Patronen die langer meegaan dan papier

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over de autobiografie in brieven van een wiskundige.
Illustratie Eliane Gerrits

In 1989 verhuisde ik voor de eerste keer naar Princeton. Amerika was toen nog ver weg. Tijdens het afscheid op het vliegveld kreeg ik van mijn vader een doosje met luchtpostpapier, van mijn moeder een vulpen. Ik herinner me hoe ik in het nieuwe appartement de flinterdunne blauwe velletjes door mijn vingers liet glijden. De vulpen was gaan lekken. „Ik schrijf mijn eerste brief aan mijn zojuist gekochte keukentafel”, pende ik vlekkerig neer. „Het huis klinkt hol, onze spullen zijn nog niet aangekomen. Ik mis vooral mijn theepot.”

De pas verschenen autobiografie Maker of Patterns van natuurkundige Freeman Dyson, al zeventig jaar hoogleraar aan het Institute for Advanced Study, bestaat uitsluitend uit de vele brieven die hij door de jaren aan zijn familie stuurde. De eerste schreef hij toen hij als zeventienjarige ging studeren.

19 oktober 1941. Trinity College, Cambridge. Dyson schrijft over zijn eerste college. „Ik voel dat ik nu dingen kan doen omdat ik het wil en niet omdat het moet.” Hij vertelt dat hij de beroemde wiskundige Hardy heeft ontmoet, die hem leert patronen te maken. Patronen die langer meegaan dan die van stof of papier, omdat ze gemaakt zijn van ideeën.

Wat Dyson niet schrijft, is dat in Engeland de oorlog woedt. De enige manier om met de verschrikkingen om te gaan, schrijft hij in een toelichting, is die te ontkennen. „We toonden onze minachting voor Hitler door muziek te maken, en Latijn en Grieks te studeren.”

De brieven zijn zo bijzonder omdat Dyson een lang en interessant leven heeft geleid; hij is nu 94. Als een Forest Gump weet hij steeds op het juiste moment op de juiste plek te zijn. Als twintiger sluit hij snel vriendschap met alle grote figuren van de fysica: Feynman, Oppenheimer, Bohr. Maar hij is ook in Moskou na de dood van Stalin, bij de legendarische toespraak van Martin Luther King in Washington en adviseert Stanley Kubrick over zijn film 2001.

Brief voor brief lopen we door de wereldgeschiedenis: de bombardementen op Duitsland, de holocaust, de atoombom, de Koude Oorlog, Vietnam, ruimtereizen, ontwapeningsonderhandelingen en alle grote wetenschappelijke ontdekkingen, met op de voorgrond het kleinere drama van zijn persoonlijk leven. De brieven zijn geschreven zonder kennis achteraf. Niet het vogelperspectief waarin alle grote lijnen helder zijn, maar de verwarring van het hier en nu, waar het moeilijk is grote en kleine gebeurtenissen te onderscheiden. Dat maakt ze juist tot waardevolle tijdsdocumenten.

Tijdens het samenstellen van dit boek, vertelt Dyson, kreeg hij een bericht van zijn twaalfjarige kleindochter: „We zijn allemaal metaforen in deze donkere en eenzame wereld.” Hij vertelt: „Toen ik zelf twaalf was, in 1936, was de wereld ook donker en eenzaam. De tijden verschillen niet veel van elkaar. Economische ongelijkheid, blijvende armoede, dictators in opkomst, kleinere oorlogen als voorbode voor ergere verschrikkingen. Ook ik was een metafoor zonder illusies. Ik rebelleerde door me te richten op de wiskunde.”

Angstaanjagend, maar zijn woorden geven ook hoop. Zolang er mensen zijn die de schoonheid zien van elektronen die om een atoom dansen, die vriendschap en liefde kunnen voelen en dat met zorg opschrijven.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong