Den Haag verbiedt gebruik softdrugs in binnenstad

Overlast

Den Haag wil overlast door softdrugsgebruik tegengaan. De gemeente heeft nu dertien plekken bepaald waar het verboden is.

Voor de binnenstad van Den Haag en twaalf andere gebieden in de stad geldt met onmiddellijke ingang een verbod op het gebruik van softdrugs. Dat heeft de gemeente Den Haag vrijdag bekendgemaakt.

Zo mogen er rondom het station Den Haag Centraal en op de boulevard van Scheveningen vanaf nu geen joints meer gerookt worden of paddestoelen met hallucinogene stoffen (paddo’s) worden gebruikt. Het verbod gaat ook gelden in het Laakkwartier en rond het Zuiderpark.

Met de maatregel wil Den Haag overlast door gebruik van softdrugs tegengaan. Op diverse plaatsen in de stad wordt volgens de gemeente veel geklaagd over stank- en geluidoverlast. Het verbod geldt voor de duur van twee jaar. Het wordt geëvalueerd, waarna het eventueel kan worden verlengd. Politie en gemeente gaan om het half jaar bekijken of de maatregel het gewenste effect heeft.

Vorig voorjaar stemde de Haagse gemeenteraad in met een wijziging in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) die het verbod juridisch mogelijk maakt. Daarbij kreeg het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gebieden aan te wijzen waar een softdrugsverbod geldt. Samen met de politie heeft de gemeente sindsdien gekeken welke gebieden onder het verbod moeten vallen. Op sommige van deze plaatsen is al een alcoholverbod van kracht.

Volgens de gemeente is het niet de bedoeling dat de politie direct boetes uitdeelt aan mensen die het verbod op softdrugsgebruik overtreden. De handhaving ervan wordt stapsgewijs strenger, zodat gebruikers aan het verbod kunnen wennen. Wie softdrugs gebruikt waar dat verboden is, krijgt de komende twee weken nog een waarschuwing. Daarna kan de gebruiker een boete verwachten als hij een joint opsteekt.

De gemeente heeft een informatiecampagne aangekondigd om Hagenaars van het verbod bewust te maken. Zo komen er flyers bij coffeeshops te liggen en zal ook online campagne worden gevoerd om gebruikers op de hoogte te stellen van het verbod.

De afgelopen jaren hebben diverse steden plannen gemaakt voor een lokaal blowverbod. Daaraan is veel juridisch getouwtrek voorafgegaan. In Amsterdam is al sinds 2005 gesproken over een verbod op blowen in het openbaar. Een opzet voor zo’n verbod in de APV kwam er in 2011. Aanleiding waren klachten van bewoners van de Amsterdamse wijk De Pijp. Zij vroegen de burgemeester om een softdrugsverbod rondom een speelplek voor kinderen.

De Raad van State veegde dit verbod echter van tafel omdat bezit van softdrugs in principe al in de Opiumwet verboden is. Een aanpassing ervan in de APV zou onwettig zijn. Ook de gemeenten Rotterdam en Heerlen mochten het gebruik van drugs in de openbare ruimte niet verbieden via de APV.

Daar kwam verandering in na een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag, in 2014. Het hof bepaalde dat een gebiedsverbod toch via de APV kon worden ingesteld, zodra blowen gevoelens van onveiligheid bij het publiek zou veroorzaken.

Inmiddels geldt op kinderspeelplaatsen en schoolpleinen in Amsterdam een blowverbod.