein zou komen van Batista, op weg naar het oosten van het land om de rebellen in de bergen te verslaan. Toen we de trein hadden ontspoord, had Batista geen kans meer en vluchtte hij het land uit.” Als een schoolmeester lepelt hij het verhaal op.

Zijn vrouw borduurt stilzwijgend een lap stof en kijkt af en toe op, bij bepaalde herinneringen. „Hij heeft twee keer in de gevangenis gezeten en toch zijn we tussendoor getrouwd, inmiddels langer dan de revolutie”, zegt ze lachend. De generatie van Pérez sterft langzaam uit, maar het communisme in Cuba is volgens hem veiliggesteld met de aankomende president. „Hij is gevormd in de partij, een communist in hart en nieren”, zegt Pérez. „En het communisme is en blijft de juiste weg voor Cuba en de bevolking.”

Julian Pérez, oude revolutionair (85) die samen met Che Guevara streed in de stad Santa Clara, samen met zijn echtgenote. Foto’s Nina Jurna

Na de overwinning van Che in Santa Clara en de vlucht van Batista was de revolutie een feit. Tijdens de beroemde ‘karavaan van vrijheid’ maakten Fidel en zijn manschappen een triomftocht vanuit de bergen naar Havana. Na zijn dood in 2016 werd diezelfde tocht in tegengestelde richting gemaakt met zijn as, richting zijn graf in Santiago de Cuba – dat is nu een waar bedevaartsoord.

De lucht is strakblauw en zonnig als María Nuñez Santos zich op zondagochtend voor Fidels graf laat fotograferen door haar zoontje. Tientallen mensen lopen rondom de statige begraafplaats waar militairen de wacht houden en waar ook de beroemde Cubaanse onafhankelijkheidsstrijder en dichter José Martí begraven ligt. „We weten officieel nog van niets van wat deze week gaat gebeuren”, zegt ze, wandelend over de begraafplaats. „Laten we hopen dat een nieuwe president de economie laat groeien en er één munt komt, in plaats van twee. Zonder familie in het buitenland die dollars of euro’s stuurt, overleef je hier niet.”

Historicus Miguel García luistert naar een kolibrie die op het dak van Fidels oude hut zit en bootst het geluid van de vogel perfect na. La Comandancia, het oude hoofdkwartier in de Sierra Maestra, is tegenwoordig een toeristische attractie waar bezoekers zich even in de tijd van de oude rebellen kunnen wanen. „Wat hier ooit gebeurde, was bovenmenselijk. Een groep strijders die het won van een machtig leger met wapens, vliegtuigen en bommen”, zegt Garcia. „Dit eiland heeft een bijzondere geschiedenis, en zit vol verrassingen. Ik geloof dat het ook een bijzondere toekomst heeft.”