Recensie

Ook het geluid van helikopter-wieken kan rustig maken

Het Amsterdamse label ‘Lullabies for Insomniac’ bracht vorig jaar een heruitgave uit van Yasuo Sugibayashi’s album The Mask of The Imperial Family (1981). Een jaar eerder tekende de jonge componist Sugai Ken voor een EP op hetzelfde label, met als titel On The Quakefish. Vrijdag speelden de twee Japanse avant garde-musici in concertreeks The Rest Is Noise in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Vooral Sugibayashi liet horen dat ‘avant garde’ niet lastig te verteren hoeft te zijn. Het zag er wel complex uit zoals hij met een antenne radiosignalen opving. Maar wat je hoorde was een aangenaam, zacht suizen van wind, waar zijn hoge, vervormde stem zich doorheen mengde.

Er schuilde een zekere tragiek in, zoals Sugibayashi zong: weeklagend, de ogen dicht. Zijn stem duikelde de diepte in en verdween, om te worden opgevolgd door een warm vibrerende seventies synthesizer.

Sugibayashi’s composities zijn creatief en inventief. Het is grappig hoe het geluid van helikopterwieken zoveel rust kan brengen in je hoofd. En ineens stopt de elektronica dan abrupt en eindigt Sugibayashi prachtig kwetsbaar zingend, zuiver en hoog.

Het optreden van Sugai Ken, in gelijke delen performance art en geluidskunst, kwam minder uit de verf.

Grappig en conceptueel sterk was de manier waarop hij woodblock-getik bewerkte tot kikkergekwaak en insectengezoem. ‘Natural. Artificial,’ zong daarbij een blikkerige robotstem. Er ontstond vervolgens een canon van samples gemaakt met mini-gong, mini-tamboerijn en flarden van Japanese stemmen. Ken blies op een schelp en stuurde een zaklamp de ruimte in. Er klonk een trommelvlies-pijnigende piep, een paar losse mokerdreunen en een Balinese regendouche. Gelukkig eindigde Ken met wat mistig trompetspel. Zijn fascinerende performance-art was soms net iets te vervreemdend.