Kunstmarkt schrikt van EU-regel tegen witwassen

Witwassen Door de nieuwe antiwitwasrichtlijn zullen kopers afhaken, vrezen kunsthandelaren. Ze zeggen niet tijdig te zijn geïnformeerd.

Stands van kunsthandelaren op de Paris Art Fair begin deze maand. Volgens brancheorganisatie Cinoa ondermijnt de nieuwe EU-richtlijn het impulsieve karakter van de kunsthandel. Foto Etienne Laurent/EPA

Stel, u heeft een oogje op een gouache van Karel Appel. Of u wilt een kostbaar antiek erfstuk van de hand doen. Zulke transacties zullen binnenkort waarschijnlijk voorafgegaan worden door een onderzoek naar uw identiteit en motieven.

De kunsthandelaar of het veilinghuis zal uw paspoort of rijbewijs willen zien. Na legitimatie zal u worden bevraagd over de aard en het doel van de transactie. Doet u de aan- of verkoop bijvoorbeeld niet in opdracht van derden? Ten slotte dient de handelaar te controleren op sites van de Nederlandse overheid en de Europese Unie of u niet geregistreerd staat als terrorismeverdachte. Dit onderzoek dient schriftelijk te worden vastgelegd en moet vijf jaar worden bewaard.

Deze maatregelen staan in de vernieuwde antiwitwasrichtlijn waar het Europees Parlement donderdag naar verwachting mee instemt. Klantonderzoek is nu alleen verplicht bij contante transacties vanaf 15.000 euro: straks moet er bij alle kunst- en antiekverkopen vanaf 10.000 euro, cash en giraal, onderzoek gedaan worden. Na de stemming in het Europarlement hebben lidstaten anderhalf jaar de tijd om de wijzigingen te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. In Nederland zullen ze hun plaats krijgen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Brancheverenigingen zijn bezorgd. De Europese kunsthandel, in 2016 goed voor een omzet van 16,7 miljard euro, zal bezwijken onder de administratieve lasten. De meeste kunsthandels zijn klein, die kunnen deze rompslomp er niet bij hebben. Ook ondermijnen de nieuwe voorschriften het impulsieve karakter van de kunsthandel. Veel kopers zullen weglopen als een transactie niet soepel en vlot verloopt. Dat stelt Cinoa, een brancheorganisatie die 5.000 kunsthandels in twintig landen vertegenwoordigt.

Cinoa stelt dat de kunstbranche niet over de wijzigingen is geïnformeerd. Begin dit jaar ontdekte de organisatie bij toeval dat de kunstbranche in de richtlijn is toegevoegd aan de lijst van risicogroepen die met witwassen en terrorismefinanciering in verband worden gebracht.

Volgens de brancheorganisatie bestaat daarvoor geen enkel bewijs. Voor wat betreft terrorismefinanciering verwijst de organisatie naar de conclusies uit Fighting illicit trafficking in cultural goods: analysis of customs issues in the EU, een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie dat eind september werd gepubliceerd.

Rapporteur Sargentini

Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) houdt zich al sinds 2013 met de regeling bezig. Als rapporteur leidde zij de onderhandelingen met de Europese Commissie over de richtlijn en stelde zij de wijzigingen op.

Sargentini zegt in een telefonisch interview dat de kunst- en antiekhandel al in op 5 juli 2016 gepubliceerd concept van de richtlijn is toegevoegd aan de branches met een hoog risico op witwassen en terrorismefinanciering.

„Dat is openbare informatie”, zegt de parlementariër. „Iedere lobbyist die wilde komen praten, heb ik te woord gestaan. Ik kan me niet herinneren dat ik iemand uit de kunst- of antiekwereld heb gesproken. Die branches hebben niet zo goed opgelet, ben ik bang. Als de kunstbranche eerder was geweest, zouden ze misschien zijn gehoord.”

Had de kunstbranche inderdaad anderhalf jaar de tijd om te lobbyen, zoals Sargentini stelt? De Europarlementariër vergist zich. Pas op 9 maart 2017 verscheen op de website van de EU de eerste conceptversie van de richtlijn waarin de verscherpte maatregelen voor de kunstsector zijn opgenomen.

Waarom, vraagt Cinoa zich af, is de kunstsector nooit op de hoogte gesteld van de wijzigingen? Branches moeten wetswijzigingen die voor hen van belang zijn zelf bijhouden, zegt een woordvoerder van Sargentini. Het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap informeerde de kunstsector over de nieuwe richtlijn op 30 maart van dit jaar, twee weken voor stemming in Brussel.

Terrorismefinanciering

Resteert de vraag waarom de kunstsector in verband wordt gebracht met terrorismefinanciering. Volgens Europarlementariër Judith Sargentini drong de Franse overheid na de Al-Qaeda-aanslag op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo aan op scherpere regels tegen terrorismefinanciering.

Net als bij het concept voor de vernieuwde Europese verordening op de import van cultuurgoederen is bij de antiwitwasrichtlijn door de Europese Commissie geschermd met twee rapporten van Interpol en Unesco. Volgens deze instanties zou de zwarte markt voor kunst net zo lucratief en hardnekkig zijn als die voor drugs, wapens en nagemaakte merkartikelen. Met de export naar Europa van illegaal opgegraven cultuurgoederen uit Irak en Syrië zouden ook terroristische activiteiten worden gefinancierd.

De afgelopen jaren is door diverse instanties onderzoek gedaan naar deze stellingen. Steeds luidde de conclusie dat daarvoor geen substantiële bewijzen konden worden gevonden.

Unesco wees Nederland in het verleden ook aan als doorvoerland voor gestolen kunst. De zes inspecteurs van de Erfgoedinspectie die in 2014 speciale opsporingsbevoegdheden kregen, hebben echter nog niks van belang gevonden. En de War Crimes Unit van de Nationale Politie, liet eind 2016 onderzoeken in hoeverre de illegale handel in cultuurgoederen wordt gebruikt voor terrorismefinanciering. De conclusie in het lijvig rapport is dat het onderwerp is „gehypet”. „Het is een strategisch politiek onderwerp dat groter wordt gemaakt dan het in werkelijkheid is.”

Te elfder ure pleit brancheorganisatie Cinoa nog voor twee aanpassingen in de antiwitwasrichtlijn. Haal cultuurgoederen uit de lijst van goederen met een hoog risico en verhoog de drempel voor verplicht klantonderzoek voor niet-contante betalingen naar 50.000 euro. De slotzin van het persbericht van de branchevereniging: „De voorgestelde maatregelen zouden realistisch moeten zijn en niet hinderlijk voor kunst- en antiekprofessionals.”

Volgens Europarlementariër Judith Sargentini is het wetgevingsproces in feite al afgerond. Het komende debat en de stemming zijn een formaliteit.

    • Arjen Ribbens