Een afscheidsfeest met wodka en messen

Wie: Ben

Kwestie: poging tot doodslag

Waar: rechtbank Amsterdam

Hij heet Ben en kent Nederland alleen van het huis van bewaring in Ter Apel waar hij nu een jaartje op zijn proces heeft gewacht. Ben (40) was zestien jaar matroos op een Nederlands vrachtschip. Hij is vorig jaar in IJsland gearresteerd, na een steekpartij aan boord. Het schip voer toen bij Schotland. De tweede stuurman was per traumahelikopter afgevoerd. Ben weet er niks meer van. Hij werd de ochtend erna wakker, met hoofdpijn. Z’n collega legde uit wat er gebeurd was.

Ze hadden samen een feestje gevierd, met héél veel drank. Het contract van Ben was afgelopen – hij zou repatriëren, naar Indonesië, waar hij vijf kinderen heeft en twee vrouwen. Zo was zijn leven: een half jaar varen, een half jaar thuis. Z’n maat zou over twee weken afzwaaien. De verhoudingen aan boord waren goed, ook met de tweede stuurman. Nu is hij ontslagen. Er lagen die ochtend twee lege wodkaflessen naast z’n kooi. De avond tevoren had hij, in bezopen staat, Vadim ernstig verwond. Hij herinnert zich vaag geschreeuw; dat hij bij z’n kraag werd gepakt. Hij denkt dat hij tussenbeide heeft willen komen bij een ruzie, waarbij z’n vriend op de grond was gevallen. Van de politie in IJsland hoorde hij dat hij de messen zelf uit de kombuis was gaan halen.

Aan de rechter legt hij vanochtend uit dat hij dat vermoedelijk deed om ‘bang te maken’ en zo het gevecht te beëindigen. En dat hij te dronken was om controle over z’n bewegingen te hebben. Hij had in ieder geval niet de bedoeling gehad iemand te verwonden of te doden.

Maar hoe weet u dat dan, als u zich niks meer kan herinneren, vraagt de rechter. Dat is hem naderhand verteld door getuigen die dat aan zijn gezicht hebben gezien, legt Ben uit. „Ik lachte, ik was niet serieus.”

Klap op z’n hoofd

Zelf heeft hij, in de cel in IJsland nog een poos zijn vriend verdacht. Hij denkt ook dat hij een klap op z’n hoofd heeft gekregen, waardoor hij het niet meer goed weet. En in IJsland was hij boos, op z’n advocaat die niet deed wat hij vroeg, op z’n vriend die niet werd verhoord, op z’n detentie daar.

Hm, zegt de rechter – „dat verhoudt zich allemaal lastig tot elkaar”. Waarna ze het dossier begint te citeren. Om elf uur die avond ging het brandalarm af, waarna de tweede stuurman en de kok op onderzoek gingen. Vadim zou de twee aangeschoten Indonesische matrozen in de messroom nogal onvriendelijk hebben beschuldigd van roken, wat het alarm zou hebben veroorzaakt. Dat liep uit op ruzie, waarna Ben messen zou zijn gaan halen. Onder de uitroep I am gonna kill you, had hij Vadim de mess uitgejaagd, zwaaiend en hakkend met z’n messen. Vadim hield z’n linkerarm afwerend omhoog, wat een diepe snee opleverde. Ook werd hij met een mes op de borst geraakt. Door het brandalarm was de deur van de gang automatisch afgesloten. Vadim kon geen kant uit. Hij had overigens niet kunnen geloven dat Ben hem écht iets aan zou willen doen. Hij kon zich bevrijden door Ben gericht te trappen – en kon vluchten doordat het alarm stopte en de deur deblokkeerde.

Drie jaar cel met aftrek, zegt de officier. Ben heeft geen strafblad; de sfeer aan boord was goed, dit incident „kwam uit de lucht vallen”.

De advocaat twijfelt aan opzet. Er was maar één getuige die hoorde dat Ben iets riep. Ze stelt de vraag hoe ‘redengevend’ zo’n kreet nou is bij iemand die ten minste één fles wodka heeft genuttigd. Ook was er geen sprake van ‘gericht’ steken, maar van slaande bewegingen die op ‘hakken’ leken. Vadim had geen typische steekwonden; noch was zijn letsel levensbedreigend.

De rechtbank acht twee weken later alleen voorwaardelijke opzet bewezen. Ofwel het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg. Ben was te dronken om geloof aan zijn bedreigende woorden te kunnen hechten, die bovendien door maar één getuige gehoord zijn. Verder heeft hij zwaaiende bewegingen gemaakt, geen stekende, wat bij ‘echt’ opzet past. De rechtbank veroordeelt Ben tot 2,5 jaar celstraf.

    • Folkert Jensma