Borstjes, piemeltjes en meer uitstulpingen in alle kleuren

Glasblazer Bernard Heesen

Bernard Heesen is een barokke, eigenzinnige glasblazer. Zijn ontwerpen baseert hij op gravures uit negentiende eeuwse encyclopedieën. Hij heeft een tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe.

Bernard Heesen, Roze bokaal. Foto Rijksmuseum Twenthe

Eigenlijk moet je hem aan het werk zien. Dat zegt hij ook zelf: „Het komt zelden voor bij mij, dat de dingen die ik maak mooier uit de oven komen dan ze erin zijn gegaan. Want het bijzondere van glas is: als je ermee werkt, is het warm en vloeibaar, dan is het waanzinnig mooi spul.”

Bernard Heesen, Roze bokaal Foto RMT

Dit zegt hij ook: „Aan mijn werk kun je zien dat het bewogen heeft, dat het eerst vloeibare materie is geweest. Terwijl bij ander glas de beweging vaak helemaal zoek is. Dan is het koud geworden. Perfect.”

Bernard Heesen (1958) zegt het allemaal in een video die te zien is op een tentoonstelling van zijn werk in Rijksmuseum Twenthe, Bernard Heesen en de waanzin van de 19e eeuw. Je ziet hem voor de oven staan, het glas draaien, ornamenten insmelten. Geconcentreerd en bezweet, met zijn grote lijf de zware objecten om- en omkerend in het hete vuur.

Precies zoals hij dat een paar weken geleden nog stond te doen in zijn glasblazerij, De Oude Horn in Acquoy bij Leerdam. Propvol glasobjecten stond het daar, op grote tafels, in vensterbanken, op de grond: in alle mogelijke kleuren en met de vreemdste vormen, zonder uitzondering afgezet met half-gefantaseerde insecten, bloemen en bladeren, met blote borstjes, kleine piemeltjes en verder niet thuis te brengen slingers, sprieten en uitstulpingen.

Bernard Heesen Foto RMT

Kijk, wees hij naar een oranje-gele vaas met tientallen tuitjes als evenzoveel vervormde narcissen, „als hier straks het zonlicht op schijnt, gaat die kleur er helemaal uitknallen”. En tegen Arnoud Odding, directeur van Rijksmuseum Twenthe en eerder, van 2004 tot 2012, van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam: „Gaat het lukken Arnoud, met dat licht in het museum?” Odding: „Daglicht wel, maar zon komt er niet veel. We gaan het grote raam gebruiken.” Heesen: „Dat is altijd het nare van een tentoonstelling hè, zonder zon is het glas er maar op één manier te zien, terwijl het in de zon de hele tijd verandert. Kijk, dat vieze bruine ding daar, zodra de zon er straks op staat, wordt-ie gloeiend rood, alsof-ie van vuur is.”

Arnoud Odding, vertelt hij, had al jaren het plan om een tentoonstelling te maken van het werk van Bernard Heesen. „Maar na mijn overstap naar Enschede had ik zoiets van: even afstand tot het glas.” Tot hij vorig jaar weer eens een glastentoonstelling bezocht. „En heel eerlijk: het meeste wat ik zag, vond ik stomvervelend. Het was allemaal even perfect, geen belletje te zien. Toen dacht ik weer aan dit plan.” Speciaal voor Bernard Heesen en de waanzin van de 19e eeuw is in Rijksmuseum Twenthe een aantal kleinere zalen doorgebroken, een donker gordijn dat al jaren voor de grote ramen hing, is weggehaald.

Bernard Heesen, Groene vaas. Foto RMT

De titel van de tentoonstelling moet letterlijk worden genomen: Bernard Heesen, opgeleid als architect maar met een vader die glasblazer was, verzamelt sinds zijn jeugd encyclopedieën uit de 19de eeuw („Eerst stonden ze bij mijn grootvader, en zat ik er als jongetje urenlang in te bladeren, later ben ik ze zelf gaan kopen”). Op de video is te zien hoe ze in zijn huis staan: meterslange kasten volgestouwd met dikke, in leer gebonden oude boeken.

Eind jaren negentig, zijn fascinatie voor het glasblazen was wat aan het wegebben, begreep hij dat ze een nieuwe inspiratiebron konden vormen: de gravures van kannen, vazen en arabesken in de vele, in die tijd al met slechte smaak geassocieerde stijlen als neogotiek, neorococo of neoclassicisme.

Bernard Heesen, Fontein (detail). Foto RMT

Daarmee werd Bernard Heesen een barokke, eigenzinnige glasblazer, wiens werk intussen door diverse musea wordt verzameld. Rijksmuseum Twenthe heeft een honderdtal objecten van zijn hand, waaronder vijf kroonluchters in het auditorium. In de museumwinkel zijn kleine, vreemdvormige vaasjes en bekers te koop, „ruig glas”. Zelf noemt hij zijn objecten „glas zoals je het zou willen tegenkomen in paleizen en zou willen vinden op rommelmarkten”.

En de tweede helft van de 19de eeuw mag dan wel „de lelijke tijd” worden genoemd, lelijk is bepaald niet het woord dat op de tentoonstelling bij je opkomt. Waanzinnig, dat wel ja, maar vooral: betoverend. De nageblazen, maar nooit letterlijk herhaalde voorwerpen hebben organische vormen die je zelf niet had kunnen verzinnen.

Dat zie je ook als je ze vergelijkt met de metershoge prints van de gravures en encyclopedieën uit Bernard Heesens eigen verzameling, die als banieren in de zaal hangen. Het mooiste, zegt die, „is het als het wringt, als ik zelf ook niet precies weet wat ik ervan moet denken”.

En het licht? Wanneer aan het begin van de middag de zon door de wolken breekt, staat al het glas op de tafel langs het grote raam in vuur en vlam.

Zaalzicht van de expositie van Bernard Heesen. Foto Rijksmuseum Twenthe