Aan de lopende band verdien je hier in een week een Pools maandsalaris

Polenhotel

Weggestopt in het bos maken arbeidsmigranten er het beste van. Werkdagen zijn lang, werk en betaling soms onzeker.

Camping Het Engelke in Melderslo, opgekocht door Twan Christiaens, eigenaar van een uitzendbureau. Christiaens wil er arbeidsmigranten in containers gaan huisvesten. Hijzelf spreekt van woonunits. Foto Chris Keulen

Halveliterblikken Pools bier staan op de picknicktafel te fonkelen in de lentezon. Ewa (54) mengt het bier met aardbeiensap, Violetta (48) rookt er een sigaret bij. Beide vrouwen willen niet met hun achternaam in de krant; ze hebben een geschil met hun vorige werkgever. „Dit is wat wij doen op een vrije dag”, zegt Ewa. Om in de bebouwde kom van Zeewolde te komen, moet ze acht kilometer lopen.

De Poolse Ewa en Violetta wonen in het zogeheten ‘Polenhotel’ in Zeewolde, Flevoland. Een chaletdorp, weggestopt in een bos, pal naast een asielzoekerscentrum. „Wonen voor mensen die de handen uit de mouwen steken”, meldt een bord. Buiten het ‘hotel’ overheerst de stilte, af en toe rijdt een auto met Pools kenteken voorbij. De dichtstbijzijnde bushalte is bijna een uur lopen. Het is een van de dunstbevolkte gebieden van Nederland.

De Polen zijn ondergebracht in zo’n honderd chalets, met plaats voor zeshonderd arbeidsmigranten. Elke woning heeft een woonkamer, tv, keuken, wifi en tuin met picknicktafel. Veiligheidsvoorschriften zijn in het Pools vertaald. „We betalen hier 91 euro per week, per persoon”, zegt Violetta. Duur, vindt ze, maar ook „schoon en mooi.” De wasserette is gratis en op het terrein staan een sportschool en een Poolse supermarkt met Nederlandse snackbar.

Ewa en Violetta werken bij verschillende distributiecentra. Ze hebben een weekcontract via uitzendbureaus. „Ik verdien in één week 400 euro, evenveel als één maand werken in Polen”, zegt Violetta. Dat is ook de reden dat ze hier alweer voor het vijfde jaar werkt. Ze doet lopendebandwerk: tomaten sorteren en verpakken, voor Pasen schikte ze boeketten. Twaalf uur per dag, vijf tot zes dagen in de week. „Op zondag krijg ik 200 procent uitbetaald, en bij één uitzendbureau krijgen we koffie en cake bij elk miljoen ingepakte tomaten.”

Op zaterdagen zijn de meeste Poolse werknemers vrij. Ewa en Violetta ook, nu tegen hun zin. Ze zijn bij hun werkgever weggegaan; die beloofde distributiewerk, maar liet hen op het land werken. „Jonge mensen kunnen de hele dag bukken, maar mijn rug is daarvoor te zwak”, zegt Violetta. Samen met Ewa en nog twee anderen zijn ze na één week gestopt. Ze hebben een salarisstrook ontvangen, maar zijn nog altijd niet betaald. Het gaat om ruim 200 euro per persoon. „Wie moet ik bellen voor mijn geld?”, vraagt Ewa. Ze spreekt geen Nederlands, Duits of Engels.

De komst van arbeidsmigranten uit Oost-Europa zorgt steevast voor onrust. Maar de overlast valt achteraf meestal mee. Lees ook: Te druk met werk om rond te hangen

Over twee weken kan Violetta bij een ander uitzendbureau aan de slag. Ewa wacht nog af, want ze is vier jaar te oud – de leeftijdsgrens bij het uitzendbureau ligt voor nieuwe werknemers op 50 jaar. „Als het niet lukt, ga ik terug naar Polen”, zegt Ewa weifelend. Thuis werkte ze ook voor distributiecentra, totdat goedkopere Oekraïners haar baan overnamen.

Geen vertaalhulp

Een paar chaletjes verderop halen Martina Kotkowska (23) en Piotrek Magdziarz (24) aardappels en kip van de barbecue. Zij werken al drie jaar in Nederland. „Ik ben in de tussentijd één keer in Polen geweest,” zegt Piotrek, „om mijn administratie te regelen.” De twee hebben een weekcontract bij een kipverwerkingsfabriek en staan aan de lopende band. Ze zijn afhankelijk van het werkaanbod. „De afgelopen week was ik drie dagen vrij”, zegt Piotrek teleurgesteld. „De andere week werk ik tachtig uur.” Minimaal 300 euro in de week wil hij verdienen, om schulden in Polen af te lossen en te sparen voor de toekomst.

Met Nederlanders hebben ze goed contact, Martina Kotkowska spreekt de taal een beetje. Dat ligt anders met Poolse collega’s die hoger in de hiërarchie staan. „Polen die voor uitzendbureaus werken zijn de ergste”, zegt Piotrek. „Ze horen ons te helpen, maar doen uit de hoogte en kijken op ons neer.” Hulp bij het vertalen valt van die landgenoten niet te verwachten. „Gelukkig spreken wij Engels”, zegt Piotrek, „dus binnen één dag vind ik een ander werk. Anderen, die geen Duits of Engels spreken, worden sneller misbruikt. Ze zijn bang hun baan te verliezen.”

Met de dorpelingen uit Zeewolde is het contact goed. „Ze groeten ons vriendelijk”, zegt Violetta, „maar we hebben weinig contact, omdat we de hele dag werken en in het bos wonen.”

In het begin was ze verbaasd. ‘Goedemorgen’, ‘goedemiddag’, ‘goedenavond’ – waarom werd ze uitgescholden? „In het Pools betekent chuj [spreek uit als goei] lul. Nu begrijp ik dat ze mij al die tijd vriendelijk groetten.”