‘EU-ambtenaren leven in een gepantserde zeepbel’

Guillaume Liegey

Zijn app hielp Macron aan het presidentschap. Nu gaat diens En Marche op dezelfde wijze van deur tot deur om over de EU te praten.

Guillaume Liegey

Net als bij de Grande Marche die Macrons campagne in 2016 aftrapte, gebruiken vrijwilligers van La République En Marche deze maand voor hun Europese bevraging een app die exact bepaalt bij welke deur aangebeld moet worden. De software ‘50+1’, bedoeld voor deur-tot-deurcampagnes, is ontwikkeld door de in electorale strategie gespecialiseerde Parijse start-up Liegey Muller Pons. Mede-oprichter en Harvard-alumnus Guillaume Liegey (37) deed inspiratie in de VS op. In Europa zijn de mogelijkheden beperkter.

Hoe zijn de adressen geselecteerd?

„En Marche wilde naar plekken waar veel argwaan is én waar mensen nog wel wat van Europa verwachten. Met een mix van oude verkiezingsresultaten per stembureau en vele databases met demografische indicatoren kunnen we heel precieze voorspellingen over wijken doen. Anders gaan enquêteurs alleen in een voor hen bekende omgeving te werk.”

Leidt dat niet tot vragen over privacy?

„Het zijn geaggregeerde data, niet persoonlijk maar op wijkniveau. Als mensen op de hoogte willen blijven of lid willen worden, dan kunnen ze hun gegevens achterlaten, maar die zijn in de software gescheiden van de antwoorden. Doel van de operatie is niet precies te weten wie wat vindt. Maar we willen kunnen zeggen hoe bijvoorbeeld ambtenaren van 35 tot 45 jaar in Noord-Frankrijk naar Europa kijken.”

Correspondent Peter Vermaas ging mee met de deur-tot-deurcampagne van de En Marche-vrijwilligers: Marcheurs van Macron weten precies bij wie ze aanbellen

En Marche wil overtuigen, toch?

„Dat is niet de bedoeling. In 2016 waren ze er niet om Macron al te verkopen, maar om precies te horen wat leefde in het land. Ook nu moeten ze zeker niet gaan roepen dat Europa geniaal is. Wat En Marche doet, zou eigenlijk door de EU gedaan moeten worden. Brusselse ambtenaren leven in een gepantserde zeepbel. Met ons model kun je precies registreren hoe mensen over onderwerpen spreken. Dan valt op dat men bijvoorbeeld in Calais niet zegt dat er te veel migranten zijn, maar dat mensen vinden dat publieke diensten beter voor migranten werken dan voor henzelf.”

U heeft in 2008 voor Obama’s campagne gewerkt. Ging dat net zo?

„De technologie is nu veel verder. We zijn geïnspireerd door wat we in de VS zagen, maar we hebben ons geëmancipeerd. Clintons campagne gebruikte in 2016 nog formulieren met barcodes in plaats van het soort app dat wij hebben! Als ik in het buitenland ben, spreekt men niet meer met ontzag over de campagne van Obama in 2008 maar over die van Macron in 2017.”

Wat zijn de verschillen?

„In de VS zijn data per kiezer beschikbaar. Dat maakt deur-tot-deurcampagne makkelijker, maar het roept privacy-vragen op. In Europa mag je geen database aanleggen waarin je individuele politieke voorkeur opslaat. Met ons model komen we in de buurt, zonder regels te overtreden.”

En Cambridge Analytica? Dat ligt onder vuur om gerichte Facebookcampagnes.

„Wat zij deden is in Europa niet mogelijk. In de VS is het niet illegaal mensen individueel te benaderen, hier wel. In Frankrijk is het verboden op Facebook politiek te adverteren. Cambridge Analytica zou op troebele wijze data hebben verzameld; dat is niet goed. Verder is de affaire opgeblazen. Het klinkt spectaculair, maar nooit is wetenschappelijk aangetoond dat Facebookcampagnes op enige wijze effect hebben op stemgedrag.”

    • Peter Vermaas