Twee keer failliet, en dan?

Detailhandel In de detailhandel gingen veel bedrijven over de kop. Modebedrijf McGregor zelfs twee keer. Oud-werknemers vertellen hoe dat was.

Jan Marc ter Steege maakte bij McGregor twee keer een faillissment mee: „Je moet altijd vooruit blijven kijken.” Foto Bram Petraeus

Hij had al weleens opgevangen dat het allemaal even wat minder ging. „Vijf voor twaalf”, klonk het soms zelfs voorzichtig. Maar Jan Marc ter Steege, jarenlang bedrijfsleider van de McGregor-winkel in Hengelo, bleef ondanks alles optimistisch. „Zo’n groot merk kan toch niet kapot”, dacht hij dan.

Ter Steege hield zich vast aan de prestaties van zijn eigen filiaal, waarover hij zes jaar eerder de leiding had gekregen. Daar ging het allemaal prima. Datzelfde hoorde hij bij veel andere winkels van McGregor, waarmee hij weleens contact had. Dus waarom zou het bedrijf niet gewoon de locaties sluiten waar het niét goed ging, en doorgaan met de rest?

Toch besloot de leiding van McGregor anders. In 2015 leed het kledingbedrijf een verlies van 26 miljoen euro. McGregor, tevens eigenaar van de merken Gaastra en Adam Brandstores, vroeg in juni 2016 uitstel van betaling aan en werd twee weken later failliet verklaard. Voor ongeveer 1.200 werknemers dreigde ontslag.

McGregor was niet de enige modeketen die omviel. In geen enkele sector werden de laatste tien jaar zo veel faillissementen uitgesproken als in de groot- en detailhandel, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen donderdag. Ruim 81.000 werknemers werden door een faillissement getroffen. Al maakte het merendeel van de bedrijven wel een doorstart, aldus het CBS.

Zo ook McGregor. Amper twee weken nadat het faillissement in 2016 werd uitgesproken, maakte het modehuis een doorstart onder de Doniger Fashion Group. Voor tweehonderd oudgedienden was in het nieuwe bedrijf geen plek meer – zij werden vervangen door goedkopere uitzendkrachten.

Maar in september 2017 ging het opnieuw mis. McGregor werd toen voor de tweede keer in iets meer dan een jaar tijd failliet verklaard, en een doorstart kwam er dit keer niet.

Beneden vriespunt

Veel oud-werknemers van McGregor praten liever niet meer over die periode met NRC. Ze willen het maar al te graag achter zich laten. Ze zijn boos, en zeggen nog steeds niet echt te begrijpen wat er is gebeurd.

Jan Marc ter Steege wil wél praten, met hem gaat het nu goed. Hij was een van de werknemers die bij het eerste faillissement op straat kwam te staan. Twee van de vier werknemers in zijn winkel verloren ook hun baan. Zij werkten nog langer in de winkel dan hij en hadden net hun 12,5-jarig jubileum gevierd, vertelt hij.

Onder het personeel dat na het eerste faillissement op het McGregor-hoofdkantoor bleef werken, was de stemming „beneden vriespunt”, herinnert oud-werknemer Stefan Compeer zich. „Het was zelfs zo erg dat sommige mensen zeiden: had ik maar niet bij de overblijvers gezeten.” Compeer was destijds net terug bij McGregor. Tussen 2006 en 2010 werkte hij ook al voor het bedrijf, in maart 2016 werd hij weer binnengehaald om een exclusieve kledinglijn op te zetten.

Maar van die nieuwe baan kwam weinig terecht: zijn nieuwe lijn werd al na één seizoen geschrapt. Compeer werd in plaats daarvan gevraagd om na de doorstart overzicht te houden over álle producten van het bedrijf. „Een mooie uitdaging”, vond hij.

Tegelijkertijd was hij op zijn hoede. Hij besloot voorlopig niet te verhuizen in de richting van het hoofdkantoor én om zelfstandige te blijven.

De eerste taak die Compeer in zijn nieuwe functie moest uitvoeren was vertellen wie mocht blijven en wie niet. Zijn afdeling moest van vijfentwintig werknemers worden teruggebracht naar elf of twaalf. Dat was heel moeilijk, zegt hij. „Maar ik hield mezelf altijd voor: voor de mensen die het slechte nieuws krijgen is het nog veel erger.”

Als je achterom kijkt, dan kun je behoorlijk somber worden

Ter Steege besloot na de doorstart van het bedrijf als franchiser bij McGregor verder te gaan en de winkel over te nemen. Twee van zijn voormalige verkopers, die inmiddels elders werkten, vroeg hij of ze weer bij hem in de zaak wilden komen werken.

„Zij waren altijd loyaal aan mij geweest”, aldus de Twentenaar. „Ik wilde alleen door op de voorwaarde dat zij meededen, want ik had geen zin met alleen maar nieuwe gezichten in de winkel te staan. Zij hebben hun werk toen opgezegd en zijn teruggekomen.”

Maar een half jaar later viel McGregor dus opnieuw om. Ter Steege vernam dat via de media. „Bij het eerste faillissement werd ik op vakantie verrast door een e-mail”, zegt hij. „Dit was zo mogelijk nog beroerder. Als je een franchisecontract tekent, verwacht je ook niet dat je zo snel al het deksel op de neus krijgt.”

Toch weigerde Ter Steege al te lang boos te zijn, zegt hij nu. Het zit niet in zijn aard. „Je moet altijd vooruit blijven kijken”, vindt hij. „Want als je achterom kijkt, dan kun je behoorlijk somber worden. Je kunt wel gaan zitten mokken, maar het is beter jezelf bijeen te rapen en te zorgen dat de zaak weer gaat draaien.” Voor Ter Steege stond daarom meteen vast dat hij de zaak zou voortzetten. „Ik heb altijd gezegd: we gaan hoe dan ook door, met óf zonder McGregor.”

De twee werknemers bleven. Sinds november verkopen Ter Steege en zijn collega’s kleding van diverse luxe kledingmerken. Op de gevel van het pand prijkt niet langer de naam van McGregor, maar ‘By Jan Marc’. Die stap vieren heeft Ter Steege nog niet gedaan, daarvoor heeft hij het nog te druk met opstarten. „Maar eind deze maand hoop ik een gezellige opening te organiseren.”

Hechte club

Stefan Compeer wachtte het tweede faillissement van McGregor niet af. In maart vorig jaar begon hij samen met een oud-collega zijn eigen kledingmerk, een idee waarmee de twee al langer speelden. Net als bij McGregor is hij verantwoordelijk voor het ontwerp van de jasjes, truien en overhemden, die ze nu in zeventien winkels in Nederland en België verkopen. Zijn compagnon doet de financiën en de reclame.

Ondanks de teleurstellingen van het laatste jaar bewaart Compeer vooral mooie herinneringen aan zijn tijd bij McGregor, zegt hij. Want het bedrijf was „een hecht clubje”, en dat is het nadien ook gebleven, zegt hij. „Er is nog een keer een reünie geweest. En ook nadat McGregor uiteenviel bleven de mensen samen eten.”