Opinie

‘Begrip’ voor actie Syrië is te vaag criterium

De Nederlandse opstelling over de militaire actie tegen Syrië is verwarrend, schrijft .

Een Syrische soldaat maakt foto’s op de ruïnes van een wetenschappelijk complex in een wijk van Damascus, dat bij de aanval van zaterdag werd verwoest omdat er onderzoek voor gifgaswapens gedaan zou worden. Foto Louai Beshara/AFP

Hoe begrijpelijk de vergeldingsaanval op Syrië ook is, de legitimatie is ongelukkig. Dat Nederland slechts zei er „begrip” voor te hebben roept vragen op. Het is van meer dan academisch belang nog eens vast te stellen dat het gebruik van geweld alleen is toegestaan als er sprake is van noodzaak tot zelfverdediging of toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Beide grondslagen ontbreken hier.

In veler ogen is nu zelfs de perverse situatie ontstaan dat Syrië een beroep kan doen op artikel 51 van het VN-Handvest (zelfverdediging) en Rusland zou kunnen vragen om hulp, een volkenrechtelijke weg die moeilijk zou zijn te blokkeren. We moeten dus betere legitimatie zoeken.

Die had er kunnen zijn als niet de Veiligheidsraad, maar de Algemene Vergadering van de VN via een zogeheten Uniting for Peace-resolutie (UfP) toestemming had gegegeven. Wat Nederland betreft is zo’n alternatieve route niet onomstreden. In 2013 noemde toenmalig minister Timmermans in een Kamerbrief ‘UfP’ bij ingrijpen in Syrië geen „alternatieve rechtsgrond”. Het huidige regeerakkoord biedt iets meer lucht: voor militaire uitzendingen van onze krijgsmacht zelf stipuleert het dat zij „in overeenstemming” met het volkenrecht moeten zijn en „bij voorkeur op grond van een duidelijk VN-mandaat”, wat enige ruimte laat voor creatieve steun, maar het kabinet koos opvallend niet voor een verwijzing naar deze passage.

Wel voor het uitspreken van ‘begrip’. Een lastig terrein. In 2010 kapittelde de commissie-Davids het kabinet-Balkenende I voor zijn ‘politieke steun’ aan de inval in Irak (2003), die illegaal was, omdat deze geen volkenrechtelijk mandaat had. In dat rapport maakte Peter van Walsum, lid van ‘Davids’ en als diplomaat nauw betrokken bij Irak, deze ‘minderheidskanttekening’: „[E]en regering die tot de conclusie is gekomen dat alleen de verdrijving van Saddam [...] een kettingreactie van nucleaire proliferatie in het Midden-Oosten kan voorkomen, zou haar plicht verzaken als zij zich tegen een niet door de Veiligheidsraad gemandateerde interventie verzette om de enkele reden dat een interventie met dat oogmerk naar geldend volkenrecht vooralsnog niet is toegestaan.”

Politiek schuift dus volgens Van Walsum het volkenrecht soms opzij.

Je kunt Irak misschien niet met Syrië vergelijken, maar met introductie van „begrip voor” heeft Rutte III er sowieso voor gekozen om zich niet op die kanttekening te beroepen. Maar met het spitsvondige ‘begrip’ red je het echter niet. Het betekent tenslotte dat er voor een buitenlandse militaire actie geen volkenrechtelijk mandaat meer nodig is.

Eigen oordeel

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) maakte zondag in Buitenhof de verwarring nog groter. Ze zei de aanval te „ondersteunen” en er „begrip” voor te hebben dat Syrië „waarschijnlijk” de gifgasaanval uitvoerde. Zo ondergroef ze het beginsel (sinds het Davids-rapport) dat Nederland een eigen informatiepositie moet hebben. En met de term ‘ondersteunen’ kleurde ze ‘begrip voor’ verder in. Ze zei ook „begrip” te hebben voor de afweging van Washington, Parijs en Londen, waarmee ze het beginsel ondergroef dat Nederland zelf een afgewogen oordeel velt, maar dat aan derden kan overlaten.

En ten derde zei minister Bijleveld begrip te hebben voor wat een „gerichte” en „proportionele” aanval was geweest, suggererend dat ‘proportionaliteit’ als verzachtende omstandigheid kan gelden als iets volkenrechtelijk niet door de beugel kan. Ze herhaalde dat de „verschrikkelijke beelden’’ eigenlijk elk legitimiteitsdebat overbodig maakten.

In de VS zei Paul Ryan, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, en Trumps partijgenoot, geen behoefte te hebben aan zo’n debat, omdat „de bestaande Authorization to Use Military Force de president alle toestemming geeft om te doen of te laten wat nodig is.” Het Congres gaf die AUMF zeventien jaar geleden aan president George W. Bush, in haast na ‘9/11’, om actie tegen terrorisme te ondernemen. Sinds die tijd is dat mandaat behoorlijk opgerekt en heeft het Congres weinig meer te zeggen: bijna twee jaar geleden – vóór Trump – becijferde het onderzoeksbureau van het Congres, al dat de VS die AUMF in die zestien jaar 37 keer in veertien landen heeft gebruikt voor militaire actie. Daarbij sneuvelden 8.000 Amerikanen. Voor die procedure heeft Nederland nu kennelijk ‘begrip’.

Ryans tegenspeelster in het Huis, de Democrate Nancy Pelosi, wilde wél een nieuw mandaat. De 59 kruisraketten die Trump een jaar geleden op Syrië afvuurde had ze toen goed gevonden (want ‘proportioneel’) maar de nieuwe actie zou te groot worden . Ziedaar het ontstaan van een globale nieuwe norm, die de eis van een spijkerhard juridische mandaat (en de Veiligheidsraad) opzijschuift: ‘begrip voor een proportionele actie’. Volgens de een logisch gevolg van Poetins sabotage, volgens de ander een hellend vlak, een vrijbrief.

Correctie (18 april 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd Paul Ryan omschreven als de Republikeinse voorzitter van de Amerikaanse Senaat. Dit moest zijn: van het Huis van Afgevaardigden.