opinie

Aanval op Syrië

Het Westen kan de wereld niet overlaten aan Poetin en Assad

Het ging snel, er vielen voor zover bekend geen dodelijke slachtoffers en de Syrische infrastructuur voor chemische wapens is beschadigd, mogelijk zelfs ernstig. Als president Bashar al-Assad na zaterdagochtend minder snel naar chemische wapens kan grijpen of wil grijpen is dat winst. Zo bezien was de raketaanval op Syrië van de coalitie bestaande uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een succesje.

Maar reden voor jubel is er niet. Met een paar raketten komt geen einde aan het lijden in Syrië. Assad weet nu weliswaar dat hij bij een volgende gifgasaanval weer een tik op zijn vingers kan krijgen, maar niets belet hem om met conventionele wapens en met ruggensteun van Rusland en Iran zijn brute bewind voort te zetten.

Toch nog maar een keer de cijfers: zeven jaar oorlog, 500.000 doden, zeven miljoen ontheemden. Volgens de VS heeft het regime van Assad in de afgelopen jaren 50 keer chemische wapens ingezet tegen de eigen bevolking.

De vermoedelijke gifgasaanval van 7 april 2018 op Douma is nu afgestraft, maar het Syrische probleem is nog geen stap dichter bij een oplossing. Hadden die vliegtuigen dan niet net zo goed aan de grond kunnen blijven? Het Westen heeft zich immers min of meer uit Syrië teruggetrokken en het land overgelaten aan Rusland en Iran. De ingreep komt eigenlijk te laat. Sterker nog: is het nu niet net alsof het Westen zegt: chemische wapens mogen niet, maar voor de rest kun je je gang gaan, Assad?

Dergelijk verlammend cynisme is gezien het oorlogsleed en het tergende onvermogen van het Westen om de belaagde Syriërs terzijde te staan verleidelijk. Maar cynisme helpt niets. Een kleine daad, is beter dan geen daad, al is zo’n raketsalvo na zeven jaar leed beslist het absolute minimum.

De oorlog in Syrië legt al jaren pijnlijk de onvolkomenheid van het internationale stelsel bloot. Het multilaterale systeem is niet bij machte dit op te lossen. Vetomacht Rusland blokkeert in de VN-Veiligheidsraad elke poging het Syrische regime aan te pakken voor schendingen van internationaal recht. Tegelijk onderbouwde het zijn protest tegen de aanval van de coalitie met verwijzing naar het VN-Handvest. En formeel is het zeker waar: de aanval op de soevereine staat Syrië werd niet gelegitimeerd door een besluit van de Veiligheidsraad. Maar zo’n legitimatie zal er ook nooit komen zolang Rusland pal achter Assad staat. Vooralsnog heeft Rusland er alle belang bij dat zo te houden. Waarom zou het zijn bruggehoofd in het Midden-Oosten met bijbehorend macht en prestige opgeven?

De bescheiden actie van zaterdag onderstreept ook het dilemma waaraan het Westen zich nu al jaren probeert te ontworstelen. Grootschalig militair ingrijpen, gevolgd door een poging tot nationbuilding is, in Irak bijvoorbeeld, geen recept voor succes gebleken. Er is dus weinig animo voor herhaling. De wereld volledig overlaten aan autocraten en dictators is ook niet de weg, zeker niet als ze niet terugdeinzen voor de inzet van chloorgas in een conflict dat ze zo goed als gewonnen hebben.

Dit is geen dilemma waar het Westen zich met één elegant gebaar uit kan redden. Dit is een kwestie waar men zich keer op keer over moet buigen. Perfecte oplossingen zijn er niet. Soms is een kleine daad dan al heel wat. Hoe ingewikkeld ook, het Westen kan de wereld niet eenvoudig overlaten aan de Poetins en Asssads.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.