Het klimaat eist schonere schepen

Klimaatverandering De mondiale scheepvaart verbindt zich aan halvering van CO2-uitstoot in 2050. In Parijs bleef de sector buiten schot, nu is er toch een doel.

2,6 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot

Op de Marshalleilanden wonen 53.159 mensen. De eilandstaat in de Stille Oceaan staat op plaats 211 van de 233 op de lijst van landen naar bevolkingsomvang. Met 3.922 schepen staat het land echter op nummer twee in de lijst van flag states; landen waar buitenlandse rederijen hun schepen laten registreren vanwege het aantrekkelijke fiscale en arbeidsrechtelijke regime. Panama staat al jaren onbetwist bovenaan, Liberia werd vorig jaar nipt gepasseerd door de Marshalleilanden.

Dat kleine landje met – op papier – heel veel schepen speelt een hoofdrol in de strijd voor schonere zeeschepen. De Marshalleilanden zijn namelijk een van de eerste slachtoffers van klimaatverandering: een hogere zeespiegel doet de atollen onder water verdwijnen. Economisch afhankelijk van scheepvaart enerzijds, bedreigd door de klimaatgevolgen van vervuilende schepen anderzijds. „Geen ander land is wellicht meer geschikt om de noodzaak om te handelen te benadrukken, en om dat te doen op een economisch duurzame manier”, schreef president Hilda Heine deze maand in een opiniestuk in The New York Times.

Evenveel als Duitsland

Heine riep in dat artikel op tot snelle actie om de CO2-uitstoot van de mondiale scheepvaart terug te brengen. Scheepvaart maakt, net als luchtvaart, geen deel uit van het klimaatakkoord van Parijs van eind 2015. Met 932 miljoen ton was de sector in 2015 verantwoordelijk voor 2,6 procent van de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide, evenveel als Duitsland. Zonder ingrijpen zal dat aandeel de komende decennia sterk stijgen.

Heine’s oproep was vooral gericht aan de deelnemers aan een overleg bij de International Maritime Organization (IMO), het VN-agentschap in Londen waar 173 landen afspraken maken over scheepvaart. Na twee weken moeizaam onderhandelen kwam de IMO vrijdag met een 'initial strategy' met drie doelen. De absolute CO2-uitstoot van de scheepvaart moet in 2050 ten minste zijn gehalveerd ten opzichte van 2008. De uitstoot per schip daalt met 40 procent in 2030 ten opzichte van 2008, met een streven naar een reductie van 70 procent in 2050. Ten derde worden de normen voor scheepsontwerp aangescherpt, waardoor er zuiniger schepen zullen worden gebouwd.

Ook al is de uitkomst een compromis, de reacties op de klimaatdoelen van de scheepvaartsector zijn opvallend positief. Partijen die graag ambitieuzere doelen hadden gezien, zoals de Europese Commissie en milieu-organisaties, spreken van een „belangrijke stap voorwaarts” en een „goed vertrekpunt”. Met deze doelen ligt er een prikkel om te investeren in efficiënter (of langzamer) varen, schonere motoren, hernieuwbare brandstoffen en andere innovatie. Er is wel twijfel over de vraag of de doelen van de scheepvaart in lijn zijn met de doelen van Parijs – maximale opwarming van de aarde met 2 graden Celsius en liever met 1,5 graad. De ngo’s en de Europese Commissie wijzen ook op de noodzaak om nu snel maatregelen te nemen om het gestelde doel in 2050 te kunnen halen.

Lucht- en scheepvaart zijn grote CO2-vervuilers. Lees verder over waarom ze in Parijs de dans ontsprongen

De positieve reacties komen waarschijnlijk deels voort uit opluchting dat er überhaupt een akkoord ligt. De tegenstellingen waren scherp. De Marshalleilanden streefden naar een volledig broeikasgasvrije scheepvaart in 2035. De Europese Unie wilde een reductie van 70 tot 100 procent in 2050. Daar tegenover stonden landen met oliebelangen als Brazilië en Saoedie-Arabië die geen doel wilden vastleggen. Ook Griekenland, Cyprus en Malta, landen met veel scheepsregistraties, stonden op de rem.

Kritiek op luchtvaart

Desondanks ligt er nu een akkoord waar de mondiale scheepvaart de luchtvaart mee passeert. Beide branches stonden onder toenemende druk om de afwezigheid in Parijs goed te maken met eigen afspraken. De luchtvaart kwam eind 2016 met een plan om vanaf 2021 groei te compenseren. Dat plan, dat pas vanaf 2027 verplicht wordt voor alle landen, krijgt veel kritiek omdat het niet ver genoeg gaat. De reductie van de scheepvaart is effectiever dan de compensatie van de luchtvaart.

In Nederland werden vorige week ook klimaatdoelen gesteld aan de scheepvaart. Met de Declaration of Nijmegen spraken sector en minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) af dat de binnenvaart in 2030 40 procent minder CO2 zal uitstoten. Het Havenbedrijf Rotterdam pleitte voor verhoging van de CO2-prijs naar 50 tot 70 euro per ton (nu 13 euro), om investeringen in nieuwe technologie te stimuleren. Zowel internationaal als nationaal buigt de scheepvaart een achterstand om naar een voorsprong – in ieder geval wat betreft intentie.

De Rotterdamse haven vierde in 2016 de komst van het eerste zeeschip dat vloeibaar aardgas (LNG) tankt. Lees ook: Schoon en stil tanken op zee
    • Mark Duursma