Onderwijs

Oorlog in de wetenschap

Onderwijsblog We kunnen maar beter erkennen dat alle onderzoek politieke implicaties heeft, vindt Sid Lukkassen.

ANP Remko de Waal

Er woedt een wetenschapsoorlogje in NRC: in publicaties verwees Eric C. Hendriks naar mijn proefschrift en onze gesprekken bij Café Weltschmerz. Ik onderschrijf zijn stelling dat de overmatige invloed van postmodern gedachtegoed een academisch probleem is. Academici die zich anders uiten krijgen van doen met een spectrum dat loopt van kleine pesterijtjes tot serieuze uitsluiting. Toch ben ik het niet op elk punt met hem eens.

De aanname dat ‘alles politiek is’ stelt wetenschappelijk objectiviteit op de achtergrond. In de praktijk wordt deze aanname al snel een vrijgeleide om zelf overal ideologische aannames binnen te smokkelen. Dit leidt tot een uitzichtsloze ideologische stellingenoorlog. Tot zover volg ik Hendriks, Steije Hofhuis en de Vlaamse academicus Maarten Boudry.

Toch is er feitelijk veel te zeggen voor de stelling dat ‘alles politiek is’. Het staat of valt allemaal met de beginvraag en themakeuze. Onderzoek naar een samenhang tussen radicalisering en bevolkingsgroepen? Dit heeft polariserende implicaties die goed zijn voor DENK en PVV. Onderzoek naar inkomensongelijkheid? Goed voor de SP. Klimaat: Groenlinks.

Politieke vraagstukken spelen zeker mee. Mocht (een hypothetisch voorbeeld) onbevangen onderzoek aantonen dat klimaat toch niet zo’n probleem is, dan geeft dit ruimte voor andere onderwerpen om hoger op de politieke agenda te komen (bijvoorbeeld Kunstmatige Intelligentie). Een verschuiving van subsidies tussen expertises betekent broodverlies voor sommige specialisten. Dit maakt dat het in hun belang is dat het publiek debat over ‘hun’ problemen blijft gaan. Het afzwakken van die problemen is niet in hun belang, wat leidt tot een confirmation bias.

Academisch taboe

Waarom is inkomensongelijkheid überhaupt een probleem in uw perceptie, en ervaart u de noodzaak om dit als wetenschapper te onderzoeken? Dat uitgangspunt resoneert met een ideologische affiniteit. De aanvankelijke intuïties sturen de startvragen en bepalen zo welke aspecten worden meegenomen en welke niet. Ruben Gowricharn heeft bijvoorbeeld blootgelegd hoe culturele factoren academisch taboe waren bij onderzoek naar maatschappelijke achterstanden van migranten.

Vrijwel ieder onderzoek heeft politieke implicaties: zelfs bij onderzoek naar medicijnen speelt mee hoe effectief dit medicijn is per leeftijdsgroep of ras. Wat wetenschap betreft is de eerste wet van ‘O’Sullivan veelzeggend: “Any institution that is not explicitly right wing will become left wing over time.”

John O’Sullivan was editor van de National Review en speechschrijver voor Margaret Thatcher: de ironie is dat hij later zijn pittige rechtse stellingnames moest nuanceren om zijn positie bij het tijdschrift te kunnen behouden. De wet geeft inzicht in het functioneren van instituties. Want progressief gedachtegoed correspondeert met warme gevoelens en ondervindt hierdoor populaire steun. Terwijl conservatisme juist staat voor scherp, helder en streng. Dit schrikt af, want is anders dan links niet expliciet inclusief. Velen vrezen niet aan hoge maatstaven te kunnen voldoen en verkiezen hierom egalitarisme boven verticaliteit.

Ideologische incrowd

Uit de wet van O’Sullivan volgt dat ook wetenschappelijke instituties, indien niet expliciet als politiek rechts geclassificeerd, impliciet links worden. Onder de loep van dit debat zullen de meest activistische academici zich een tijdje inhouden maar de versterking van ideologische incrowd blijft onveranderd. Daarom is een strijd voor neutraliteit voor ‘rechts’ een verloren zaak.

Anders dan Hendriks, Boudry en Hofhuis menen, is er veel voor te zeggen om de politieke kleur van wetenschap expliciet te classificeren. Daarmee voegen we de theorie naar de praktijk. Impliciet weten we allemaal al dat onderzoeksrichtingen zoals genderstudies nu niet bepaald stroken met partijprogramma’s van bijvoorbeeld conservatieve christenen.

Het zou beslist interessant zijn, een onderzoek naar wat masculiniteit betekent in conservatieve christelijke gemeenschappen. Maar in het huidige academische klimaat kunnen we aannemen dat het resultaat bol zal staan met verkapte of zelfs openlijke ideologisering omtrent ‘privilege’ en ‘the patriarchy’. Toen ik herfst 2015 kritisch publiceerde over feminisme, hoorde ik van mijn promotor dat collega’s verontwaardigd waren.

Pesterijtjes

Vrijdenkers krijgen pesterijtjes te verduren. Zo zou ik publiceren in het faculteitsblad over het onderwerp van mijn proefschrift ‘democratie en media’. Alles liep gesmeerd totdat ik het punt maakte dat de wettelijke plicht voor sociale media om hate speech te censureren mogelijk een klassencomponent bevat. Iemand die niet is opgeleid om genuanceerd een punt te maken, kan zich sneller laten afschrikken om nog deel te nemen aan een debat, omdat de criteria van wat nu precies als hate speech geldt bij sociale media doorgaans niet expliciet zijn. Toen werd letterlijk gezegd dat door dit punt mijn artikel niet meer welkom was in het blad.

Er zijn meer casussen te noemen. Ik moest een onderzoeksvoorstel indienen met begroting voor een onderzoeksaanstelling van een jaar. De begroting werd goedgekeurd. Plots werd de financiering om nooit geëxpliceerde redenen verkort tot een half jaar. Als gemeenteraadslid zou ik nimmer een voorstel goedkeuren dat geld voor een half jaar toekent aan een project dat is begroot op een jaar. Achteraf hoorde ik dat de voorzitter van de beoordelingscommissie tegen een studiegenoot zei: ,,Lukkassens project voldeed aan alle richtlijnen dus ik moest het goedkeuren. Maar in politiek opzicht baalde ik als een stekker dat ik het niet kon afkeuren.” De twee gaan vertrouwelijk met elkaar om in de muziekwereld. Dit is slechts het topje van de ijsberg.

Juridisch geslepen

Hoeveel anekdotes of sfeerimpressies men ook optekent: de oppositie zal altijd ontkennen dat er een probleem is. Men is voldoende juridisch geslepen om een niet-verlenging van een aanstelling of het afkeuren van een onderzoeksvoorstel te verbergen achter “we zoeken een ander profiel, de functie is veranderd, er zijn nu eenmaal bezuinigingen”. Hierom is de juridische discussie rond de ideologische bevooroordeeldheid van wetenschap irrelevant.

Collega’s in Nederland en België kampen met serieuze problemen: zoals academici die wegens een niet-progressief profiel geen leescommissie kunnen samenstellen omdat collega’s aan hun universiteiten pertinent weigeren. Hiervan ken ik er meerdere. Zij kunnen dus geen promovendi aannemen wegens een informeel verbod.

Eric C. Hendriks vermeldde mijn gesprekje met Rutte hierover op het ALDE congres in Warschau. Ik zei de premier: ,,Als Paul Cliteur morgen omvalt, dan kan ongeveer niemand met enige kritiek op het linkse discours in Nederland nog promoveren.” Onderzoek naar de eenzijdigheid van het politieke veld wat de opvattingen van academici en wetenschappers betreft is in de VS uitvoeriger verricht dan hier. Hierover publiceerde ik een hoofdstuk in het boek Wereld op een keerpunt, dat begin 2018 verscheen. Onderaan de streep blijft staan dat deze eenzijdigheid schadelijk is, doordat men een steeds nauwer spectrum van maatschappelijke belevingen in beeld brengt.

Sid Lukkassen is cursusbegeleider en VVD-raadslid bij de gemeente Duiven.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.