Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Imaginaire vrienden

Ik wist al lang dat de zanger Dotan een goed mens is. Ik wist dat hij lief is voor zieke kinderen en ik wist ook dat hij wilde dat we liever voor elkaar zouden zijn op sociale media. Niet dat ik het wilde weten, maar ik wist het, zoals ik van zoveel BN’ers hun goede kanten ken. Ook als ze die liever stilhouden. Juist dan.

Als ik de ogen sluit zie ik hun bedrukte gezichten tussen terminale patiëntjes in een ziekenhuis, zie ik ze tussen vluchtelingen op het strand, ik zie ze tussen zieke kindjes in Afrika, ik zie hun handen met gelakte nagels naast het handje van Tijn.

Verschil met Dotan is dat de zanger volgens de Volkskrant van zaterdag de eigen betrokkenheid verzon, of beter: liet verzinnen en dat hij die verhalen vervolgens weer leuk liet vinden door verzonnen identiteiten op de sociale media.

Functioneren in een wereld vol verzonnen personages die jou allemaal ‘humble’ vinden en waarbij je zelf aan de touwtjes trekt: je kunt het ook zien als kunst.

Zaterdag viel die constellatie als een kaartenhuis in elkaar. Op de sociale media buitelden ze over elkaar heen om Dotan te verketteren. Je vroeg je af wat Dotan ze eigenlijk misdaan had behalve dan dat hij een narcistische lul is.

Op de zolder van het nieuwe huis besprak ik de toestand met mijn imaginaire vrienden met wie ik wel vaker ga zitten als het gezinsleven me naar de kop stijgt. We hadden het weleens gehad over mijn gehandicapte broer en over de vraag waarom ik die niet vaker inzette voor zelfpromotie. Ellende van dichtbij, dat waarderen de mensen.

Net als Dotan vond ik dat toch iets te ijdel, het is beter om anderen te laten constateren hoe begaan je bent. Mijn imaginaire vrienden hadden het graag voor me gedaan, maar die zitten niet op internet.

Die van Dotan wel. Voor hij het wist stond hij aan het hoofd van een trollenleger en weer een stap verder moest hij iemand aannemen om al die verzonnen personages aan te sturen, want anders komt er van je creativiteit niets meer terecht.

Ik had mijn vader graag zo’n leger cadeau gedaan op een verjaardag. Had hij ook eens de waardering gekregen die hij verdiende na weer een anonieme dag op kantoor, die had met al die opgestoken duimpjes ’s avonds heel anders van z’n bloemkool gehapt.

Ik hoop voor Dotan dat zijn trollenleger niet juist nu aan het muiten slaat en dat ze hem erop blijven attenderen hoe mooi kwetsbaar hij nu is en dat zijn muziek hem er juist nu doorheen kan slepen.

Nog meer hoop ik dat het allemaal onderdeel is van een kunstwerk waarmee Dotan de tijdgeest probeerde te vangen. Dan zal ik diep voor hem buigen. En mijn imaginaire vrienden met mij.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen